Rejection French-speaking chamber

Loutere verwijzing naar de offerte van een onderaannemer plus overhead is geen afdoende prijsverantwoording — de inschrijver moet de uitvoeringsmethode en het rendement toelichten

Ruling nr. 263391 · 22 May 2025 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de onregelmatigverklaring van de offerte van de tijdelijke maatschap SOCOGETRA-BESIX voor de grondige renovatie van het Viaduc Villette van de metro van Charleroi, omdat de prijsverantwoording voor post 289 (levering Californisch wissel) louter bestond uit de offerte van een onder-onderaannemer vermeerderd met algemene kosten, zonder enige toelichting bij de uitvoeringsmethode of het rendement — terwijl het bestek een gedetailleerde fabricagebeschrijving bevatte en de eenheidsprijs aanzienlijk lager lag dan die van de andere inschrijvers.

What happened?

De Opérateur de Transport de Wallonie (OTW) schreef via openbare procedure een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp de grondige renovatie van het Viaduc Villette van de metro van Charleroi — een kunstwerk in beton van ongeveer 550 meter lang en 9,50 meter breed, gebouwd tussen 1972 en 1976, waarover de metrolijnen M1 tot M4 rijden. Het bestek droeg het kenmerk Ch/Tech/2024/22 en de opdracht werd geraamd op 7.525.000 euro excl. btw. Op 3 september 2024 keurde OTW het bestek en de plaatsingsprocedure goed. Het aanbestedingsbericht werd op 5 september 2024 verzonden naar het Bulletin der Aanbestedingen en het Publicatieblad van de Europese Unie. Twee rectificatieve berichten volgden op 1 oktober (uitstel indieningstermijn) en 23 oktober 2024 (technische preciseringen). Uiterlijk op 15 november 2024 werden drie offertes ontvangen: de tijdelijke maatschap SA SOCOGETRA en SA BESIX, de SRL GALERE en de SA WILLEMEN INFRA. Op 6 december 2024 verzond OTW per e-mail een verzoek om prijsverantwoording aan alle drie de inschrijvers. De inschrijvers antwoordden op dit verzoek. In het verslag van nazicht van 7 februari 2025 werd voorgesteld de opdracht te gunnen aan GALERE, de enige inschrijver met een regelmatige offerte. Op 12 maart 2025 besliste de raad van bestuur van OTW de offertes van SOCOGETRA-BESIX en WILLEMEN INFRA als substantieel onregelmatig te weren wegens abnormale prijzen op grond van artikel 44, paragraaf 3, van het koninklijk besluit van 18 juni 2017, en de opdracht te gunnen aan GALERE voor een gecontroleerd offertebedrag van 13.564.890,69 euro excl. btw. Op 13 maart 2025 deelde OTW de beslissing mee aan de verzoekers, samen met het verslag van nazicht — maar per vergissing werd een werkversie in plaats van de definitieve versie van het verslag verstuurd. Op 7 april 2025 corrigeerde OTW deze fout en zond de relevante uittreksels van de definitieve versie toe. SOCOGETRA-BESIX stelde op 28 maart 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Bij beschikking van 31 maart 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de zaak bepaald op 14 april 2025. Bij gewijzigde beschikking van 3 april 2025 werd de zaak verschoven naar de terechtzitting van 17 april 2025. Staatsraad Aurélien Vandeburie bracht als waarnemend voorzitter verslag uit en auditeur Marie Lambert de Rouvroit gaf een met het arrest eensluidend advies. SOCOGETRA-BESIX voerde één middel aan met twee onderdelen. In het eerste onderdeel bestreden zij de beoordeling van de niet-verwaarloosbare posten. De aanbestedende overheid hanteerde als drempel voor het onderscheid tussen verwaarloosbare en niet-verwaarloosbare posten 0,75 procent van het offertebedrag. De verzoekers betwistten twee niet-verwaarloosbare posten: post 33 (waterdichte laag in hars) en post 289 (levering Californisch wissel). Voor post 33 stelde de Raad vast dat de definitieve versie van het verslag deze prijs als normaal had aanvaard, waardoor het bezwaar feitelijke grondslag miste. Voor post 289 betoogden de verzoekers dat het vermoeden van abnormaliteit onterecht was omdat de post enkel de levering betrof en de montage-, demontage- en transportwerken onder andere posten vielen (posten 314 en 315). De Raad oordeelde echter dat het verslag — in geen van beide versies — de verzoekers verweet de montage- en demontagewerken niet te hebben verantwoord. Het werkelijke verwijt was dat de prijsverantwoording uitsluitend bestond uit de offerte van een onder-onderaannemer vermeerderd met een marge en algemene kosten, zonder enige toelichting bij de uitvoeringsmethode of het rendement. Bovendien bevatte het bestek een gedetailleerde fabricagebeschrijving van het wissel (artikel 3.3.8.2 van de technische clausules VT/LA/EDS) en lag de eenheidsprijs aanzienlijk lager dan die van de andere inschrijvers. De verzoekers verklaarden ter terechtzitting dat het wissel bij de onder-onderaannemer bleef tot het rechtstreeks naar de site werd gebracht, zodat er geen aanvullende prijs te verantwoorden was. De Raad oordeelde dat deze uitleg niet terug te vinden was in de ingediende verantwoording en bovendien niet strookte met artikel 3.6.11 van het bestek, dat bepaalde dat de post 'transport du Californien' het laden, transport en lossen omvatte van het depot van AFA te Anderlues tot het Centraal Station te Charleroi. Het eerste onderdeel was niet ernstig. Het tweede onderdeel, subsidiair, betrof de verwaarloosbare posten (8, 9, 10, 161, 209, 288 en 312). Nu het eerste onderdeel was verworpen en aldus vaststond dat minstens één niet-verwaarloosbare post een abnormale prijs had die niet afdoende was verantwoord, hoefde het tweede onderdeel niet meer te worden onderzocht — zelfs als al die grieven gegrond zouden zijn, konden zij de vaststelling van substantiële onregelmatigheid niet ongedaan maken. De vordering werd verworpen. De kosten werden gereserveerd.

Why does this matter?

Dit arrest verduidelijkt drie punten over prijsverantwoording bij abnormale prijzen. Ten eerste: louter verwijzen naar de offerte van een (onder-)onderaannemer vermeerderd met een marge en algemene kosten volstaat niet als verantwoording — de aanbestedende overheid mag verlangen dat de inschrijver inzicht geeft in de uitvoeringsmethode en het rendement, zeker wanneer het bestek gedetailleerde technische specificaties bevat. Ten tweede: uitleg die pas voor het eerst ter terechtzitting wordt gegeven en niet terug te vinden is in de eerder ingediende verantwoording, kan de lacunes niet goedmaken. Ten derde illustreert het arrest de structuur van het prijsonderzoek bij speciale sectoren: zodra vaststaat dat minstens één niet-verwaarloosbare post een abnormale prijs heeft die niet afdoende is verantwoord, volstaat dat om de offerte substantieel onregelmatig te verklaren — de grieven over de verwaarloosbare posten worden dan niet meer onderzocht.

The lesson

Baseer je prijsverantwoording niet uitsluitend op de offerte van je onderaannemer plus een marge. Leg uit hoe de prijs tot stand is gekomen: welke uitvoeringsmethode, welk rendement, welke kostenstructuur. Hoe gedetailleerder het bestek de technische specificaties beschrijft, hoe meer de aanbestedende overheid mag verwachten dat je verantwoording daar concreet op ingaat. En bewaar uitleg niet voor de rechtszaal: wat niet in de verantwoording staat, komt te laat.

Ask yourself

Geeft mijn prijsverantwoording voor elke niet-verwaarloosbare post inzicht in de uitvoeringsmethode en het rendement — of verwijs ik enkel naar de offerte van mijn onderaannemer plus een opslag?

About this database

The Council of State (Raad van State / Conseil d'État) is Belgium's supreme administrative court. In disputes over public procurement — from contract awards to tenderer exclusions — the Council of State is the final arbiter. The rulings in this database are summarised by TenderWolf in plain language, with practical lessons for tenderers and contracting authorities. View all rulings →