zonder_voorwerp Franstalig college

Olne trekt de concessie voor de steengroeve van Bay Bonnet in, drie dagen vóór de beroepstermijn verstrijkt — wie dan toch een annulatieberoep indient, krijgt zijn rechtsplegingsvergoeding

Arrest nr. 255088 · 23 november 2022 · VIe kamer

De gemeente Olne wees de concessie voor de exploitatie van de steengroeve van Bay Bonnet toe aan een combinatie rond Entreprise Marcel Baguette en trok die beslissing op 14 december 2020 in, vier dagen nadat de Raad van State de UDN-vordering van de niet-geselecteerde combinatie Remo Milieubeheer, Recom, Cmix en Carrières de Sprimont et de Chanxhe had verworpen; toen die vier toch nog een annulatieberoep indienden, wierp de gemeente op dat zij de kosten moesten dragen omdat de intrekking hen al vóór het einde van de beroepstermijn was meegedeeld — maar de Raad oordeelde dat hun niets te verwijten valt, want de intrekking was nog niet definitief en de termijn liep af, en legde rolrechten van 800 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten laste van Olne.

Wat gebeurde er?

De Waalse gemeente Olne zocht via bestek nr. 20191118 een exploitant voor haar steengroeve van Bay Bonnet, in de vorm van een ‘contrat de fortage’, een concessie waarbij de exploitant tegen vergoeding steen mag winnen. Twee combinaties dongen mee. Bij beslissing van 29 oktober 2020 besliste het gemeentecollege de offerte van de combinatie Remo Milieubeheer, Recom, Cmix en Carrières de Sprimont et de Chanxhe niet te selecteren en de concessie toe te wijzen aan een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid van Entreprise Marcel Baguette, Bodarwé Carrières, Joly en F.A.S. Services. De vier niet-geselecteerde vennootschappen vorderden de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; bij arrest nr. 249.195 van 10 december 2020 willigde de Raad van State de tussenkomst van de begunstigde combinatie in, verwierp hij de schorsingsvordering en vereffende hij de kosten van die procedure. Vier dagen later, op 14 december 2020, trok de gemeente de bestreden beslissing niettemin in. Zij betekende die intrekking op 16 december 2020 per aangetekende brief aan alle inschrijvers. Op 24 december 2020 — de beroepstermijn van zestig dagen liep ten einde — dienden de vier vennootschappen toch een annulatieberoep in. In een brief van 8 februari 2021, waarmee zij de Raad van de intrekking op de hoogte bracht, betoogde de raadsman van de gemeente dat de intrekking aan de verzoekende partijen was meegedeeld vóór het verstrijken van de termijn voor het annulatieberoep, zodat de kosten te hunnen laste moesten komen. Niemand vocht de intrekking binnen de termijn aan. Eerste auditeur-afdelingshoofd Christian Amelynck stelde een verslag op; bij beschikking van 1 augustus 2022 stelde de kamer voor de zaak zonder terechtzitting te behandelen, en geen partij vroeg een zitting. De Raad stelde vast dat de intrekking definitief was geworden en het beroep zijn voorwerp had verloren. Wat de kosten betreft, herhaalde hij dat het verdwijnen van de bestreden akte door intrekking een vorm van verkapte vernietiging is, zodat de gemeente als de in het ongelijk gestelde partij geldt in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten. Het argument van de gemeente wees hij af: het kan de verzoekende partijen niet worden verweten dat zij een annulatieberoep instelden op een moment dat de intrekking, die hun enkele dagen eerder was meegedeeld, nog niet definitief was en de beroepstermijn ten einde liep. Zij hadden ‘een rechtsplegingsvergoeding tegen het basisbedrag’ gevraagd; sinds de inwerkingtreding op 9 juli 2022 van het ministerieel besluit van 22 juni 2022 bedraagt dat basisbedrag 770 euro. De Raad willigde de tussenkomst in, stelde vast dat er niet meer over het annulatieberoep hoefde te worden geoordeeld, en veroordeelde de gemeente Olne tot de kosten: rolrechten van 800 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, toegekend aan de vier verzoekende partijen elk voor een vierde. Opvallend is dat het dictum ook ‘de bij arrest nr. 249.195 bevolen schorsing’ opheft, terwijl datzelfde arrest volgens de procesbeschrijving de schorsingsvordering net had verworpen — een formulering die in het parallelle arrest nr. 255.089 van dezelfde dag terugkeert.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest beantwoordt een vraag die zich stelt telkens een aanbesteder zijn beslissing intrekt terwijl de beroepstermijn nog loopt: moet de inschrijver dan nog een annulatieberoep indienen, en wie draagt de kosten als hij dat doet? De gemeente Olne vond dat de verzoekende partijen zich de procedure hadden kunnen besparen, omdat zij de intrekking kenden vóór ze hun verzoekschrift neerlegden. De Raad van State ziet het anders. Een intrekking is pas definitief als ze aan alle inschrijvers is betekend en niemand ze binnen de termijn aanvecht. Zolang dat niet vaststaat, loopt de inschrijver het risico dat de intrekking zelf wordt aangevochten of ingetrokken en dat zijn beroepstermijn tegen de oorspronkelijke toewijzing intussen verstreken is. Een beroep instellen om die termijn te vrijwaren is dus geen misbruik maar voorzichtigheid, en de aanbesteder die de situatie zelf heeft gecreëerd, betaalt ervoor. Het arrest is ook een van de relatief zeldzame zaken over een concessie in plaats van een klassieke overheidsopdracht: een ‘contrat de fortage’ voor een steengroeve valt onder hetzelfde contentieux, met dezelfde kostenregels. Ten slotte bevestigt het dat de indexering van de rechtsplegingsvergoeding tot 770 euro sinds 9 juli 2022 wordt toegepast op elke zaak die na die datum wordt beslecht, ook als het verzoekschrift in 2020 werd ingediend, en dat het basisbedrag bij meerdere verzoekende partijen tussen hen wordt verdeeld en niet vermenigvuldigd.

