Creasys betwistte zonder advocaat de gunning van de stoepborden-opdracht van de Nationale Loterij, maar struikelde over haar eigen statuten: het beroep was onontvankelijk
Creasys, een afgewezen inschrijver, vorderde bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de gunning door de Nationale Loterij van een opdracht voor de aankoop van stoepborden, maar omdat zij als rechtspersoon zonder advocaat optrad en haar statuten noch het bewijs van een rechtsgeldige beslissing om in rechte te treden bij haar verzoekschrift had gevoegd, verklaarde de Raad van State de vordering onontvankelijk.
Wat gebeurde er?
Op 23 oktober 2014 vorderde de BVBA Creasys bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing waarbij de Nationale Loterij een overheidsopdracht voor de aankoop van ‘stops trottoirs’ (stoepborden) had gegund; die beslissing was op 10 oktober 2014 betekend. De partijen werden opgeroepen voor de zitting van 7 november 2014. De Raad van State boog zich eerst over de ontvankelijkheid. Artikel 3, 4°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 28 januari 2014, verplicht een rechtspersoon die zonder advocaat een verzoekschrift indient om daarbij een kopie van haar gepubliceerde en gecoördineerde statuten te voegen, samen met het bewijs dat het bevoegde orgaan rechtsgeldig heeft beslist om in rechte op te treden — zodat vaststaat dat de vennootschap handelt via natuurlijke personen wier aanstelling regelmatig en tegenwerpelijk is. Het stond niet ter discussie dat Creasys bij haar verzoekschrift noch een kopie van haar statuten, noch de stukken had gevoegd waaruit bleek dat de beslissing om naar de Raad van State te stappen rechtsgeldig door haar organen was genomen. Ter zitting beperkte de verzoekster zich tot de stelling dat zij bij haar offerte in het betwiste marktdossier een kopie had gevoegd van een publicatie in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 21 mei 2014. Die publicatie betrof een beslissing van de algemene vergadering van 3 mei 2014 die het ontslag van Jean-François Vilain XIIII als zaakvoerder aktenam en de BVBA Autonetwork Développement tot nieuwe zaakvoerder benoemde, met Vilain XIIII als vaste vertegenwoordiger. Zelfs als de Raad met dat stuk rekening kon houden, volstond het niet om te voldoen aan de vereisten van artikel 3, 4°, noch om de regelmatigheid van de beslissing om in rechte te treden na te gaan. De vordering werd dan ook onontvankelijk verklaard. Daarnaast vroeg de Nationale Loterij om vier stukken vertrouwelijk te houden — de offertes van Creasys en van de firma Van Raalte Displays, de e-mails tussen de Loterij en Creasys over de voorgestelde prijs, en de e-mail van 13 oktober 2014 met de windweerstandstest van de stoepborden. Omdat die stukken op dat ogenblik niet nodig waren voor de oplossing van het geschil, behield de Raad voorlopig hun vertrouwelijkheid. De dépens werden op 200 euro begroot en ten laste van Creasys gelegd, en aan de Nationale Loterij werd de basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toegekend.
Waarom doet dit ertoe?
Dit korte arrest is een dure herinnering dat een procedure voor de Raad van State soms niet sneuvelt op de grond van de zaak, maar op een toegangsvoorwaarde die niets met het aanbestedingsdossier te maken heeft. Een vennootschap is geen natuurlijke persoon: zij handelt via organen, en wie zonder advocaat naar de Raad stapt, moet meteen aantonen dat die organen regelmatig zijn aangesteld én dat zij rechtsgeldig hebben beslist om het geding te voeren. Dat bewijs achteraf, ter zitting, proberen te leveren is te laat, en een Staatsblad-publicatie over een bestuurswissel volstaat niet. Voor inschrijvers die overwegen om zelf, zonder raadsman, een gunning aan te vechten, is de boodschap helder: de inhoudelijke sterkte van uw middelen doet niet ter zake als uw verzoekschrift niet aan de vormvereisten voldoet. Zeker bij uiterst dringende noodzakelijkheid, waar de termijnen kort zijn, laat een onvolledig dossier geen ruimte voor herstel. De goedkope route — geen advocaat — kan zo de duurste blijken: het beroep is verloren nog voor het echt begint, met de kosten en een rechtsplegingsvergoeding bovenop.
De les
Treedt u als vennootschap zonder advocaat op voor de Raad van State, voeg dan van bij de indiening van uw verzoekschrift een kopie van uw gepubliceerde en gecoördineerde statuten toe, samen met het bewijs dat uw bevoegde orgaan rechtsgeldig heeft beslist om in rechte op te treden (bijvoorbeeld een notulen van de zaakvoerder of de raad van bestuur). Reken er niet op dat u dit ter zitting nog kunt rechtzetten, en ga er niet van uit dat een loutere Staatsblad-publicatie over een bestuurswissel volstaat. Bij een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid zijn de termijnen te kort om een onvolledig dossier te herstellen. Twijfelt u, schakel dan een advocaat in: in dat geval geldt de bewijslast over de beslissing om in rechte te treden niet op dezelfde manier, en vermijdt u dat een sterk dossier strandt op een vormgebrek.
Te onthouden
- Een rechtspersoon die zonder advocaat een verzoekschrift indient bij de Raad van State, moet daarbij haar gepubliceerde en gecoördineerde statuten voegen én het bewijs dat het bevoegde orgaan rechtsgeldig besliste om in rechte te treden (art. 3, 4°, besluit van de Regent van 23 augustus 1948).
- Dat bewijs moet bij de indiening voorliggen; het achteraf ter zitting aanvoeren is te laat.
- Een publicatie in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad over de benoeming of het ontslag van een zaakvoerder volstaat niet om aan die vereiste te voldoen.
- Gevolg: de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid werd onontvankelijk verklaard, zonder onderzoek van de grond van de zaak.
- Creasys droeg de dépens van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro; vier stukken (offertes, prijsmails en de windweerstandstest) bleven voorlopig vertrouwelijk.
Waarop letten
- De volledigheid van uw verzoekschrift bij de indiening — vooral de statuten en het bewijs van de beslissing om in rechte te treden — wanneer u zonder advocaat optreedt.
- De zeer korte termijnen bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die nauwelijks ruimte laten om een vormgebrek te herstellen.
- Het verschil dat het inschakelen van een advocaat maakt voor de bewijslast over de vertegenwoordiging van de vennootschap.
- Dat offertes en prijsgegevens als commercieel vertrouwelijk kunnen worden behandeld in de procedure.
Stel jezelf de vraag
Als uw vennootschap zonder advocaat een gunning aanvecht, hebt u dan bij het verzoekschrift uw gepubliceerde en gecoördineerde statuten gevoegd én het bewijs dat het bevoegde orgaan rechtsgeldig besliste om het geding te voeren? Beseft u dat dit bewijs bij de indiening moet voorliggen en niet meer ter zitting kan worden geleverd? Weet u dat een publicatie in het Belgisch Staatsblad over een bestuurswissel daarvoor niet volstaat? En hebt u, gelet op de korte termijnen bij uiterst dringende noodzakelijkheid, overwogen of een advocaat inschakelen u niet behoedt voor een onontvankelijkheid die uw inhoudelijke argumenten nooit aan bod laat komen?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →