De SWDE trekt de gunning van haar terreinonderhoud in: Krinkels vangt bot ten gronde, maar krijgt wel 700 euro rechtsplegingsvergoeding
Nadat de Société wallonne des eaux haar beslissing van 11 maart 2022 om twee percelen terreinonderhoud (samen ruim 10,5 miljoen euro over acht jaar) te gunnen aan Petrisot en Laurenty zelf had ingetrokken, stelde de Raad van State vast dat de UDN-vordering van Krinkels zonder voorwerp was geworden — maar omdat de intrekking geldt als een verkapte vernietiging, draagt de SWDE de kosten en de rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Wat gebeurde er?
De Société wallonne des eaux gunde op 11 maart 2022 twee percelen van een dienstenopdracht voor het onderhoud van haar terreinen, met een theoretische looptijd van acht jaar (4 + 2 + 2 jaar verlengingen): perceel 1 (regio Bergen) aan Petrisot voor 527.606 euro per jaar exclusief btw, hetzij 4.220.848 euro over de volledige looptijd, en perceel 2 (regio Charleroi en Waals-Brabant) aan Laurenty Espaces Verts et Balayages voor 789.132 euro per jaar exclusief btw, hetzij 6.313.056 euro. De NV Krinkels vorderde op 28 maart 2022 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; Laurenty vroeg op 15 april 2022 om te mogen tussenkomen. Nog vóór de zitting van 21 april 2022 trok de SWDE haar gunningsbeslissing op 19 april 2022 in. Zij betekende die intrekking op 20 april 2022 per aangetekende brief en e-mail aan alle betrokken inschrijvers, met vermelding van de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen; de zaak werd sine die uitgesteld. Geen enkele inschrijver vocht de intrekking binnen de termijn aan, zodat zij definitief was toen de zaak op 23 november 2022 opnieuw voorkwam. De Raad van State kon enkel vaststellen dat er niets meer te beslissen viel. Voor de kosten paste hij zijn vaste rechtspraak toe: het verdwijnen van de bestreden akte door intrekking is een ‘succédané’ van een vernietiging, zodat de SWDE als de in het ongelijk gestelde partij geldt in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Omdat de SWDE geen enkel element aanvoerde dat een vermindering kon rechtvaardigen, kende de Raad Krinkels de gevorderde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe, plus het rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 22 euro. Laurenty draagt enkel het recht van 150 euro dat aan haar tussenkomst verbonden is.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest voegt op zich geen nieuwe rechtsregel toe, maar het toont het mechanisme van de intrekking als procesbeëindiger in zijn zuiverste vorm — en net daarom is het nuttig. Een UDN-vordering tegen een gunning van ruim tien miljoen euro dwong de aanbesteder binnen drie weken tot bezinning: de SWDE trok haar beslissing in twee dagen vóór de geplande zitting. Voor Krinkels betekende dat geen inhoudelijk arrest, wel het praktische resultaat dat de gunning van tafel was. De kostenregeling volgt dan een vast stramien: de intrekking geldt als verkapte vernietiging, de aanbesteder verliest, en de verzoeker recupereert zijn rechtsplegingsvergoeding — hier het toen geldende basisbedrag van 700 euro, integraal toegekend omdat de SWDE zelfs geen poging deed om een vermindering te bepleiten. Het arrest onderstreept ook het belang van een correcte betekening van de intrekking: pas doordat álle inschrijvers werden aangeschreven met vermelding van de beroepsmogelijkheden en niemand binnen de termijn reageerde, werd de intrekking definitief en kon de Raad de zaak afsluiten. Wie de recentere arresten nrs. 266.679 en 266.680 van 13 mei 2026 leest, ziet hetzelfde patroon: dit is bestendige rechtspraak waarop zowel inschrijvers als aanbesteders kunnen bouwen.
De les
Voor inschrijvers: een UDN-procedure kan haar doel al bereiken vóór er ook maar één middel inhoudelijk is onderzocht — de dreiging van een schorsing volstaat soms om de aanbesteder tot intrekking te bewegen. Vorder daarom altijd uitdrukkelijk de kosten én de rechtsplegingsvergoeding, want bij intrekking bent u de in het gelijk gestelde partij. Voor aanbesteders: een gunning intrekken wanneer een beroep kansen maakt, is vaak verstandiger dan procederen, maar reken op de kosten van de verzoeker als prijskaartje. Betekening is daarbij geen formaliteit: schrijf alle betrokken inschrijvers aan, vermeld de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen, en wacht de beroepstermijn af — pas dan is de intrekking definitief en het geschil werkelijk voorbij. En wilt u het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding betwisten, doe dat dan tijdig en gemotiveerd: wie niets aanvoert, betaalt het gevorderde bedrag integraal.
Te onthouden
- De intrekking van de bestreden gunningsbeslissing ontneemt het beroep zijn voorwerp; de Raad van State stelt enkel nog vast dat er niet meer hoeft te worden beslist.
- De intrekking geldt als een verkapte vernietiging: de aanbesteder is de in het ongelijk gestelde partij (art. 30/1 gecoördineerde wetten RvS) en draagt de kosten.
- De SWDE voerde geen enkel element aan om de rechtsplegingsvergoeding te verminderen; de Raad kende daarom het gevorderde basisbedrag van 700 euro integraal toe.
- De intrekking werd pas definitief doordat ze aan alle inschrijvers werd betekend met vermelding van de beroepsmogelijkheden en niemand ze binnen de termijn aanvocht.
- De tussenkomende begunstigde Laurenty draagt enkel het tussenkomstrecht van 150 euro; de SWDE betaalt het rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 22 euro.
Waarop letten
- De timing: de intrekking van 19 april 2022 kwam er twee dagen vóór de geplande UDN-zitting — een patroon dat vaker voorkomt wanneer het beroep kansen maakt.
- Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bedroeg hier nog 700 euro; sinds de indexatie van 9 juli 2022 is dat 770 euro (zie arrest nr. 255.354 van dezelfde dag).
- Een gunning per perceel betekent dat één beroep meerdere begunstigden kan raken; hier verdwenen beide percelen (Petrisot en Laurenty) samen met de ingetrokken beslissing.
- ‘Zonder voorwerp’ is geen inhoudelijk oordeel: over de wettigheid van de oorspronkelijke gunning zegt dit arrest niets.
Stel jezelf de vraag
Vordert u in uw UDN-verzoekschrift standaard de rechtsplegingsvergoeding en de andere kosten, zodat u bij een intrekking niet met lege handen staat? Weet u dat de aanbesteder die zijn gunning intrekt, als de in het ongelijk gestelde partij geldt, ook zonder dat één middel werd onderzocht? Betekent u als aanbesteder de intrekking aan álle inschrijvers, met de beroepsmogelijkheden en termijnen erbij? En voert u, als u de gevorderde rechtsplegingsvergoeding te hoog vindt, tijdig concrete elementen aan om ze te laten verminderen?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →