opheffing_schorsing Nederlandstalig college

Krinkels wint de UDN-schorsing van het groenonderhoud Kempen noord, laat geen vernietigingsberoep volgen — en draait zelf op voor 992 euro kosten

Arrest nr. 255455 · 11 januari 2023 · XIIe kamer

De NV Krinkels verkreeg in mei 2022 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunning van het groen- en netheidsonderhoud langs de Antwerpse gewest- en autosnelwegen (perceel 2, vervoerregio Kempen noord) aan de NV A.B.O.G., maar diende daarna nooit een vernietigingsberoep in, zodat de Raad van State de schorsing verplicht ophief en Krinkels — anders dan de inschrijver in het op dezelfde dag gewezen arrest nr. 255.456 — zelf het rolrecht, de bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan het Vlaamse Gewest moest betalen.

Wat gebeurde er?

De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken gunde op 1 april 2022 de dienstenopdracht ‘groen- en netheidsonderhoud op de gewest- en autosnelwegen in de afdeling Antwerpen — Perceel 2: vervoerregio Kempen noord’ aan de NV A.B.O.G. De NV Krinkels vocht die gunning op 25 april 2022 aan met een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, en haalde haar slag thuis: bij arrest nr. 253.859 van 24 mei 2022 schorste de Raad van State de tenuitvoerlegging van de gunningsbeslissing. Maar daar stopte het verhaal. Krinkels diende nadien geen verzoekschrift tot nietigverklaring in, en dan is artikel 17, § 4, derde lid van de gecoördineerde wetten onverbiddelijk: de Raad is ertoe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. De zaak werd zonder terechtzitting afgehandeld — geen van de partijen vroeg erom — en op 6 december 2022 in beraad genomen. Anders dan in de zaak G4S tegen de Federale Pensioendienst (arrest nr. 255.456 van dezelfde dag), had het Vlaamse Gewest zijn gunningsbeslissing níét ingetrokken. De kostenverdeling viel dus in het nadeel van de verzoekende partij uit: Krinkels draagt het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 22 euro en de door het Gewest gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. De tussenkomende partij A.B.O.G. probeerde nog haar eigen kosten, inclusief een rechtsplegingsvergoeding, op Krinkels te verhalen, maar ving bot: een tussenkomende partij draagt zelf de kosten van haar tussenkomst (rolrecht van 150 euro), en artikel 30/1, § 2, vierde lid sluit een rechtsplegingsvergoeding voor haar uitdrukkelijk uit. Het teveel betaalde recht van 222 euro werd aan Krinkels terugbetaald.

Waarom doet dit ertoe?

Samen met arrest nr. 255.456, op dezelfde dag door dezelfde kamervoorzitter gewezen, vormt dit arrest een tweeluik dat het kostenrisico na een UDN-schorsing haarscherp aftekent. Het mechanisme is identiek: wie na een schorsingsarrest geen vernietigingsberoep instelt, ziet de schorsing verplicht opgeheven. Het verschil zit in wat de aanbesteder intussen deed. In de zaak G4S had de aanbesteder de gunning zelf ingetrokken en betaalde hij dus de rekening; hier hield het Vlaamse Gewest voet bij stuk, herleefde de gunning aan A.B.O.G. door de opheffing, en werd Krinkels als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot 992 euro aan kosten. Een gewonnen kort geding kan zo alsnog uitmonden in een verloren zaak mét kostenveroordeling. Daarnaast bevestigt het arrest een regel die tussenkomende begunstigden moeten kennen: zij dragen hun eigen tussenkomstkosten en kunnen nooit een rechtsplegingsvergoeding krijgen, hoe gegrond hun tussenkomst ook was.

De les

Wie een UDN-schorsing verkrijgt, moet binnen de termijn een vernietigingsberoep laten volgen of bewust de gevolgen aanvaarden: de schorsing wordt opgeheven, de gunning herleeft en de kosten — hier 992 euro, inclusief 770 euro rechtsplegingsvergoeding aan de aanbesteder — komen op uw bord. De vergelijking met arrest nr. 255.456 leert dat de afloop volledig afhangt van wat de aanbesteder intussen doet: trekt hij in, dan betaalt hij; houdt hij stand, dan betaalt u. Onderhandel dus niet stilzwijgend verder in de veronderstelling dat de schorsing blijft duren. Voor tussenkomende begunstigden: reken nooit op een rechtsplegingsvergoeding — de wet sluit ze uit — en beschouw het tussenkomstrecht van 150 euro als de vaste prijs om uw gunning mee te verdedigen.

Te onthouden

  • Zonder vernietigingsberoep na een UDN-schorsing is de Raad van State verplicht de schorsing op te heffen (art. 17, § 4, derde lid).
  • Omdat het Vlaamse Gewest zijn gunning niet introk, gold Krinkels als de in het ongelijk gestelde partij: rolrecht 200 euro, bijdrage 22 euro en rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan het Gewest.
  • Een tussenkomende partij draagt zelf de kosten van haar tussenkomst (rolrecht 150 euro) en kan krachtens art. 30/1, § 2, vierde lid nooit een rechtsplegingsvergoeding krijgen.
  • Het spiegelarrest nr. 255.456 van dezelfde dag toont de omgekeerde uitkomst: daar had de aanbesteder wél ingetrokken en betaalde híj alle kosten.
  • Het door Krinkels teveel betaalde recht van 222 euro werd terugbetaald.

Waarop letten

  • De termijn voor het vernietigingsberoep na een UDN-schorsingsarrest: laten verstrijken betekent opheffing én kostenveroordeling.
  • De houding van de aanbesteder na de schorsing — intrekken of standhouden — bepaalt wie uiteindelijk de kosten draagt.
  • De uitgesloten rechtsplegingsvergoeding voor tussenkomende partijen, ongeacht de uitkomst van het geding.
  • De schriftelijke afhandeling via art. 26, § 2 Regentsbesluit: wie een zitting wil, moet erom vragen.

Stel jezelf de vraag

Hebt u na een gewonnen UDN-schorsing een bewuste beslissing genomen — en gedocumenteerd — over het al dan niet instellen van een vernietigingsberoep vóór de termijn verstrijkt? Beseft u dat de schorsing bij gebrek aan zo'n beroep verplicht wordt opgeheven en dat u dan als verliezende partij de rechtsplegingsvergoeding van de aanbesteder betaalt? Weet u als tussenkomende begunstigde dat u nooit een rechtsplegingsvergoeding kunt krijgen en zelf uw tussenkomstrecht draagt? En volgt u als aanbesteder na een schorsingsarrest actief op of de verzoeker doorzet, zodat u weet of de gunning kan herleven?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →