Aankondiging van een gegunde opdracht

Stadsgebouwen. Pier. Opmaak beheersplan Pier & restauratie gangway Pier.

Diensten
Publicatie datum
04-01-2016
Aanbestedende overheid
Stad Blankenberge | 8370 Blankenberge, BE | Regionale of plaatselijke instantie | Algemene overheidsdiensten
Opdrachtcodes (CPV)
71240000 - Dienstverlening op het gebied van architectuur, bouwkunde en planning
Korte inhoud
De gangway is sterk onderhevig aan de tand des tijds en vooral de inwerking van het maritieme milieu. Daarom overweegt het stadsbestuur de restauratie van de wandelbrug, windschermen, balken, kolommen, funderingen en aanhorigheden van de gangway uit te voeren, kortom een volledige restauratie (onder gangway wordt verstaan de wandelbrug vanaf en inclusief de windschermen op het landhoofd aan de ene zijde tot tegen de houten rondgang aan het kopgebouw aan de andere zijde). Door zijn ligging is de restauratie op technisch vlak een uitdaging net zoals het respectievelijk 120 en 80 jaar geledenen bij de oprichting en heroprichting van de pier ook een uitdaging was om de kracht van de zee en haar getijden te trotseren. Om te kunnen beslissen hoe vergaand de restauratie moet uitgevoerd worden werden reeds uitgebreide technische en historische vooronderzoeken uitgevoerd door het studiebureau Blontrock. Deze vooronderzoeken worden volledig ter beschikking gesteld van de ontwerper (zie bijlage). Op basis van deze vooronderzoeken zal de ontwerper in samenspraak met het opdrachtgevend bestuur en het agentschap onroerend erfgoed de definitieve objectieven en de te restaureren zone(s) vastgeleggen voor de verdere uitwerking van het dossier.
Voorafgaand aan deze opdracht maakt de ontwerper een beheersplan op conform het onroerend-erfgoeddecreet van 12/07/2013 van de volledige pier (kopgebouw, gangway en landhoofd met bijgebouwen).
Historiek:
De Pier is bij ministerieel besluit van 16 maart 2004 als monument geklasseerd. Het fenomeen van de Pier is gegroeid vanuit de aanlegsteiger voor badgasten in Engeland. De komst van de spoorwegen rond het midden van de 19de eeuw ontneemt de pieren hun oorspronkelijke functie, doch de blik op de kust en het wandelen boven de zee, zijn niet meer weg te denken. De 'plezierpieren' evolueren naar constructies op ijzeren onderstel met een 'landhoofd' waar men toegangskaartjes kon kopen en een paviljoen op de eigenlijke Pier waar men van een consumptie kon genieten. De Blankenbergse Pier van 1894 is de eerste op het vasteland. Na de Eerste Wereldoorlog wordt hij in 1931-1933 heropgebouwd als een betonnen constructie, het blijft de enige Pier aan de Vlaamse kust. Samen met het "Palais du Comte Jean" en het zwaar verbouwde Casino vormt de Pier de grootschaligste en één van de origineelste uitingen van de art-decostijl te Blankenberge.
In 1873 vraagt de Londense firma Hendrey en Co een vergunning aan om een Pier op te richten, het stadsbestuur en het Bestuur van Bruggen en Wegen zijn dit plan gunstig gezind. Deze Britse plannen zien een centrale inplantingsplaats (rechttegenover de Kerkstraat), waardoor een opsplitsing van de badplaats wordt gevreesd.
Uiteindelijk komt de Pier er slechts in de jaren 1890 aan de oostzijde van de Zeedijk (machtiging door de Belgische regering in 1889). Voor de realisatie van de Pier wordt een vennootschap gesticht met de naam "Société Anonyme du Pier de Blankenberghe". Deze vennootschap zal ook instaan voor de bouw van het "(Royal) Pierhotel", schuin tegenover de Pier. De Pier wordt in 1894 gebouwd door ingenieur E. Wyhowski (Brugge) en architect E. Hellemans (Brussel, Elsene, tevens financier van de maatschappij, tevens één van de architecten van het casino van 1884-1886). Het gietijzeren complex bestaat uit drie onderscheiden delen: 1) een halfrond bij de ingang, uitgevoerd in metselwerk met als doel er later een zwembad in te maken dat gevuld zou worden met zeewater; 2) een brug uit 17 delen, die rustte op ijzeren palen, met in het midden van de brug een verbreding voor een muziekkiosk; 3) een achtkantig platform (60 m x 60 m) waarop een paviljoen wordt gebouwd met een feestzaal en andere lokalen waarvoor toegangsgeld gevraagd wordt. De totale lengte van de Pier bedraagt 350 m. Aanvankelijk wordt het geheel privaat uitgebaat. Bij de voorlopige inhuldiging op 15 juli 1894 beklemtoont burgemeester Notebaert dat de Pier "voor Blankenberge een nieuw en machtig reklaam is en die zal strekken om den naam alom meer en meer bekend te maken". De Pier kan op een enorme belangstelling rekenen: reeds in 1894 verdringen zich 180.000 bezoekers op de ijzeren brug.
De Pier wordt in 1915 in brand gestoken door de Duitse bezetter die vreest dat hij zou gebruikt worden als aanlegsteiger voor vijandelijke troepen.
In 1928 besluit het stadsbestuur de Pier te kopen. In 1931 gaat de stad Blankenberge met de vergoeding van de opgelopen oorlogsschade - privé-financiers waren niet langer geïnteresseerd - over tot de heropbouw.
Het ontwerp wordt toevertrouwd aan een samenwerkingsverband van J. Soete, conducteur van Bruggen en Wegen, de Gentse hoogleraar G. Magnel (1889-1955, betonspecialist en stichter van het Laboratorium Magnel aan de Gentse Universiteit) en ingenieur-architect A. Bouquet. Deels wordt gebruik gemaakt van de oude funderingen en gietijzeren pilonen van de eerste Pier. Als belangrijkste bouwmateriaal wordt gewapend beton gebruikt. Gebruik van beton was niet nieuw, wel worden maatregelen genomen i.v.m. de destructieve invloed van het zeewater. Voor het betonmengsel wordt voornamelijk Portlandcement gebruikt wat een veel zachtere beton oplevert dan op vandaag gebruikelijk.
De nieuwe Pier, in art-decostijl, wordt ingewijd op 2 juli 1933 De strakkere betonversiering kwam in de plaats van de meer grillige Oosterse motieven van de vorige Pier, toch blijft het een moderne versie van de 19de-eeuwse amusementsarchitectuur.
De Pier rust op circa 230 steunpalen. De plattegrond - teruggaand op de pierconstructie van 1894 - bestaat uit de halfcirkelvormige landhoofd (tegen de dijk aanleunend op natuurstenen sokkel), de eigenlijke wandelpier met een lichte uitsprong ongeveer halverwege en het pierhoofd met daarop het piergebouw of -paviljoen waarrond een rondgang. Voor de nieuwe kolommen van de nieuwe pier, zijn sommige van de oorspronkelijke gietijzeren pijlers bewaard en vormden de kern van de pijlers in gewapend beton, aldus R. Boterberge in de publicatie Pierconstructies te Blankenberge (Uitgeverij Calbro 1984).
In de jaren ’70 worden de eerste betonaantasting vastgesteld aan de kolommen van de gangway en hersteld. In de daaropvolgende jaren 1980, breidt de problematiek van betonrot uit naar de rest van de constructie. In de daaropvolgende decennia volgen de verschillende renovatiefases mekaar dan ook op.
Van 1984 tot 1986 - 1° fase van de restauratie van de vloerplaten, balken en kolommen van de toegangsweg en de verbindingen tussen de kolommen en de gietijzeren funderingspalen.
Van 1986 tot 1989 - 2° fase van de gang-way door het aanbrengen van gietasfalt op de rijweg, het dichtmaken van de kabelgoten en het herstellen van het betondek in de rotonde.
Van 1988 tot 1991 - 3° fase van de gang-way bestaande uit betonherstellingen aan de balken van de uitkragingen, het herbetonneren van platen aan de rijweg.
Tussen eind fase 2 en de pierkop, het herstellen van het betonskelet van de kolommen, van de leuningen en het centrale windscherm en schilderwerken d.m.v. betonbeschermingsysteem.
Van 1993 tot 1995 - 4° fase van de toegangsweg, bestaande uit de restauratie van de balken onder de toegangsweg en onder de uitkraging.
Ter voorbereiding van dit dossier werden er daarnaast reeds 2 technische vooronderzoeken en een historisch vooronderzoek uitgevoerd, waarvan kopie in het dossier.
Gunningen

Stadsgebouwen. Pier. Opmaak beheersplan Pier & restauratie gangway Pier.

Aantal inschrijvingen
4
Bedrijven
ARCHITECTENBUREAU VAN ACKER & PARTNERS CVBA
truck tower-crane sharing