Sportfunctionaris én account manager van de softwareleverancier van zijn gemeente: Lubbeek mag die dubbele pet verbieden
De Raad van State weigert de schorsing van het collegebesluit waarbij de gemeente Lubbeek haar sportfunctionaris Tom Harding verplichtte zijn handelsagentuur bij TicketGang — de firma aan wie de gemeente in 2018 haar online-inschrijvingssysteem had gegund — stop te zetten: de schijn van belangenvermenging en artikel 6 van de Wet Overheidsopdrachten wegen zwaarder dan het jarenlange gedogen.
Wat gebeurde er?
Tom Harding is sinds 1 mei 2008 statutair sportfunctionaris van de gemeente Lubbeek en sinds 15 april 2012 via een handelsagentuurovereenkomst verbonden met TicketGang, aanbieder van online-inschrijvingsplatformen voor vrijetijdsactiviteiten; op de website van de firma staat hij als enige account manager, vergoed met een vast bedrag per aangebracht contract en commissies. In 2014 dong TicketGang mee naar de gemeentelijke opdracht voor een online-inschrijvingssysteem, maar die ging naar Accompan.E. Toen die firma haar activiteit staakte, werd de opdracht op 22 oktober 2018 wél aan TicketGang gegund. Eind 2018 ontdekte een medewerker ‘toevallig’, via de website van TicketGang, de dubbele rol van Harding. Het Agentschap Binnenlands Bestuur adviseerde op 14 december 2018 om concreet te beoordelen of er een belangenconflict of de indruk daarvan bestond; de intrekking van de gunning werd op de collegeagenda van 7 januari 2019 gezet, maar er onbehandeld weer van gehaald. De zaak bleef jaren liggen, tot corona de gemeente begin 2022 dwong na te denken over een uitbreiding van het systeem met een zaalreservatiemodule — een aanzienlijke meerkost die mogelijk een nieuwe gunningsprocedure vergde, waarbij TicketGang evident betrokken zou worden. Na een hoorzitting op 11 april 2022 besliste het college op 14 april 2022 dat Harding elke nevenwerkzaamheid bij TicketGang moest staken en zijn handelsagentuurovereenkomst moest opzeggen, met een overgangsperiode van maximaal zes maanden. Harding vorderde de schorsing: de maatregel zou een verkapte tuchtstraf zijn, disproportioneel, en in strijd met het vertrouwensbeginsel na jaren van gedogen. De Raad van State volgde hem niet: als diensthoofd Sport gebruikt hij rechtstreeks de diensten van TicketGang en is hij normaal betrokken bij de uitvoering én bij toekomstige opdrachten, terwijl hij tegelijk door diezelfde firma wordt betaald — dat compromitteert op het eerste gezicht zijn onafhankelijkheid, is problematisch in het licht van artikel 6 van de Wet Overheidsopdrachten, en bezwaart blijkens de verklaringen van collega’s de goede werking van de dienst. Ook het jarenlange stilzitten redt hem niet: de nieuwe feiten van 2022 lieten de gemeente toe haar passiviteit rechtmatig bij te stellen. Geen ernstig middel, dus verwerping van de vordering.
Waarom doet dit ertoe?
Arresten over artikel 6 van de Wet Overheidsopdrachten zijn schaars, en dit is er een dat de bepaling tanden geeft. De Raad van State aanvaardt dat de verplichting om belangenconflicten te voorkomen niet alleen speelt bij de plaatsing, maar ook tijdens de uitvoering en met het oog op tóékomstige opdrachten — en dat ze een aanbesteder kan verplichten om in het eigen personeelsbestand in te grijpen. Opvallend is dat een effectief bewezen partijdigheid niet nodig was: de schijn van belangenvermenging volstond, samen met de vaststelling dat collega’s bezwaarlijk onbevangen konden oordelen over een firma waarvan de belangen die van hun diensthoofd raakten. Even belangrijk is wat het arrest zegt over gedogen: dat de gemeente de dubbele pet al sinds eind 2018 kende en er niets aan deed — de intrekking van de gunning stond zelfs even op de agenda — belet niet dat nieuwe feiten, hier de nakende uitbreiding met een zaalreservatiemodule, een nieuwe belangenafweging rechtvaardigen. Het vertrouwensbeginsel biedt geen eeuwigdurende vrijgeleide. Voor de aanbestedingspraktijk is dit een dubbele waarschuwing: wie als ambtenaar commerciële banden heeft met een leverancier van zijn bestuur, leeft op geleende tijd; en wie als aanbesteder zo'n situatie laat aanslepen, kan — en moet soms — alsnog ingrijpen zodra een nieuwe gunning in zicht komt.
De les
Voor aanbesteders: neem artikel 6 van de Wet Overheidsopdrachten ernstig vóór een dossier ontspoort. Screen bij elke gunning en elke opdrachtuitbreiding of betrokken personeelsleden financiële of persoonlijke banden hebben met kandidaten, en documenteer de belangenafweging zoals Lubbeek dat deed: hoorzitting, motivering, onderzoek van alternatieven (overplaatsing, afspraken) en een overgangsperiode om de impact te milderen — precies die zorgvuldigheid droeg het besluit door de toets. Laat een gekend probleem niet jaren liggen: hier liep het goed af, maar het agendapunt over de intrekking van de gunning dat in 2019 onbehandeld werd afgevoerd, had ook anders kunnen aflopen. Voor bedrijven die met handelsagenten werken: besef dat een agent die tegelijk ambtenaar is bij een klant-overheid een risico vormt voor uw opdrachten zelf — een afgewezen concurrent kan er de regelmatigheid van de gunning mee aanvechten. En voor ambtenaren met een bijberoep: transparantie over uw nevenactiviteit beschermt u niet als de activiteit zelf onverenigbaar wordt met uw functie.
Te onthouden
- Artikel 6, § 1 van de Wet Overheidsopdrachten verplicht de aanbesteder belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen — bij de plaatsing én de uitvoering, en de Raad betrekt er ook toekomstige opdrachten bij.
- Een schijn van belangenvermenging volstaat: bewezen partijdigheid is niet vereist om een prohibitieve maatregel te dragen.
- Jarenlang gedogen (hier: sinds eind 2018) belet niet dat nieuwe feiten — de nakende uitbreiding met een zaalreservatiemodule — een nieuwe, rechtmatige belangenafweging mogelijk maken.
- De maatregel was geen verkapte tuchtstraf: het doel was de goede werking van de dienst en het wegnemen van de zweem van belangenvermenging, en de gevolgen stonden er in een redelijk verband van evenredigheid mee.
- De overgangsperiode van zes maanden, die Harding toeliet zijn handelsagentuur kosteloos te beëindigen, woog mee in het evenredigheidsoordeel.
Waarop letten
- Dit is een voorlopige beoordeling in een schorsingsprocedure (‘op het eerste gezicht’, ‘in de huidige stand van de procedure’) — het bodemgeschil kan in theorie anders uitvallen.
- De verklaringen van collega’s (stuk 18 van het administratief dossier) speelden een concrete rol: het ‘waas van belangenvermenging’ bezwaarde aantoonbaar de werking van de dienst.
- De gemeente onderzocht alternatieven (overplaatsing, afspraken over afzijdigheid) en motiveerde waarom die geen definitieve oplossing boden — een noodzakelijke stap voor de evenredigheid.
- De intrekking van de gunning aan TicketGang zelf werd in 2019 overwogen maar nooit doorgevoerd; het belangenconflict raakte hier de ambtenaar, niet de opdracht.
Stel jezelf de vraag
Weet u als aanbesteder van al uw sleutelmedewerkers of ze financiële banden hebben met inschrijvers of leveranciers, ook via handelsagentuur of commissies? Hebt u een procedure om zo'n belangenconflict te onderkennen en op te lossen, zoals artikel 6 van de Wet Overheidsopdrachten vereist — en past u ze ook toe vóór u een opdracht uitbreidt of opnieuw in de markt zet? Documenteert u bij een ingrijpende maatregel de gemaakte belangenafweging, de onderzochte alternatieven en de overgangsregeling? En als inschrijver: gaat u na of bij uw concurrenten personen betrokken zijn die aan beide kanten van de tafel zitten — en wat dat betekent voor de regelmatigheid van de procedure?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →