Andere Franstalig college

ZIT-IDEE vraagt de voortzetting van haar meubilairberoep niet tijdig aan: de Raad van State stelt de wettelijke afstand van geding vast

Arrest nr. 223852 · 12 juni 2013 · VIe kamer

Nadat de Raad van State al haar vordering tot schorsing en dwangsom had verworpen en de auditeur tot de verwerping van het beroep besloot, verzuimde de nv ZIT-IDEE om binnen de wettelijke termijn de voortzetting van haar annulatieberoep tegen de weigering van de percelen 3, 4 en 5 van de meubilairopdracht 015/2010 van het OCMW van Rixensart te vragen; krachtens artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten stelde de Raad daarom de vermoede afstand van geding vast en verwees hij ZIT-IDEE in de kosten van 350 euro.

Wat gebeurde er?

Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) van Rixensart schreef een overheidsopdracht uit — opdracht 015/2010 — voor de levering van divers meubilair. Bij beslissing van 28 oktober 2010 besloot het OCMW om de offerte van de nv ZIT-IDEE voor de percelen 3, 4 en 5 niet te weerhouden. ZIT-IDEE stelde op 10 november 2010 bij de Raad van State een beroep tot vernietiging van die beslissing in en vroeg daarbij een dwangsom van 500 euro per dag voor het geval het OCMW haar de betrokken percelen niet binnen vijftien dagen na een vernietigingsarrest zou gunnen. Bij arrest nr. 212.440 van 5 april 2011 verwierp de Raad de vorderingen tot schorsing en tot het opleggen van een dwangsom. ZIT-IDEE vroeg op 21 april 2011 de voortzetting van de procedure en diende een aanvullende memorie in. Eerste auditeur Eric Thibaut stelde vervolgens een verslag op dat tot de verwerping van het beroep besloot. Nadat dat verslag aan de partijen was betekend, liet ZIT-IDEE na om binnen de voorgeschreven termijn opnieuw de voortzetting van de procedure te vragen. Op 29 oktober 2012 stelde de auditeur een nota op waarin hij vroeg de procedure van artikel 14quater van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 in werking te stellen. Met een op 13 november 2012 betekende brief liet de griffie ZIT-IDEE weten dat de kamer de afstand van geding zou vaststellen, tenzij zij binnen vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. ZIT-IDEE reageerde niet. Artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat er een vermoeden van afstand van geding bestaat wanneer de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting per aangetekende brief indient binnen dertig dagen na de betekening van een auditoraatsverslag dat tot de verwerping van het beroep besluit. Aangezien ZIT-IDEE noch tijdig de voortzetting had gevraagd, noch had gevraagd om te worden gehoord, werd zij geacht wettelijk afstand te doen van haar beroep. De Raad stelde de afstand van geding vast en legde de kosten, begroot op 350 euro, ten laste van ZIT-IDEE.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest herinnert aan een valstrik die niets met de grond van de zaak te maken heeft, maar even beslissend is: de vervaltermijn om de voortzetting van de procedure te vragen. Wanneer de auditeur in zijn verslag tot de verwerping van het beroep besluit, moet de verzoeker binnen dertig dagen na de betekening uitdrukkelijk en per aangetekende brief laten weten dat hij de procedure wil voortzetten. Doet hij dat niet, dan treedt een wettelijk vermoeden van afstand in werking en wordt de zaak beëindigd zonder inhoudelijk oordeel. Dat ZIT-IDEE eerder — na het negatieve schorsingsarrest — wél de voortzetting had gevraagd, hielp niet: de termijn begint opnieuw te lopen bij elk auditoraatsverslag dat tot de verwerping besluit. Een negatief auditoraatsverslag is bovendien geen eindpunt: de verzoeker mag de procedure voortzetten en alsnog proberen de Raad te overtuigen, maar dan moet hij de formaliteit tijdig vervullen. De les is er een van procedurele discipline: of een zaak sterk dan wel zwak is, doet niet ter zake wanneer de termijn ongebruikt verstrijkt.

De les

Volg elk auditoraatsverslag op de voet. Besluit de auditeur tot de verwerping van uw beroep, dan hebt u dertig dagen na de betekening om per aangetekende brief uitdrukkelijk de voortzetting van de procedure te vragen; laat u die termijn verstrijken, dan stelt de Raad van State een wettelijke afstand van geding vast en eindigt uw zaak zonder inhoudelijk oordeel. Reken er niet op dat een eerder verzoek tot voortzetting — bijvoorbeeld na een negatief schorsingsarrest — u van die verplichting ontslaat: de termijn herbegint bij elk verslag dat tot de verwerping besluit. Krijgt u nadien nog een brief van de griffie die de vaststelling van de afstand aankondigt, reageer dan binnen de gestelde termijn en vraag om te worden gehoord. En hou er rekening mee dat ook een afstand van geding u de kosten kan opleveren — hier 350 euro.

Te onthouden

  • Na een auditoraatsverslag dat tot de verwerping besluit, moet de verzoeker binnen dertig dagen per aangetekende brief de voortzetting van de procedure vragen (art. 21, zesde lid).
  • Verzuimt hij dat, dan geldt een wettelijk vermoeden van afstand van geding en eindigt de zaak zonder inhoudelijk oordeel.
  • Een eerder verzoek tot voortzetting (hier na het negatieve schorsingsarrest nr. 212.440) ontslaat niet van een nieuw verzoek na het verwerpingsverslag.
  • De griffie kondigde de vaststelling van de afstand aan met een op 13 november 2012 betekende brief; ZIT-IDEE reageerde niet en vroeg niet om te worden gehoord.
  • De Raad stelde de afstand van geding vast en legde ZIT-IDEE de kosten van 350 euro op.

Waarop letten

  • De vervaltermijn van dertig dagen na de betekening van elk auditoraatsverslag dat tot verwerping besluit.
  • De verplichte vorm: een verzoek tot voortzetting per aangetekende brief.
  • Dat de termijn herbegint bij elk nieuw verslag, ongeacht eerdere voortzettingsverzoeken.
  • De brief van de griffie die de afstand aankondigt en de mogelijkheid om binnen vijftien dagen te vragen om te worden gehoord.
  • Dat ook een afstand van geding tot een kostenveroordeling leidt.

Stel jezelf de vraag

Weet u dat een auditoraatsverslag dat tot de verwerping van uw beroep besluit, een termijn van dertig dagen opent om per aangetekende brief de voortzetting van de procedure te vragen? Beseft u dat u die formaliteit opnieuw moet vervullen, ook al vroeg u eerder al de voortzetting na een negatief schorsingsarrest? Hebt u een systeem om de betekening van elk auditoraatsverslag en de bijhorende termijn te bewaken? En weet u dat u, als u niet reageert op de aankondiging van de afstand door de griffie, de zaak verliest zonder inhoudelijk oordeel en toch de kosten draagt?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →