Delta Maintenance krijgt de schorsing, de huisvestingsmaatschappij trekt in — en wie een annulatieberoep zonder voorwerp ziet verklaren, krijgt de 20 % UDN-verhoging op de rechtsplegingsvergoeding niet
Nadat de Raad van State op 1 oktober 2020 de gunning door de Société de Logements du Plateau van een onderhoudsopdracht voor verwarmingsinstallaties aan JPAL bij uiterst dringende noodzakelijkheid had geschorst, trok de huisvestingsmaatschappij die gunning op 28 oktober 2020 in; het annulatieberoep van Delta Maintenance werd daardoor zonder voorwerp, de schorsing werd opgeheven en de maatschappij betaalt als verkapt vernietigde partij de kosten — maar de gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 1.400 euro ‘voor de twee instanties’ wordt herleid tot het geïndexeerde basisbedrag van 770 euro, omdat de 20 %-verhoging voor een UDN-vordering met annulatieberoep niet verschuldigd is wanneer dat beroep zonder voorwerp wordt verklaard.
Wat gebeurde er?
De Société de Logements du Plateau, een sociale huisvestingsmaatschappij, gunde op 17 juni 2020 de opdracht voor het onderhoud en de depannage van de individuele en collectieve verwarmingsinstallaties en van de gas- en mazoutboilers in haar woningen aan JPAL uit Luik, de inschrijver met de economisch voordeligste offerte op basis van de prijs: een gecontroleerd offertebedrag van 188.791,31 euro excl. btw, of 200.118,85 euro met 6 % btw, voor twee jaar, eenmaal verlengbaar met twee jaar (dus maximaal vier jaar). De NV Delta Maintenance, afgewezen inschrijver, vocht die beslissing aan. Bij arrest nr. 248.416 van 1 oktober 2020 beval de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en verwierp hij het verzoek voor het overige. Op 21 oktober 2020 diende Delta Maintenance haar annulatieberoep in; de huisvestingsmaatschappij vroeg op 30 oktober 2020 de voortzetting van de procedure, maar liet per brief van 10 december 2020 weten dat zij de bestreden beslissing al op 28 oktober 2020 had ingetrokken. Die intrekking werd op 15 januari 2021 per aangetekende brief aan alle inschrijvers betekend, met vermelding van de beroepsmogelijkheden en de na te leven vormen en termijnen; geen enkele inschrijver vocht ze binnen de termijn aan. Eerste auditeur-afdelingshoofd Christian Amelynck stelde een verslag op, en bij beschikking van 1 augustus 2022 stelde de kamer voor de zaak zonder terechtzitting af te handelen; geen partij vroeg een zitting. De Raad stelde vast dat de intrekking definitief was en het beroep zijn voorwerp had verloren. Voor de kosten paste hij de vaste leer toe: het verdwijnen van de bestreden akte door intrekking is een vorm van verkapte vernietiging (‘succédané d’une annulation contentieuse’), zodat de verwerende partij als de in het ongelijk gestelde partij geldt in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten. Delta Maintenance had een rechtsplegingsvergoeding van 1.400 euro gevraagd ‘voor de twee instanties’. De Raad herinnerde aan artikel 67, § 2 van het algemeen procedurereglement: het basisbedrag wordt met 20 % verhoogd wanneer een UDN-vordering samen met een annulatieberoep wordt ingesteld, maar het derde lid bepaalt dat geen verhoging verschuldigd is, onder meer wanneer de afdeling bestuursrechtspraak beslist dat het annulatieberoep zonder voorwerp is. De vergoeding werd dus beperkt tot het basisbedrag, zoals geïndexeerd bij ministerieel besluit van 22 juni 2022: 770 euro. Het dictum: de schorsing van 1 oktober 2020 wordt opgeheven, er hoeft niet meer over het annulatieberoep te worden geoordeeld, en de Société de Logements du Plateau draagt de kosten — rolrechten van 400 euro, bijdragen van 40 euro en de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest bevestigt het bekende mechanisme — schorsing, intrekking, beroep zonder voorwerp, aanbesteder betaalt — maar voegt er een concrete rekenregel aan toe die in de praktijk vaak over het hoofd wordt gezien. Wie een UDN-vordering instelt die vergezeld gaat van een annulatieberoep, heeft in principe recht op een rechtsplegingsvergoeding die 20 % hoger ligt dan het basisbedrag (artikel 67, § 2 van het procedurereglement). Maar die verhoging vervalt zodra de Raad het annulatieberoep zonder voorwerp verklaart, wat precies gebeurt wanneer de aanbesteder zijn beslissing intrekt. Delta Maintenance vroeg 1.400 euro voor ‘beide instanties’ en kreeg 770 euro: het basisbedrag zoals het sinds 9 juli 2022 geïndexeerd is. Het arrest illustreert daarmee twee dingen tegelijk. Ten eerste dat de indexering van 2022 ook geldt voor procedures die vóór die datum werden ingeleid maar erna worden beslecht. Ten tweede dat een intrekking voor de aanbesteder niet alleen een manier is om een geschorste gunning recht te zetten, maar ook de rekening van de tegenpartij beperkt: de verhoogde vergoeding voor het dubbele beroep gaat verloren, ook al was het de schorsing die de intrekking uitlokte. Voor inschrijvers is het een nuttige correctie op te hoge verwachtingen: het praktische resultaat (de gunning is weg) is binnen, de kosten worden vergoed, maar het bedrag blijft bescheiden tegenover de kost van een UDN-procedure. Merk ten slotte op hoe lang zo’n formele afwikkeling kan duren: de intrekking dateerde van oktober 2020, het arrest van november 2022.
De les
Voor inschrijvers: reken bij een intrekking na schorsing niet op de 20 %-verhoging van de rechtsplegingsvergoeding voor het gecombineerde UDN- en annulatieberoep; artikel 67, § 2, derde lid sluit ze uit zodra het annulatieberoep zonder voorwerp wordt verklaard. Vraag het basisbedrag en de kosten, en begroot uw processtrategie op die realiteit. Controleer wel of de intrekking correct aan alle inschrijvers werd betekend, met de beroepsmogelijkheden, want pas dan is ze definitief en valt de zaak zonder voorwerp. Voor aanbesteders: een geschorste gunning intrekken is een legitieme uitweg, maar u blijft de in het ongelijk gestelde partij en betaalt rolrechten, bijdragen en de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding — zij het zonder de UDN-verhoging. Betekent u de intrekking meteen en volledig, dan sluit u de procedure sneller af dan hier, waar tussen intrekking en arrest ruim twee jaar verstreek.
Te onthouden
- Trekt de aanbesteder een geschorste gunning definitief in, dan verliest het annulatieberoep zijn voorwerp en wordt de UDN-schorsing opgeheven; de aanbesteder geldt als de in het ongelijk gestelde partij (art. 30/1 gecoördineerde wetten).
- De 20 %-verhoging van de rechtsplegingsvergoeding bij een UDN-vordering met annulatieberoep (art. 67, § 2 procedurereglement) is niet verschuldigd wanneer het annulatieberoep zonder voorwerp wordt verklaard (art. 67, § 2, derde lid).
- Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedraagt sinds 9 juli 2022 770 euro (MB 22 juni 2022), ook voor eerder ingeleide zaken die daarna worden beslecht.
- Delta Maintenance vroeg 1.400 euro ‘voor de twee instanties’ en kreeg 770 euro; daarnaast draagt de huisvestingsmaatschappij 400 euro rolrechten en 40 euro bijdragen.
- De intrekking is pas definitief als ze aan alle inschrijvers is betekend met de beroepsmogelijkheden en niemand ze tijdig aanvecht; hier gebeurde de betekening op 15 januari 2021, bijna drie maanden na de intrekking.
- De zaak werd zonder terechtzitting afgehandeld (art. 26, § 2 procedurereglement) na een verslag van de auditeur.
Waarop letten
- Het verschil tussen het praktische resultaat (de gunning is van de baan) en het financiële resultaat (basisbedrag, geen verhoging).
- De timing van de betekening van de intrekking: zij bepaalt wanneer de intrekking definitief wordt en dus wanneer het beroep zonder voorwerp valt.
- De lange doorlooptijd van een formele afwikkeling: intrekking in oktober 2020, arrest in november 2022.
- De kostenverdeling verschilt van zaak tot zaak: rolrechten en bijdragen hangen af van het aantal verzoekende partijen en de ingestelde vorderingen.
Stel jezelf de vraag
Weet u dat de 20 %-verhoging van de rechtsplegingsvergoeding voor een UDN-vordering met annulatieberoep vervalt wanneer dat annulatieberoep zonder voorwerp wordt verklaard? Hebt u uw vordering tot rechtsplegingsvergoeding daarop afgestemd, of vraagt u een bedrag ‘voor beide instanties’ dat de Raad toch zal herleiden? Kent u het geïndexeerde basisbedrag dat sinds 9 juli 2022 geldt (770 euro)? Hebt u als aanbesteder de intrekking aan álle inschrijvers betekend met vermelding van de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen? En beseft u dat een intrekking u niet ontslaat van de kosten, maar ze wel begrenst?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →