zonder_voorwerp Franstalig college

Het OCMW van Châtelet wil de aanbesteding van de verwarming voor rusthuis Sart-Allet overdoen, wordt geschorst en trekt in: beroep zonder voorwerp, 350 euro kosten voor het OCMW

Arrest nr. 217741 · 6 februari 2012 · VIe kamer

Het OCMW van Châtelet besliste op 11 oktober 2010 om geen gevolg te geven aan de aanbesteding van 30 september 2010 voor perceel 1 (verwarming en sanitair) van de uitbreiding van rusthuis Sart-Allet en de opdracht opnieuw uit te schrijven; de Raad van State schorste die beslissing op 22 november 2010 — de dag waarop de nieuwe offertes moesten worden geopend — waarop het OCMW ze op 29 november 2010 introk, zodat het annulatieberoep van Delta Thermic zonder voorwerp werd, de schorsing werd opgeheven en het OCMW de kosten van 350 euro droeg.

Wat gebeurde er?

Het OCMW van Châtelet organiseerde een aanbesteding voor de speciale technieken van de uitbreiding van zijn rust- en verzorgingstehuis Sart-Allet, waarvan perceel 1 de verwarming en het sanitair omvatte. De offertes werden op 30 september 2010 geopend. Amper elf dagen later, op 11 oktober 2010, besliste het OCMW om aan die aanbesteding geen gevolg te geven, de inschrijvers daarvan op de hoogte te brengen, de opdracht opnieuw uit te schrijven met opening van de offertes op 22 november 2010 om 10 uur, en de beslissing binnen de vijftien dagen aan het gemeentecollege en de provinciegouverneur over te maken. De NV Delta Thermic, inschrijver op de eerste aanbesteding, vocht die beslissing aan. Bij arrest nr. 209.059 van 22 november 2010 — precies de dag van de geplande nieuwe opening — beval de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging. Een week later, op 29 november 2010, trok het OCMW zijn beslissing van 11 oktober in. Delta Thermic diende op 22 december 2010 niettemin haar annulatieberoep in, en de memories werden uitgewisseld. Auditeur Elisabeth Willemart stelde in haar verslag vast dat de bestreden akte was ingetrokken en dat het beroep zijn voorwerp had verloren. Nadat geen van de partijen om voortzetting van de procedure had gevraagd, vroeg zij op 26 augustus 2011 de toepassing van de verkorte procedure van artikel 14quater van het algemeen procedurereglement; de griffie liet Delta Thermic op 1 september 2011 weten dat de kamer de afstand van geding zou vaststellen tenzij zij binnen vijftien dagen vroeg om gehoord te worden, wat niet gebeurde. Staatsraad David De Roy, waarnemend voorzitter, koos echter niet voor het vermoeden van afstand. Hij hield rekening met de intrekking van 29 november 2010, die definitief was geworden: die ontnam het beroep zijn voorwerp en rechtvaardigde dat de kosten ten laste van het OCMW kwamen. De Raad besliste dat er niet meer hoefde te worden geoordeeld, hief de bij arrest nr. 209.059 bevolen schorsing op en legde de kosten, begroot op 350 euro, ten laste van het OCMW.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest is kort, maar het onderscheid dat de Raad maakt, is voor inschrijvers van belang. Wanneer een auditoraatsverslag tot verlies van voorwerp besluit en niemand om voortzetting vraagt, kan de Raad via artikel 14quater de afstand van geding vaststellen — met als gevolg dat de verzoekende partij haar eigen kosten draagt. De Raad deed dat hier bewust niet: omdat de aanbesteder zelf zijn beslissing had ingetrokken nadat ze was geschorst, telt de intrekking als een toegeving aan de verzoekende partij en draagt het OCMW de kosten. Dat is dezelfde logica die de Raad in latere rechtspraak, zoals arrest nr. 255.049 van 18 november 2022 en de arresten nrs. 266.679 en 266.680 van 13 mei 2026, blijft toepassen. Het dossier toont ook hoe snel een beslissing om een aanbesteding stop te zetten en over te doen op de klippen kan lopen: het OCMW besliste elf dagen na de opening om te herbeginnen en werd geschorst op de dag dat de nieuwe offertes moesten worden geopend. Een aanbesteder die een lopende procedure afbreekt, moet dat degelijk kunnen motiveren, want de inschrijvers op de eerste ronde hebben een belang bij het behoud van hun offerte.

De les

Wilt u als aanbesteder een aanbesteding stopzetten en overdoen, weet dan dat de inschrijvers van de eerste ronde die beslissing kunnen aanvechten en dat een schorsing uw hele herlancering blokkeert — hier op de dag van de nieuwe opening. Motiveer de stopzetting grondig en plan de nieuwe opening niet zo krap dat een beroep u overvalt. Trekt u nadien in, dan sluit de Raad de zaak af met de kosten te uwen laste. Als inschrijver hoeft u na een schorsing gevolgd door een intrekking niet te vrezen dat het annulatieberoep u geld kost: zolang de intrekking definitief is, stelt de Raad het verlies van voorwerp vast in uw voordeel, ook als u niet om voortzetting van de procedure hebt gevraagd. Vergeet wel niet dat de Raad de eerdere schorsing dan opheft — de intrekking zelf is wat u beschermt, niet meer het schorsingsarrest.

Te onthouden

  • Beslissing van 11 oktober 2010 om geen gevolg te geven aan de aanbesteding van 30 september 2010 en te herlanceren met opening op 22 november 2010; geschorst bij arrest nr. 209.059 van 22 november 2010; ingetrokken op 29 november 2010.
  • Wanneer geen partij na een verslag dat tot verlies van voorwerp besluit om voortzetting vraagt, kan de Raad via artikel 14quater de afstand van geding vaststellen; hier koos hij ervoor de definitieve intrekking te laten primeren.
  • De definitieve intrekking ontneemt het beroep zijn voorwerp en rechtvaardigt dat de kosten (350 euro) ten laste van de aanbesteder komen.
  • De bij arrest nr. 209.059 bevolen schorsing wordt in hetzelfde arrest opgeheven.

Waarop letten

  • Het verschil tussen een vermoeden van afstand van geding (kosten voor de verzoeker) en een vaststelling van verlies van voorwerp na intrekking (kosten voor de aanbesteder).
  • De timing: elf dagen tussen opening en stopzetting, schorsing op de dag van de nieuwe opening, intrekking een week later.
  • Het arrest bevat geen inhoudelijke beoordeling van de stopzettingsbeslissing; daarvoor moet men het schorsingsarrest nr. 209.059 raadplegen.

Stel jezelf de vraag

Kan u als aanbesteder de beslissing om een aanbesteding stop te zetten en over te doen zo motiveren dat ze een UDN-toets doorstaat? Hebt u de nieuwe opening van de offertes voldoende ver gepland om een eventueel beroep op te vangen? Weet u als inschrijver dat een intrekking na schorsing het beroep zonder voorwerp maakt met de kosten ten laste van de aanbesteder, ook wanneer u niet om voortzetting van de procedure vraagt? En beseft u dat de schorsing daarbij wordt opgeheven, zodat u voor het vervolg moet rekenen op de definitieve intrekking?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →