Vijftien dagen te laat door één dubbelzinnige zin: Clear Channel verliest de schorsing van 300 Waalse schuilhuisjes, maar de SRWT betaalt de kosten
Clear Channel stelde haar UDN-schorsing tegen de gunning van 300 reizigersschuilhuisjes drie dagen na de wachttermijn van vijftien dagen in en ving bot op de ontvankelijkheid, maar omdat de kennisgeving van de SRWT de dubbelzinnige zin ‘de termijn verstrijkt op 2 december 2013’ bevatte, legt de Raad van State de kosten van 550 euro tóch bij de aanbesteder.
Wat gebeurde er?
De Société régionale wallonne du transport (SRWT), de overkoepelende vennootschap achter de Waalse TEC, schreef een algemene offerteaanvraag uit voor een overheidsopdracht van levering en plaatsing van 300 schuilhuisjes voor reizigers in het Waalse Gewest, over een periode van maximaal zes jaar. Bij beslissing van 13 november 2013 gunde haar raad van bestuur de opdracht aan de tijdelijke vennootschap van Ets Philippe Bosquet, Jean Nonet et Fils en Mobile Concepts, en niet aan Clear Channel Belgium. De SRWT deelde de gemotiveerde beslissing mee op 14 november 2013, met een aangetekende brief die op 15 november werd ontvangen én per e-mail, zodat de formaliteit van artikel 65/8, § 1, derde lid, van de wet van 24 december 1993 vervuld was. Clear Channel stelde haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid pas in op 2 december 2013. Op grond van artikel 65/23, § 3, van dezelfde wet moet zo’n vordering op straffe van onontvankelijkheid binnen vijftien dagen worden ingesteld. De eerste dag van de termijn was 15 november 2013 — de dag na de verzending —, zodat de laatste dag 29 november 2013 om middernacht was. Het beroep van 2 december was dus laattijdig. Clear Channel wees erop dat de kennisgeving zelf de volgende passage bevatte: ‘De termijn verstrijkt op 2 december 2013.’ De SRWT antwoordde dat die zin sloeg op de aanvangsdatum van de uitvoering van de opdracht, niet op de laatste dag om een beroep bij de Raad van State in te stellen. De Raad stelde vast dat artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State enkel op het annulatieberoep slaat en dat het Waalse decreet van 30 maart 1995 over de openbaarheid van bestuur geen eigen, gesanctioneerde beroepstermijn bevat; de termijn werd dus uitsluitend beheerst door de artikelen 65/23 en 65/8 van de wet van 24 december 1993. Hoewel de dubbelzinnige vermelding de verzoekende partij kon hebben misleid, bleef de vaststelling dat het beroep buiten de wettelijke termijn was ingesteld. De vordering werd daarom onontvankelijk verklaard en de schorsing geweigerd. Toch trok de Raad uit die misleidende vermelding een gevolg voor de kosten: hij legde de dépens, begroot op 550 euro, ten laste van de SRWT en niet van de afgewezen verzoekster. Verder willigde de Raad de tussenkomst van de begunstigde vennootschappen in en handhaafde hij in dit stadium de vertrouwelijkheid van de ontvangen offertes; het arrest werd per telefax betekend.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest legt twee dingen bloot die in de tenderpraktijk vaak samenkomen. Het eerste is de hardheid van de wachttermijn: de vijftien dagen om een gunning bij uiterst dringende noodzakelijkheid te schorsen zijn een vervaltermijn, en drie dagen te laat is te laat, ongeacht de goede trouw van de inschrijver. Het tweede is subtieler: een kennisgeving die zelf verwarring sticht, blijft niet zonder gevolg. De Raad rekt de termijn niet op — dat kan hij niet —, maar hij verlegt wel de kosten naar de aanbesteder wiens brief de vergissing in de hand werkte. Zo ontstaat een genuanceerde uitkomst die noch de inschrijver noch de overheid volledig gelijk geeft: de gunning blijft overeind, maar de aanbesteder draagt de rekening. Voor wie kennisgevingen opstelt of ontvangt, is de boodschap dubbel. Een aanbesteder die data en termijnen door elkaar haalt, riskeert de kosten; een inschrijver die op een dubbelzinnige zin vertrouwt in plaats van zelf de wettelijke termijn te berekenen, riskeert zijn hele zaak.
De les
Voor inschrijvers: bereken de beroepstermijn altijd zelf op basis van de wet, niet op basis van een datum die in de kennisgevingsbrief staat. De vijftien dagen om een gunning te schorsen beginnen te lopen de dag na de verzending van de gemotiveerde beslissing en zijn een vervaltermijn; vertrouw niet op een zinsnede die evengoed op de uitvoeringsdatum kan slaan. Twijfelt u, dien dan tijdig in en betwist desnoods later. Voor aanbesteders: houd in uw kennisgeving de beroepstermijn strikt gescheiden van andere data, zoals de aanvang van de uitvoering. Een dubbelzinnige formulering redt de inschrijver niet van de laattijdigheid, maar zij kan u wél de kosten opleggen, ook wanneer u de zaak ten gronde wint — hier 550 euro. Een correcte, ondubbelzinnige vermelding van de termijn, de vormen en het contactpunt beschermt beide partijen.
Te onthouden
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet op straffe van onontvankelijkheid binnen vijftien dagen worden ingesteld (art. 65/23, § 3 van de wet van 24 december 1993).
- De termijn begint de dag na de verzending van de gemotiveerde beslissing: verzonden op 14 november 2013, eerste dag 15 november, laatste dag 29 november om middernacht; het beroep van 2 december was laattijdig.
- Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt enkel voor het annulatieberoep, en het Waalse decreet van 30 maart 1995 bevat geen eigen gesanctioneerde beroepstermijn — de termijn werd dus beheerst door de wet van 24 december 1993.
- Een dubbelzinnige vermelding in de kennisgeving (‘de termijn verstrijkt op 2 december 2013’) rekt de wettelijke termijn niet op en herstelt de laattijdigheid niet.
- Toch worden de kosten, begroot op 550 euro, ten laste van de SRWT gelegd omdat die vermelding de verzoekster kon misleiden; de tussenkomst werd ingewilligd en de vertrouwelijkheid van de offertes gehandhaafd.
Waarop letten
- Het precieze beginpunt van de termijn: de dag na de verzending van de gemotiveerde beslissing, niet de dag van ontvangst.
- Het onderscheid tussen de beroepstermijn en andere data die in een kennisgeving kunnen voorkomen, zoals de aanvang van de uitvoering.
- Het gegeven dat een misleidende kennisgeving de laattijdigheid niet geneest, maar wel de kostenverdeling kan omkeren.
- De vaststelling dat een verwerping op de ontvankelijkheid de aanbesteder toch de kosten kan opleggen.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: berekent u de beroepstermijn zelf vanaf de dag na de verzending van de gemotiveerde beslissing, of vaart u blind op een datum in de brief van de aanbesteder? Weet u dat de termijn van vijftien dagen om een gunning te schorsen een vervaltermijn is die zelfs uw goede trouw niet stuit? En als aanbesteder: scheidt u in uw kennisgeving de beroepstermijn duidelijk van de uitvoeringsdatum, en beseft u dat een verwarrende vermelding u de kosten kan kosten, ook wanneer het beroep laattijdig en dus onontvankelijk is?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →