Schorsing gunning wetenschappelijke evaluatie Medical First Responder aan KU Leuven — FOD Volksgezondheid schond patere legem door referentie EVapp-project als te eenzijdig te verwerpen op grond van niet in het bestek opgenomen vereisten — het bestek stelde geen eisen aan de deeldomeinen van de referentie terwijl de opdracht zelf specifiek op hartstilstand was gericht
De Raad van State schorste de gunning van de opdracht voor de follow-up van de wetenschappelijke evaluatie van het concept Medical First Responder aan KU Leuven RD, oordelend dat de FOD Volksgezondheid het beginsel patere legem quam ipse fecisti had geschonden door de referentie van Prior-IT inzake het EVapp-project als te eenzijdig te verwerpen omdat deze enkel betrekking had op hartstilstand, terwijl het bestek geen vereisten stelde aangaande de deeldomeinen die de referentie moest bestrijken en de opdracht zelf in concreto was gericht op een Medical First Responder-systeem bij hartstilstand.
Wat gebeurde er?
De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu schreef via openbare procedure een dienstenovereenkomst uit voor de 'uitvoering van de follow-up van een wetenschappelijke evaluatie met betrekking tot de implementatie van het concept Medical First Responder', met het oog op de integratie ervan in de wet van 1964 tot regeling van de dringende geneeskundige hulpverlening (DGH) in België. De opdracht beoogde onder meer een kosten-batenanalyse van een burgerhulpverleningssysteem bij een oproep naar de 112-centrale met aanwijzingen voor een hartstilstand. Een eerste studie was eerder in 2020 gegund aan KU Leuven (Research & Development). De gunningscriteria waren prijs (50%), uitvoeringstermijn (30%) en kwaliteit van de methodologie (20%). Het bestek bevatte als tweede selectiecriterium inzake technische bekwaamheid dat de inschrijver moest beschikken 'over een referentie voor elk van de volgende studies, die werden uitgevoerd tijdens de laatste drie jaren: wetenschappelijke studies over dringende geneeskundige hulpverlening en wetenschappelijke studies over de Medical First Responder', met een minimumbedrag van 100.000 euro btw inbegrepen per referentie. Twee inschrijvers dienden een offerte in: Prior-IT en KU Leuven RD. Prior-IT legde vier referenties voor, waaronder het proefproject EVapp Hoogstraten (in opdracht van de FOD Volksgezondheid/Nationale Raad voor DGH) en een wetenschappelijke onderzoekslijn burgerhulpverlening (in opdracht van vzw EVapp). De verwerende partij beschouwde deze twee referenties als één referentie ('de referentie van het EVapp project') en oordeelde dat Prior-IT weliswaar ervaring had met Medical First Responder en dus DGH, maar dat deze ervaring 'enkel beperkt tot hartstilstand' was en dus 'een relevante maar eenzijdige ervaring' vormde. De twee andere referenties (triagesoftware 112-noodcentrales en medische expertise B-FAST) voldeden niet, wat niet werd betwist. Op 11 december 2023 werd de opdracht gegund aan KU Leuven RD. Prior-IT stelde een enig middel in, gestoeld op schending van artikel 71 wet overheidsopdrachten 2016, artikel 65 KB plaatsing 2017, het beginsel patere legem, de materiële motiveringsplicht en het gelijkheids-, niet-discriminatie- en transparantiebeginsel. De Raad van State stelde vast dat uit de bestekbepaling op het eerste gezicht niet kon worden afgeleid dat twee afzonderlijke referenties moesten worden voorgelegd — minstens was de bepaling onduidelijk en leek de bestreden beslissing zelf aan te nemen dat één referentie voor beide studies kon volstaan. De Raad oordeelde vervolgens dat het motief dat de referentie onvoldoende was omdat zij 'enkel beperkt tot hartstilstand' was, op het eerste gezicht niet deugdelijk was: het bestek legde geen vereisten op aangaande de deeldomeinen die de wetenschappelijke studie over DGH diende te bestrijken, en het voorwerp van de opdracht was blijkens punt 7 van het bestek in concreto gericht op een Medical First Responder-systeem bij hartstilstand. Door het selectiecriterium zo in te vullen dat de ervaring een bepaald niveau moest bereiken dat niet in het bestek was opgenomen, had de verwerende partij op het eerste gezicht in strijd met haar eigen bestek gehandeld en het beginsel patere legem quam ipse fecisti geschonden. Het middel werd ernstig bevonden en de schorsing werd bevolen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest illustreert de strikte binding van de aanbestedende overheid aan haar eigen selectiecriteria bij de beoordeling van referenties. Wanneer het bestek slechts een referentie vereist voor een bepaald type studie, zonder nadere invulling van welke deeldomeinen die referentie moet bestrijken of welk ervaringsniveau vereist is, mag de overheid bij de beoordeling niet achteraf extra eisen toevoegen. Het is bijzonder relevant dat de Raad de beoordeling toetst aan het voorwerp van de opdracht zelf: wanneer de opdracht specifiek is gericht op een bepaald deeldomein (hier hartstilstand), kan de overheid een referentie met ervaring in precies dat deeldomein niet als te eenzijdig afwijzen. Het arrest bevestigt ook dat onduidelijke bestekbepalingen ten nadele van de aanbestedende overheid worden uitgelegd en niet ten nadele van de inschrijver.
De les
Als aanbestedende overheid: formuleer selectiecriteria voor referenties met voldoende precisie. Als u een bepaalde breedte of diepgang van ervaring verwacht, moet dit vooraf in het bestek worden opgenomen. U mag bij de beoordeling van referenties geen eisen hanteren die niet in de opdrachtdocumenten staan. Zorg er ook voor dat uw selectiecriteria consistent zijn met het voorwerp van de opdracht — als de opdracht zelf specifiek op een deeldomein is gericht, kunt u een referentie in dat deeldomein niet als te beperkt verwerpen. Als inschrijver: wanneer u wordt uitgesloten op grond van een beweerdelijk ontoereikende referentie, ga dan na of de door de overheid gehanteerde maatstaven effectief in het bestek stonden. Als het bestek geen nadere invulling geeft aan het vereiste ervaringsniveau, hebt u een sterk argument dat de overheid haar eigen regels heeft geschonden.
Stel jezelf de vraag
Als aanbestedende overheid: zijn de vereisten die u aan referenties stelt volledig opgenomen in het bestek? Hanteert u bij de beoordeling geen strengere maatstaven dan vooraf bekendgemaakt? Zijn uw selectiecriteria consistent met het specifieke voorwerp van de opdracht? Als inschrijver: heeft de overheid bij de evaluatie van uw referenties vereisten gehanteerd die niet in het bestek stonden? Dekt uw referentie het specifieke domein waarop de opdracht is gericht?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →