IFAPME-vormingscentrum in Doornik: de gunning aan Kumpen, vier miljoen onder de geraamde prijs, weerstaat de hoogdringende schorsing
De tijdelijke vennootschap Dherte vocht bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning aan de NV Kumpen aan van de promotieopdracht voor de bouw van een IFAPME-vormingscentrum in Doornik — onder meer omdat de prijs van Kumpen ongeveer vier miljoen euro onder de geraamde zestien miljoen lag — maar de Raad van State verwierp de vordering omdat geen vermoeden van prijsanomalie op de offerte van Kumpen woog, de gunning op de globale prijs niet per onderdeel hoefde te worden uitgesplitst en het bestreden besluit afdoende was gemotiveerd.
Wat gebeurde er?
Het IFAPME publiceerde op 17 maart 2014 in het Bulletin der Aanbestedingen, en op 21 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie, een aankondiging voor een promotieopdracht van werken: de bouw van een nieuw vormingscentrum in Doornik, te beheren door het IFAPME-centrum Doornik. De opdracht (bestek nr. 13 – T – AOE – Centre de formation I.F.A.P.M.E. de Tournai – 2014) werd geplaatst via open offerteaanvraag met Europese bekendmaking en omvatte onder meer de verwerving in volle eigendom door het IFAPME van zowel de grond als het door de promotor te bouwen, ‘lage-energie’ ontworpen centrum, de architectuur- en stabiliteitsopdrachten, de technieken, het indienen van de vergunningen, de uitvoering van alle werken, de aanleg van de omgeving en parkings, een waarborg van vijf jaar op de uitrustingen voor verwarming, ventilatie en klimaatregeling, en de coördinatie van de onderaannemers. Het gebouw moest op een terrein van minstens 1 ha staan binnen een straal van 1.500 meter rond het station van Doornik. De uiterste datum voor de offertes was 17 september 2014. Bij beslissing van 26 september 2014 gunde het IFAPME de opdracht aan de NV Kumpen. De tijdelijke handelsvennootschap Dherte – Dherte-Istasse – Enertec en haar drie leden vorderden de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Zij voerden onder meer aan dat het voor de concurrenten onmogelijk was te geloven dat de beslissing — in acht dagen — door een ernstig onderzoek was voorafgegaan, en dat niet te begrijpen viel hoe Kumpen ‘de krachttoer’ had geleverd een prijs aan te bieden die ongeveer vier miljoen euro lager lag dan de normale prijs van zestien miljoen euro; ook zou de aanbesteder hebben nagelaten te preciseren welke documenten over de technische en professionele bekwaamheid zij van Kumpen had opgevraagd. De Raad van State verwierp die grieven. De vermelding ‘OK’ in de tabel ‘geheel van de vereiste documenten’ naast de naam Kumpen volstond, zonder nadere motivering, om te begrijpen dat de vereiste stukken over de eigendom van de grond en de bodemstudies bij de offerte van Kumpen zaten en aan het bestek beantwoordden; dat werd door het administratief dossier bevestigd. Verder woog op de prijs van Kumpen geen enkel vermoeden van anomalie, zodat de aanbesteder niet uitdrukkelijk hoefde te vermelden dat die prijs de geldigheid van de offerte niet aantastte; en aangezien het gunningscriterium prijs de offertes op de globale prijs vergeleek, moest die globale prijs niet per hoofdbestanddeel worden uitgesplitst, zonder dat de verzoeksters belet werden de beoordeling van de prijs van Kumpen te bekritiseren. Ten slotte was het onjuist te beweren dat de aanbesteder had nagelaten te preciseren welke documenten zij wegens lacunes in de offerte had opgevraagd: het bestreden besluit vermeldde uitdrukkelijk dat Kumpen voor de stabiliteitsopdrachten geen attesten van goede uitvoering had bijgevoegd en dat de aanbesteder Kumpen en Tradeco — zonder bijkomende eisen te stellen — om de ontbrekende documenten had verzocht tegen 23 september 2014, 13 uur. Het middel was niet ernstig. De Raad verwierp de vordering tot schorsing, liet de kosten van 800 euro ten laste van de verzoekende partijen (200 euro elk) en kende het IFAPME een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe. Behoudens de bladzijden 96 tot 98 van de offerte van Kumpen, die aan de verzoeksters waren meegedeeld, bleven de offertes voorlopig vertrouwelijk.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest temt een intuïtie die veel afgewezen inschrijvers delen: een opvallend lage winnende prijs móét wel verdacht zijn. De Raad van State herinnert eraan dat een prijs pas een onderzoeksplicht en een motiveringsplicht doet ontstaan wanneer er een vermoeden van anomalie op rust; ontbreekt zo’n vermoeden, dan hoeft de aanbesteder niet te verantwoorden waarom hij de prijs aanvaardt. Het arrest verduidelijkt ook dat een gunning op de globale prijs geen uitsplitsing per onderdeel vergt, en dat de motiveringsplicht wordt vervuld zodra de inschrijver uit het dossier kan afleiden waarom hij verliest — een ‘OK’ in een controletabel kan, samen met het administratief dossier, volstaan. Voor het vaak gevoelige punt van de selectiecriteria toont het arrest dat een aanbesteder na de opening om ontbrekende bewijsstukken van technische bekwaamheid (zoals attesten van goede uitvoering) mag verzoeken, zolang hij geen nieuwe of zwaardere eisen toevoegt. De ruimere boodschap is nuchter: het volstaat niet om je te verbazen over een laag bedrag; wie de gunning aanvecht, moet een concrete onregelmatigheid aanwijzen, niet louter een vermoeden van een te goedkope concurrent.
De les
Een verbazend lage winnende prijs is op zich geen grond voor schorsing. Wilt u als inschrijver een gunning succesvol aanvechten wegens een abnormaal lage prijs, toon dan aan dat er een concreet vermoeden van anomalie op die prijs rust; zonder zo’n vermoeden hoeft de aanbesteder niet te motiveren waarom hij de prijs aanvaardt. Vraag u ook af of het gunningscriterium op de globale prijs werkt: dan kunt u geen uitsplitsing per post eisen, al mag u de prijsbeoordeling wél inhoudelijk bekritiseren. Bent u aanbesteder, dan bevestigt het arrest dat u na de opening ontbrekende bewijsstukken van technische bekwaamheid mag opvragen, op voorwaarde dat u geen bijkomende eisen toevoegt, en dat een heldere verwijzing in uw dossier (tot een ‘OK’ in een controletabel toe) volstaat om uw beslissing te motiveren. Snelheid van beslissen — hier acht dagen — is op zich geen gebrek zolang het dossier de beoordeling draagt.
Te onthouden
- Een prijs roept pas een onderzoeks- en motiveringsplicht op wanneer er een vermoeden van anomalie op rust; zonder zo’n vermoeden hoeft de aanbesteder niet te verantwoorden waarom hij de prijs aanvaardt.
- Bij een gunning op de globale prijs moet die prijs niet per hoofdbestanddeel worden uitgesplitst; de inschrijver behoudt wel het recht de prijsbeoordeling te bekritiseren.
- Een ‘OK’ in de controletabel van de vereiste documenten kan, samen met het administratief dossier, volstaan als motivering dat de stukken aanwezig en conform waren.
- Na de opening mag de aanbesteder ontbrekende bewijsstukken van technische bekwaamheid (bv. attesten van goede uitvoering) opvragen, zolang hij geen bijkomende eisen toevoegt.
- De vordering tot schorsing werd verworpen; de verzoekende partijen droegen 800 euro kosten (200 euro elk) en het IFAPME kreeg een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Waarop letten
- Het onderscheid tussen een louter lage prijs en een prijs waarop een vermoeden van anomalie rust — alleen dat laatste activeert de onderzoeks- en motiveringsplicht.
- De omvang van de motiveringsplicht bij een gunning op de globale prijs.
- De grens tussen het toegelaten opvragen van ontbrekende bewijsstukken en het ontoelaatbaar toevoegen van nieuwe selectie-eisen na de opening.
- De vertrouwelijkheid van de offertes en de gerichte mededeling van enkele bladzijden (hier p. 96-98 van de offerte van Kumpen) aan de verzoeksters.
Stel jezelf de vraag
Wijst u op een concreet vermoeden van prijsanomalie, of blijft uw kritiek hangen bij verwondering over een laag winnend bedrag? Werkt het gunningscriterium op de globale prijs? Zo ja, beseft u dat u geen uitsplitsing per post kunt eisen, maar de prijsbeoordeling wél inhoudelijk mag aanvechten? Als aanbesteder: hebt u zich, toen u na de opening ontbrekende stukken opvroeg, beperkt tot de oorspronkelijke eisen zonder nieuwe of zwaardere voorwaarden toe te voegen? Kan een afgewezen inschrijver uit uw administratief dossier — desnoods uit een ‘OK’ in een controletabel — afleiden waarom hij niet werd gekozen?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →