Een lagere prijs dan die van jou is niet automatisch een abnormale prijs
De Raad van State verwerpt een vordering tot nietigverklaring van een gunning voor incassodiensten omdat de verliezer niet aantoonde dat de opdrachtgever een kennelijke beoordelingsfout maakte bij het prijsonderzoek of bij de beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria.
What happened?
Het Regionaal Ziekenhuis van Verviers (CHR Verviers) schreef een opdracht uit voor de minnelijke en gerechtelijke invordering van onbetaalde patiëntenfacturen — zo'n 10.500 dossiers per jaar. Er kwamen vijf offertes binnen, beoordeeld op prijs (60%) en drie kwalitatieve criteria: methodologie (20%), technische middelen (10%) en personeel (10%). Elk kwalitatief criterium had een minimumdrempel, daaronder werd de offerte automatisch als onregelmatig beschouwd. De opdracht ging naar een gerechtsdeurwaarderskantoor (Alain Bordet). De verliezer, Venturis, had al eerder geprobeerd de gunning te schorsen (via een UDN-procedure in 2022), maar die vordering was verworpen. Nu vocht Venturis de gunning aan ten gronde, met twee argumenten. Het eerste draaide om de prijs: Venturis betoogde dat de winnaar abnormaal lage prijzen had geboden en dat het ziekenhuis het prijsonderzoek onzorgvuldig had uitgevoerd. Het tweede betwistte de puntentoekenning op drie kwalitatieve criteria — onder meer omdat Venturis vond dat haar langere minnelijke fase (80 dagen) positief had moeten scoren in plaats van negatief. De Raad verwierp beide argumenten. Bij het prijsonderzoek volgde de Raad grotendeels de redenering uit zijn eerdere arrest: het ziekenhuis had de prijzen daadwerkelijk geverifieerd, het invorderingspercentage van 68% was redelijk bevonden, en het feit dat drie van de vijf inschrijvers 0 euro boden voor één post maakte die post 'verwaarloosbaar' in de zin van het KB. Bij de kwalitatieve criteria oordeelde de Raad dat het geen kennelijke fout was om een langere minnelijke fase als nadeel te beschouwen (meer kosten voor de patiënt-schuldenaar), en dat de andere kritiekpunten evenmin een onwettigheid aantoonden.
Why does this matter?
Prijsgeschillen bij dienstencontracten draaien vaak om de vraag of een concurrent wel kostendekkend kan werken. Dit arrest bevestigt dat de opdrachtgever een ruime beoordelingsmarge heeft bij het prijsonderzoek: zolang hij de prijzen daadwerkelijk heeft onderzocht en zijn conclusies niet kennelijk onredelijk zijn, volstaat het niet om met je eigen hogere kosten te zwaaien. Bovendien illustreert het arrest dat de Raad bij een vernietigingsberoep zijn eerdere UDN-redenering in dezelfde zaak als referentiepunt neemt — wie bij de schorsing al verloor, heeft het bij de vernietiging extra moeilijk.
The lesson
Als je een opdracht verliest aan een concurrent met een fors lagere prijs, focus dan niet op het verschil met jouw eigen kosten. Onderzoek of de opdrachtgever daadwerkelijk heeft nagegaan hoe de winnaar tot die prijs komt — op basis van diens eigen kostenstructuur, personeelskosten en hypotheses. Alleen als dat onderzoek manifest tekortschiet of de conclusies kennelijk onredelijk zijn, heb je een kans.
Ask yourself
Als ik een gunning aanvecht op basis van een abnormaal lage prijs: onderbouw ik mijn argument met concrete tekortkomingen in het prijsonderzoek van de opdrachtgever, of vergelijk ik alleen met mijn eigen kosten?
About this database
The Council of State (Raad van State / Conseil d'État) is Belgium's supreme administrative court. In disputes over public procurement — from contract awards to tenderer exclusions — the Council of State is the final arbiter. The rulings in this database are summarised by TenderWolf in plain language, with practical lessons for tenderers and contracting authorities. View all rulings →