De les

Voor inschrijvers: laat een lopende beroepstermijn nooit verstrijken omdat de aanbesteder ‘toch heeft ingetrokken’. Zolang de intrekking niet aan alle inschrijvers is betekend en de termijn om ze aan te vechten niet is verstreken, dient u uw annulatieberoep in om uw rechten te vrijwaren; de Raad rekent u dat niet aan en kent u de rechtsplegingsvergoeding toe. Vraag daarbij uitdrukkelijk het basisbedrag: het geïndexeerde bedrag van 770 euro geldt voor elke zaak die na 9 juli 2022 wordt beslecht. Weet wel dat één vergoeding wordt verdeeld over alle verzoekende partijen samen. Voor aanbesteders: wilt u vermijden dat er nog een beroep volgt na uw intrekking, betekent die dan onmiddellijk en volledig aan alle inschrijvers, met de beroepsmogelijkheden en termijnen, en overweeg de betrokkenen te laten weten dat u de beslissing niet zult hernemen. Maar reken er niet op dat de Raad de kosten bij de inschrijver legt omdat die ‘al wist’ van de intrekking: zolang ze niet definitief is, blijft u de in het ongelijk gestelde partij.

Te onthouden

  • Een intrekking van de toewijzingsbeslissing maakt het annulatieberoep zonder voorwerp zodra ze definitief is: betekend aan alle inschrijvers en niet binnen de termijn aangevochten.
  • Een inschrijver die zijn annulatieberoep indient terwijl de intrekking hem al is meegedeeld maar nog niet definitief is en zijn beroepstermijn afloopt, handelt niet verwijtbaar; de aanbesteder draagt de kosten.
  • De intrekking geldt als een verkapte vernietiging: de gemeente is de in het ongelijk gestelde partij (art. 30/1 gecoördineerde wetten) en betaalt rolrechten (800 euro), bijdrage (20 euro) en rechtsplegingsvergoeding (770 euro).
  • Het geïndexeerde basisbedrag van 770 euro (MB 22 juni 2022, in werking op 9 juli 2022) geldt voor zaken die na die datum worden beslecht, ook al werd het beroep in 2020 ingesteld.
  • Bij vier verzoekende partijen wordt één rechtsplegingsvergoeding toegekend, elk voor een vierde.
  • Concessies zoals een ‘contrat de fortage’ voor een steengroeve volgen dezelfde regels inzake intrekking en kosten als klassieke overheidsopdrachten.
  • De intrekking volgde vier dagen na het UDN-arrest nr. 249.195 dat de schorsing had verworpen; het dictum van dit arrest spreekt niettemin van het opheffen van ‘de bij dat arrest bevolen schorsing’.

Waarop letten

  • Het tijdsverloop: toewijzing 29 oktober 2020, UDN-arrest 10 december, intrekking 14 december, betekening 16 december, annulatieberoep 24 december 2020 — en pas op 23 november 2022 het arrest.
  • De rechtsplegingsvergoeding wordt gedeeld tussen meerdere verzoekende partijen; wie in combinatie procedeert, krijgt geen veelvoud.
  • De formulering in het dictum over een opgeheven schorsing die volgens de procesbeschrijving nooit werd bevolen — hetzelfde in arrest nr. 255.089.
  • De kosten van de UDN-procedure waren al bij arrest nr. 249.195 vereffend; dit arrest regelt enkel de kosten van het annulatieberoep.

Stel jezelf de vraag

Is de intrekking die u ontving al definitief — betekend aan alle inschrijvers, met de beroepsmogelijkheden, en is de termijn om ze aan te vechten verstreken — of loopt uw eigen beroepstermijn intussen af? Dient u in dat geval een annulatieberoep in om uw rechten te vrijwaren, wetend dat de Raad u dat niet als lichtzinnigheid aanrekent? Hebt u het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gevraagd, en weet u dat het bij meerdere verzoekers wordt verdeeld? Beseft u als aanbesteder dat een intrekking tijdens de beroepstermijn u niet vrijstelt van de kosten van een daarna ingesteld beroep? En werkt u met een concessie: weet u dat dezelfde regels over intrekking en kosten gelden als bij een klassieke overheidsopdracht?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →