Drie lege vakjes, ‘want de prijs was nul’: Euroclean verliest de schoonmaak van North Galaxy op een inventaris die op straffe van nietigheid volledig moest zijn
Euroclean liet in de prijsinventaris voor de schoonmaak van het North Galaxy-complex drie vakjes leeg omdat haar prijs voor die maandelijkse prestaties nul euro was, maar de Raad van State weigert de wering van haar offerte te schorsen: het bestek eiste op straffe van nietigheid een volledig ingevulde inventaris, en wie die vakjes als nullen leest, krijgt een offerte die belooft spinnenwebben op 1.300 m² te verwijderen en zeventig stoelen te stofzuigen in nul uur.
Wat gebeurde er?
De Belgische Staat schreef een algemene offerteaanvraag uit voor de dagelijkse en periodieke schoonmaak van het North Galaxy-complex in 1030 Brussel. Het aankondigingsbericht verscheen op 14 juli 2010 in het Bulletin der Aanbestedingen en op 16 juli 2010 in het Publicatieblad van de Europese Unie. Punt 10.1 ‘Prijs’ van het bestek bepaalde dat de inventaris bij het offerteformulier ‘op straffe van nietigheid’ volledig moest worden ingevuld. Euroclean diende een offerte in voor perceel 1, maar liet in de tabel ‘1.5. Toren B – Verdieping 13’, op pagina 56/68 van het bestek, de drie vakjes van rubriek 3 (‘diensten die eenmaal per maand moeten worden gepresteerd’) blanco. Op 18 april 2011 besliste de Staat haar offerte als substantieel onregelmatig te weren en de opdracht aan een andere firma te gunnen; Euroclean werd daarvan bij brief van 20 april 2011 op de hoogte gebracht. Op 5 mei 2011 vorderde zij de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de vernietiging. Haar verweer: zij had de voorgeschreven inventaris wel degelijk volledig gebruikt, haar prijs voor die prestaties was 0,00 euro, en wie de kolommen optelde, zag dat het totaal precies klopte. Het bestek zei nergens wat een inschrijver moest invullen bij een nulprijs. Bovendien had zij zich ertoe verbonden alle diensten uit te voeren, en beschikte de overheid over ambtshalve maatregelen en over de boetes en straffen van artikel 19 van het bestek mocht zij in gebreke blijven. De voorzitter van de VIe kamer, zetelend in kort geding, volgde haar niet. Euroclean betwistte niet dat zij drie vakjes had opengelaten, terwijl het bestek op straffe van nietigheid een volledige inventaris eiste. Het verslag van nazicht van de offertes had bovendien de hypothese onderzocht dat de lege vakjes als nullen moesten worden gelezen, en kwam ook dan tot een onregelmatige offerte op grond van artikel 110 van het KB van 8 januari 1996: een inschrijver kan zich niet realistisch verbinden om op een verdieping van 1.300 m² spinnenwebben en ander vuil van plafonds, muren en schilderijen te verwijderen en de stof van zeventig stoelen te stofzuigen in nul uur. Wie een vakje van de inventaris niet invult, loopt volgens artikel 97, § 1, van datzelfde KB het risico te worden geweerd. Terminologische onnauwkeurigheden in de beslissing deden niet af aan de begrijpelijkheid van de redenering, die prima facie een correcte toepassing was van de artikelen 89, 97, § 1, en 110, § 2. Artikel 114, over de keuze van de voordeligste offerte, speelt enkel tussen regelmatige offertes, en dat was die van Euroclean niet. Het enige middel was niet ernstig; de vordering tot schorsing werd verworpen en de kosten werden aangehouden.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest toont hoe hard een bestek kan bijten dat de volledigheid van de prijsinventaris ‘op straffe van nietigheid’ voorschrijft. De verdediging van Euroclean was niet onlogisch: het totaal klopte, en het bestek zei niet hoe een nulprijs moest worden genoteerd. Maar de Raad laat de vraag of ‘leeg’ gelijkstaat aan ‘nul’ eigenlijk in het midden, omdat de aanbesteder beide lezingen had onderzocht en bij elk tot een onregelmatige offerte kwam. Een leeg vakje is een ontbrekende prijs; een nulprijs voor een reële prestatie is een prijs die niet met de werkelijkheid strookt. Dat tweede argument is het interessantste: de aanbesteder vertaalde de abstracte nul naar een concrete prestatie — spinnenwebben op 1.300 m², zeventig stoelen — en toonde zo aan dat de offerte op dat punt geen ernstige verbintenis bevatte. Ook het argument dat de overheid bij slechte uitvoering toch boetes kan opleggen, kreeg geen gehoor: de Raad beoordeelde de regelmatigheid van de offerte zoals ze werd ingediend. Hoewel het arrest onder het KB van 8 januari 1996 werd gewezen, blijft de les actueel: een inventaris is een contractueel instrument, geen rekenblad waarvan alleen het eindtotaal telt.
De les
Voor inschrijvers: laat in een prijsinventaris nooit een vakje leeg, ook niet als u voor die post niets aanrekent. Vul een expliciete waarde in en, als u een post bewust gratis of ‘inbegrepen in post X’ aanbiedt, zeg dat met zoveel woorden — en vraag bij twijfel vóór de indiening aan de aanbesteder hoe dat moet. Besef dat een nulprijs voor een prestatie die tijd en personeel kost, op zichzelf als niet met de werkelijkheid overeenstemmend kan worden beschouwd. Een kloppend eindtotaal redt een onvolledige inventaris niet. Voor aanbesteders: als u de volledigheid van de inventaris op straffe van nietigheid oplegt, staat u sterk — maar onderzoek in uw verslag van nazicht ook de welwillende lezing van de offerte, zoals hier gebeurde. Wie beide hypotheses uitwerkt en concreet maakt waarom een nulprijs niet realistisch is, bouwt een beslissing die een schorsingsvordering doorstaat.
Te onthouden
- Het bestek eiste ‘op straffe van nietigheid’ een volledig ingevulde prijsinventaris; drie lege vakjes volstonden voor de wering.
- De aanbesteder onderzocht ook de hypothese dat de lege vakjes nullen waren: dan strookt de offerte niet met de werkelijkheid (art. 110 KB 8 januari 1996).
- Spinnenwebben verwijderen op 1.300 m² en zeventig stoelen stofzuigen kost tijd; een prijs van nul uur is geen realistische verbintenis.
- Wie een post van de inventaris niet invult, loopt het risico te worden geweerd (art. 97, § 1, KB 8 januari 1996).
- Het argument dat de overheid bij gebrekkige uitvoering boetes en ambtshalve maatregelen kan toepassen, volstond niet om de wering ernstig te betwisten.
- Artikel 114 (keuze van de voordeligste offerte) speelt enkel tussen regelmatige offertes.
- Uitkomst: vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid verworpen; kosten aangehouden.
Waarop letten
- Bestekbepalingen die de volledigheid van de inventaris op straffe van nietigheid opleggen.
- Posten waarvoor u geen prijs aanrekent: altijd expliciet invullen en toelichten.
- Het verschil tussen een ontbrekende prijs en een onrealistische nulprijs — beide kunnen tot wering leiden.
- Een verslag van nazicht dat alternatieve lezingen van de offerte onderzoekt, is in kort geding moeilijk aan te vechten.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: is elk vakje van mijn prijsinventaris ingevuld, ook de posten waarvoor ik niets aanreken? Heb ik een gratis of elders inbegrepen post uitdrukkelijk als zodanig vermeld, in plaats van het vakje open te laten? Is een nulprijs voor deze prestatie geloofwaardig, of kan de aanbesteder aantonen dat ze tijd en personeel vergt? Bepaalt het bestek dat de inventaris op straffe van nietigheid volledig moet zijn? Als aanbesteder: heb ik in mijn verslag van nazicht ook de voor de inschrijver gunstigste lezing van de offerte onderzocht?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →