opheffing_schorsing Nederlandstalig college

Wie na een gewonnen schorsing geen annulatieberoep indient, ziet ze weer opgeheven — maar De Vlaamse Waterweg betaalt wel de rekening

Arrest nr. 255137 · 29 november 2022 · XIIe kamer

De NV Hye had de UDN-schorsing verkregen van de gunning van het onderhoud op het land in district 2 (bestek ARC-21-0035) aan de NV De Brandt, maar diende daarna geen annulatieberoep in, zodat de Raad van State de schorsing verplicht moest opheffen; omdat De Vlaamse Waterweg de gunningsbeslissing intussen op 8 maart 2022 had ingetrokken, draagt zij niettemin de kosten en de rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

Wat gebeurde er?

De NV De Vlaamse Waterweg gunde op 18 januari 2022 de opdracht ‘Onderhoud op het land en dringende interventies – Afdeling Regio Centraal – district 2’ (bestek nr. ARC-21-0035) aan de NV De Brandt. De NV Hye vocht die gunning op 3 februari 2022 aan bij uiterst dringende noodzakelijkheid en haalde haar slag thuis: bij arrest nr. 253.138 van 1 maart 2022 schorste de Raad van State de tenuitvoerlegging. Een week later, op 8 maart 2022, trok De Vlaamse Waterweg de gunningsbeslissing in — wat Hye de Raad pas bij brief van 15 september 2022 meedeelde. Een verzoekschrift tot nietigverklaring diende Hye evenwel nooit in. Daarmee trad het automatisme van artikel 17, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten in werking: dient de verzoeker na een UDN-schorsing geen annulatieberoep in, dan is de Raad ertoe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. De zaak werd, met instemming van de partijen, zonder terechtzitting afgehandeld. De opheffing is in dit geval een formaliteit zonder praktisch gevolg — de geschorste beslissing bestond door de intrekking al niet meer — maar over de kosten viel wel iets te beslissen: gelet op die intrekking legde de Raad het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 22 euro en de door Hye gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten laste van De Vlaamse Waterweg. De tussenkomende partij De Brandt draagt haar eigen tussenkomstrecht van 150 euro.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest illustreert een procedureel automatisme dat in de praktijk geregeld wordt onderschat: een UDN-schorsing is een voorlopige maatregel die enkel overeind blijft als er een annulatieberoep op volgt. Blijft dat uit, dan héft de Raad de schorsing op — hij heeft daarin geen beoordelingsmarge. Voor de inschrijver die na de schorsing zijn doel al bereikt zag (hier: de intrekking van de gunning een week na het schorsingsarrest), lijkt een annulatieberoep overbodige moeite, en dat was het praktisch gezien ook; de opheffing verandert niets meer aan een ingetrokken beslissing. Maar het arrest toont ook de veiligere route voor de kostenregeling: net als bij de verkapte vernietiging draagt de aanbesteder die zijn geschorste beslissing intrekt de kosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding. Hye recupereerde zo 700 euro zonder ooit een beroep ten gronde te voeren. Voor aanbesteders is de les spiegelbeeldig: een snelle intrekking na een schorsingsarrest beëindigt het geschil, maar niet de factuur.

De les

Weeg als inschrijver na een gewonnen UDN-schorsing bewust af wat u doet met de vervaltermijn voor het annulatieberoep. Trekt de aanbesteder de beslissing snel in, dan kunt u het beroep achterwege laten — de schorsing wordt dan later formeel opgeheven, maar dat raakt u niet meer, en uw kosten en rechtsplegingsvergoeding kunt u toch recupereren. Blijft de intrekking daarentegen uit, dan is het annulatieberoep geen optie maar een noodzaak: zonder beroep valt uw schorsing weg en herleeft de gunning. Meld een intrekking ook tijdig aan de Raad — hier vernam die het pas een half jaar later. Voor aanbesteders: door een geschorste gunning in te trekken beperkt u de schade, maar u blijft de in het ongelijk gestelde partij die rolrecht, bijdrage en rechtsplegingsvergoeding draagt.

Te onthouden

  • Dient de verzoeker na een UDN-schorsing geen verzoekschrift tot nietigverklaring in, dan is de Raad van State krachtens artikel 17, § 4, derde lid, van de gecoördineerde wetten verplicht de schorsing op te heffen.
  • De intrekking van de geschorste gunningsbeslissing maakt de opheffing praktisch zonder gevolg, maar bepaalt wél de kostenregeling: de aanbesteder draagt rolrecht (200 euro), bijdrage (22 euro) en rechtsplegingsvergoeding (700 euro).
  • De tussenkomende begunstigde draagt enkel het eigen tussenkomstrecht van 150 euro.
  • De zaak kan met toepassing van artikel 26, § 2, van het Regentsbesluit zonder openbare terechtzitting worden afgehandeld als geen partij erom vraagt.

Waarop letten

  • De vervaltermijn voor het annulatieberoep na een UDN-schorsing: wie ze laat verstrijken zonder ingetrokken beslissing, verliest zijn schorsing.
  • De rechtsplegingsvergoeding moet gevraagd worden; ze volgt niet automatisch.
  • Communiceer een intrekking van de bestreden beslissing tijdig aan de Raad.
  • Dit arrest is de tweelingzaak van arrest nr. 255.138 van dezelfde dag over district 2, bestek ARC-21-0034.

Stel jezelf de vraag

Weet u dat een UDN-schorsing automatisch wordt opgeheven wanneer u geen annulatieberoep indient — en hebt u die termijn bewust in uw procesagenda staan? Is de bestreden beslissing effectief en definitief ingetrokken vóór u beslist om geen beroep ten gronde te voeren? Vraagt u in uw UDN-verzoekschrift de rechtsplegingsvergoeding, zodat u ze ook bij een intrekking kunt recupereren? En als aanbesteder: beseft u dat een intrekking na schorsing u de kosten van de procedure oplevert, ook als er nooit een arrest ten gronde komt?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →