ISS trekt haar beroep tegen de Bpost-schoonmaakopdracht in na een dading: elke partij draagt haar eigen kosten
De schoonmaakonderneming ISS Facility Services betwistte de gunning door Bpost van de percelen 1 en 2 van de schoonmaakopdracht (bestek nr. 2021-1-021) aan Laurenty, maar deed na een tussen partijen gesloten akkoord afstand van haar beroep; de Raad van State nam daarvan akte, waarbij ISS haar eigen rolrechten droeg en geen van beide partijen de andere een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd was.
Wat gebeurde er?
Bpost, de naamloze vennootschap van publiek recht, gunde op 8 april 2022 de percelen 1 en 2 van een overheidsopdracht voor diensten aan Laurenty. De opdracht — vastgelegd in bestek nr. 2021-1-021 — betrof de schoonmaakactiviteiten bij Bpost, zowel van de gebouwen als van de voertuigen, en het operationeel beheer, met inbegrip van de vervangingen, van het schoonmaakpersoneel van Bpost. De gunningsbeslissing werd op 11 april 2022 per aangetekende brief en per e-mail aan ISS Facility Services meegedeeld. ISS, die eveneens had ingeschreven, stelde op 10 juni 2022 bij de Raad van State een beroep tot vernietiging van die beslissing in. De procedure liep niet ten gronde uit. Met een brief van 22 augustus 2022 liet ISS weten dat zij afstand wilde doen van haar beroep. Uit diezelfde brief bleek dat de partijen een akkoord hadden gesloten: ISS zou de door haar betaalde rolrechten dragen en geen van beide partijen zou de andere een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd zijn. Bpost bevestigde dat akkoord in een brief van 24 augustus 2022. Auditeur-adjunct Marie Lambert de Rouvroit stelde een verslag op krachtens artikel 59 van het algemeen procedurereglement, en de partijen werden opgeroepen voor de zitting van 14 december 2022. Niets stond aan de afstand in de weg. De Raad van State nam akte van de afstand van geding en verwees ISS in de kosten: een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. Overeenkomstig het akkoord kende hij geen rechtsplegingsvergoeding toe.
Waarom doet dit ertoe?
Dit korte arrest illustreert de meest sereine manier om een aanbestedingsgeschil te beëindigen: een dading tussen de inschrijver en de aanbesteder, gevolgd door een afstand van geding. De winst voor beide partijen zit niet in een uitspraak over de regelmatigheid van de gunning — die komt er niet — maar in de beheersing van de kosten. Waar de verliezende partij normaal een rechtsplegingsvergoeding aan de tegenpartij verschuldigd is, spraken ISS en Bpost af dat elk zijn eigen kosten draagt en dat over en weer geen vergoeding verschuldigd is; de Raad respecteerde dat akkoord en beperkte de veroordeling van ISS tot haar eigen rolrecht en bijdrage. Het toont dat de rechtsplegingsvergoeding geen automatisme is maar een post waarover partijen bij een minnelijke regeling kunnen beschikken. Voor wie een overheidsopdracht betwist, is dit een nuttige herinnering dat een beroep bij de Raad van State ook een hefboom kan zijn om tot een onderhandelde oplossing te komen, zonder dat het tot een eindarrest hoeft te komen.
De les
Overweegt u een gunningsbeslissing aan te vechten, hou dan de minnelijke uitweg voor ogen: een dading met de aanbesteder kan het geschil beëindigen zonder inhoudelijk arrest, en u kunt daarbij afspreken dat elke partij haar eigen kosten draagt en dat er over en weer geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is. Leg zo’n akkoord schriftelijk vast en laat het door beide partijen bevestigen — hier deden ISS en Bpost dat bij brieven van 22 en 24 augustus 2022 — zodat de Raad van State er bij het akteren van de afstand rekening mee houdt. Weet wel dat u, ook bij een afstand, in beginsel uw eigen rolrechten en bijdragen draagt (hier 200 euro rolrecht en 22 euro bijdrage). Bent u aanbesteder, dan is een dading met afstand van geding een efficiënte manier om een betwiste opdracht van de gerechtelijke agenda te halen; de rechtsplegingsvergoeding is daarbij onderhandelbaar.
Te onthouden
- ISS betwistte de gunning van de percelen 1 en 2 (bestek nr. 2021-1-021) aan Laurenty, maar deed na een dading afstand van haar beroep.
- De Raad van State neemt akte van een vrijwillige afstand van geding zodra niets zich ertegen verzet.
- De partijen spraken af dat ISS haar eigen rolrechten draagt en dat geen van beide een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is; Bpost bevestigde dat akkoord.
- De Raad respecteerde het akkoord en beperkte de kosten van ISS tot een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro, zonder rechtsplegingsvergoeding.
- De rechtsplegingsvergoeding is geen automatisme maar een post waarover partijen bij een minnelijke regeling kunnen beschikken.
Waarop letten
- De schriftelijke vastlegging en wederzijdse bevestiging van het kostenakkoord (hier de brieven van 22 en 24 augustus 2022).
- Dat u ook bij een afstand van geding in beginsel uw eigen rolrechten en bijdragen draagt.
- Het verschil tussen een dading met afstand van geding en een inhoudelijke uitspraak over de regelmatigheid van de gunning.
- Dat een beroep bij de Raad van State ook een hefboom naar een onderhandelde oplossing kan zijn.
Stel jezelf de vraag
Hebt u onderzocht of een minnelijke regeling met de aanbesteder een sneller en goedkoper einde aan het geschil kan maken dan een procedure ten gronde? Als u afstand doet na een akkoord, hebt u dan schriftelijk vastgelegd wie welke kosten draagt en dat geen van beide partijen een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is? Beseft u dat u ook bij een afstand van geding in beginsel uw eigen rolrechten en bijdragen draagt? En als aanbesteder: is een dading met afstand van geding voor u een aanvaardbare manier om een betwiste gunning af te sluiten?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →