Directie Vervoerinfrastructuur
Aankondiging van een opdracht

2.14.5. Renovatie van 3 huizen en uitbreiding van het Koninklijk Poppentheater Toone - Opdracht van werken - Open aanbesteding

Renovatie van 3 huizen en uitbreiding van het Koninklijk Poppentheater Toone
Perceel 1: Sanering van de houten structuurelementen
Perceel 2: Renovatie van 3 huizen ter uitbreiding van het Koninklijk Theater Toone
Het project heeft betrekking op de verbouwing van drie huizen om de uitbreidingen van het Koninklijk Poppentheater Toone vzw (KPT) te creëren, dat gelegen is Schuddeveldgang nr. 6. Deze huizen bevinden zich in het hart van het “îlot sacre”?. Het ene bevindt zich op nr. 2 aan de Schuddeveldgang en de twee andere op nr. 29 van de Korte Beenhouwersstraat.
Er is een verbinding voorzien, door middel van een doorbreking in de gemene muur tussen huis B en het theater.
Huis C zal in casco-staat opgeleverd worden. De afwerkingen van de vloer, de muren en plafonds, de sanitaire toestellen en de keuken, alsook sommige wanden van huis C moeten niet door de aannemer uitgevoerd worden. Alle werken met betrekking tot de schil van het huis (gevels, schrijnwerk, dak, riolering...), de ondervloer, de isolerende kalkpleister binnen, de renovatie van de houten trap, de gipskartonplaten RF 1u op de plafonds, de wand van de gelijkvloerse verdieping, het binnenschrijnwerk, de aansluitingen van de riolering, watertoevoer, gas en elektriciteit moeten door de Aannemer voorzien worden.
Gezien de ligging van het project in het “îlot sacré”, een Unescozone, dienen er bijzondere voorwaarden te worden nageleefd voor de bewaring van het patrimonium.
Alle structurele elementen van de huizen A, B en C moeten worden bewaard, behalve de vloeren van huis B en de vloer niv. +2 van huis A.
Sommige houten elementen zijn aangetast door insecten en/of zwammen (ref. de twee verslagen van Brulabo in bijlage van de technische bepalingen). Enkel de gezonde elementen komen in aanmerking om te worden hergebruikt. Aangezien niet alle houten elementen geïnspecteerd konden worden, wordt de aanneming verdeeld in twee loten, om in eerste instantie de afbraakwerken uit te voeren en de structuur bloot te leggen om een volledige inspectie uit te voeren.
De Opdracht omvat 2 verschillende percelen in de zin van artikel 3, 22° van de Wet van 15 juni 2006.
- Perceel 1:
Dit perceel betreft:
- de afbraakwerken (mantels, schachten en toppen van schoorstenen, binnenafwerkingen, binnenschrijnwerk, vloeren huis B en vloer niv.+2 huis A...);
- de demontage- en opslagwerkzaamheden (dakpannen, afdichting huizen A, B en C en vloeren (huis C en vloer niv.+1 huis A) die beschadigd zijn):
- opstelling van een inventaris en identificatie van de houten stukken op basis van de twee verslagen van Brulabo die reeds opgesteld werden en bij het dossier gevoegd werden en het aanvullend verslag dat door het studiebureau (AAC) opgesteld zal worden tijdens de werken na het demonteren van de bedekking en de afwerkingen.
- de behandeling van de aangetaste elementen (in overeenstemming met de voorschriften van het verslag van Brulabo);
- de verwijdering van de gecontamineerde stukken en de restauratie van de te bewaren houten elementen:
- de vervanging van de steunen van vloeren en de restauratie/versterking van de uiteinden van balken die beschadigd zijn
- de plaatsing van een voorlopige stuttingstructuur en steigers om de muren, vloeren en daken van de huizen te ondersteunen (art. 0333 en 0334). Indien de vloeren en/of het dak te onstabiel zijn, zullen de gezonde elementen eveneens gedemonteerd, opgeslagen en geïnventariseerd worden.
- de uitvoering van een voorlopig dak voor de huizen A, B en C om het interieur van de huizen te beschermen (art. 0334).
- alle elementen die worden gedemonteerd en opgeslagen met het oog op hun hergebruik worden genummerd en geïnventariseerd zodanig dat ze op hun oorspronkelijke plaats kunnen worden teruggeplaatst.
- Perceel 2:
Dit perceel betreft alle andere werken, met inbegrip van de reconstructie van de houten structuur van de daken (huis A, B en C) en de vloeren (huis C en vloer niv. +1 huis A) met de elementen die opgeslagen werden bij lot 1 en aangevuld met nieuwe, identieke elementen.
De aandacht van de aanneming wordt erop gevestigd dat de werken in een geklasseerde site worden uitgevoerd die dagelijks door het publiek wordt bezocht.
Naast het feit dat de opdrachtnemer zijn werf zal moeten beheren rekening houdend met de toegankelijkheid voor voetgangers, wordt hij erop attent gemaakt, dat al het gebruikte werfmaterieel zal moeten aangepast worden aan de kwetsbaarheid van de site en dient goedgekeurd te worden door de leidend ambtenaar.
Voor meer informatie gelieve het bijzonder bestek te willen raadplegen dat gratis online beschikbaar is op de website https://enot.publicprocurement.be.

Publicatiedatum
13-10-2015
Deadline
27-11-2015 om 11:00
Opdrachtcodes (CPV)
45400000 - Afwerking van gebouwen
45212350 - Gebouwen met bijzondere historische of architectonische waarde
45210000 - Bouwen van gebouwen
45212300 - Bouwen van gebouwen voor kunst en cultuur
45212322 - Bouwen van theater
Regiocodes (NUTS)
BE1 - RÉGION DE BRUXELLES-CAPITALE / BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Contracttype
Werken - Uitvoering
Procedure
Openbaar

Aanbestedende dienst

Officiële benaming
Directie Vervoerinfrastructuur
Postadres
Voorlopig Bewindstraat, 9-15, 1000 Brussel, BE
Contactpunt(en)
Directie Vervoerinfrastructuur
Ter attentie van
Mevrouw AC Bauduin

Hoeveelheid of omvang van de opdracht

-

Voorwaarden voor deelneming

Persoonlijke situatie van ondernemers, waaronder de vereisten in verband met de inschrijving in het beroeps- of handelsregister

Toegangsrecht:
Art. 61 §1. Overeenkomstig artikel 20 van de wet wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Met het oog op de toepassing van deze paragraaf vraagt, indien nodig, de aanbestedende overheid aan de kandidaten of inschrijvers om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die kandidaten of inschrijvers, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht. De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting.
§2. Overeenkomstig artikel 20 van de wet kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die :
1° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
2° aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening aanhangig is, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen;
3° bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast;
4° bij zijn beroepsuitoefening een ernstige fout heeft begaan;
5° niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn sociale zekerheidsbijdragen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 62;
6° niet in orde is met de betaling van zijn belastingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is,overeenkomstig de bepalingen van artikel 63;
7° zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt.
§4. Door het enkele feit van deel te nemen aan de gunningsprocedure verklaren de inschrijvers impliciet dat ze niet in één van de uitsluitingsgevallen bedoeld in art.61 §§1 en 2 bevinden. De aanbestedende overheid gaat de toestand na van de als opdrachtnemer in aanmerking komende inschrijver, alvorens de gunningsbeslissing te nemen.
Art. 66. De bepalingen uit artikel 61 t.e.m. 65 zijn individueel toepasselijk op alle deelnemers die:
1° zich samen kandidaat stellen én de intentie hebben om, ingeval van selectie, samen een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid op te richten.
2° of samen een offerte indienen als combinatie zonder rechtspersoonlijkheid.

Vakbekwaamheid

Art. 70. In toepassing van de Wet van 20.03.1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, voegt de inschrijver bij zijn offerte:
1° OFWEL
Voor perceel 1:
Het bewijs van zijn erkenning als aannemer van werken voor de uitvoering van werken uit categorie D – bouwwerken die overeenstemt met het bedrag van de offerte (klasse 2) geraamd door de aanbestedende overheid);
Voor perceel 2:
Het bewijs van zijn erkenning als aannemer van werken voor de uitvoering van werken uit categorie D24 – restauratie van monumenten en klasse die overeenstemt met het bedrag van de offerte (klasse 5) geraamd door de aanbestedende overheid);
2° hetzij het bewijs van een gelijkwaardige erkenning voortvloeiend uit een certificaat of zijn inschrijving op een officiële lijst van erkende aannemers in een andere lidstaat van de Europese Unie eventueel aangevuld met elk document dat de gelijkwaardigheid tussen deze certificering of inschrijving en de vereiste erkenning als bedoeld in 1° kan aantonen.
3° hetzij de nodige alternatieve bewijsstukken overeenkomstig artikel 3 §1 2° van de wet van 20 maart 1991 met betrekking tot de erkenning van aannemers van werken ;
Art. 74. Een kandidaat of inschrijver kan zich niet beroepen op de draagkracht van andere entiteiten wanneer aan deze laatste toegangsrecht is ontzegd op grond van artikel 21 van de wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.

Eventuele minimumeisen:

Voor perceel 1: erkenning als aannemer van werken voor de uitvoering van werken uit categorie D – bouwwerken die overeenstemt met het bedrag van de offerte (klasse 2) geraamd door de aanbestedende overheid);
Voor perceel 2: erkenning als aannemer van werken voor de uitvoering van werken uit categorie D24 – restauratie van monumenten en klasse die overeenstemt met het bedrag van de offerte (klasse 5) geraamd door de aanbestedende overheid).