Verwerping Nederlandstalig college

UDN-vordering Cipal Schaubroeck tegen VITO-raamovereenkomst ICT-infrastructuur verworpen wegens laattijdigheid en gebrek aan voorwerp

Arrest nr. 260244 · 25 juni 2024 · XIIe kamer

Vordering verworpen: Cipal Schaubroeck's UDN-vordering tegen (1) het BAFO-bestek van de VITO-raamovereenkomst ICT-infrastructuur en (2) een vermeende impliciete beslissing om het voorwerp uit te breiden naar ANPR-camera's is onontvankelijk — het beroep tegen het bestek is meer dan een jaar te laat ingesteld, en het bestaan van een impliciete uitbreidingsbeslissing wordt niet aangetoond.

Wat gebeurde er?

VITO, als aankoopcentrale voor de Vlaamse overheid en Vlaamse lokale besturen, schrijft op 28 november 2022 een overheidsopdracht voor leveringen uit voor de aankoop, huur of leasing van ICT-infrastructuur (hard- en software en gerelateerde diensten), opgedeeld in zes percelen, via een mededingingsprocedure met onderhandeling. Perceel 4 betreft 'Netwerk & Security'. De raamovereenkomst wordt gesloten met meerdere opdrachtnemers per perceel, die via mini-competities deelopdrachten uitvoeren voor de aangesloten afnemers. Cipal Schaubroeck dient geen aanvraag tot deelneming in. Zesentwintig kandidaten doen dat wel. Voor perceel 4 worden vijf kandidaten geselecteerd en uitgenodigd een offerte in te dienen. Na onderhandelingen en een BAFO-ronde wordt perceel 4 op 19 september 2023 gegund aan drie inschrijvers, waaronder Proximus. Op 7 mei 2024 bevraagt Cipal Schaubroeck politiezone 'Het Houtsche' te Oostkamp over haar plannen inzake ANPR-camera's. De politiezone antwoordt op 8 mei 2024 dat zij 'na zorgvuldige overweging' heeft besloten het VITO-raamcontract te benutten. Cipal Schaubroeck leidt hieruit af dat VITO het voorwerp van de raamovereenkomst impliciet heeft uitgebreid naar ANPR-camera's. Op 22 mei 2024 dient zij een UDN-vordering in tegen twee beslissingen: (1) het BAFO-bestek en (2) de vermeende impliciete uitbreidingsbeslissing. Proximus komt tussen. De Raad van State onderzoekt eerst zijn eigen rechtsmacht: VITO is als aankoopcentrale lasthebber van de Vlaamse overheden en lokale besturen, en handelt als verlengstuk van die administratieve overheden — de exceptie van gebrek aan rechtsmacht wordt verworpen. De Raad van State noteert bovendien dat VITO zelf in de aankondiging en de gunningsbeslissing de Raad van State als verhaalinstantie had aangewezen. Over de eerste bestreden beslissing (het BAFO-bestek): de vordering is laattijdig. De beroepstermijn van vijftien dagen vangt aan bij de feitelijke kennisname. Cipal Schaubroeck had het bestek al eerder in bezit — zij voegt het zelf als stuk bij haar verzoekschrift — en kon reeds bij de publicatie op 28 november 2022 kennis nemen van het voorwerp en de omvang van de opdracht. Van een potentiële verzoekende partij die vermoedt benadeeld te worden, wordt verwacht dat zij binnen een redelijke termijn de haar ter beschikking staande middelen gebruikt om kennis te nemen van de beslissing. Zij kan de kennisname niet voor onbepaalde tijd uitstellen. De vordering, pas op 22 mei 2024 ingesteld, is ruimschoots laattijdig. Over de tweede bestreden beslissing (impliciete uitbreiding naar ANPR-camera's): er is geen enkel stuk voorgelegd waaruit blijkt dat VITO een dergelijke beslissing heeft genomen. Het e-mailbericht van de politiezone Het Houtsche betreft een andere overheid en is niet aan VITO toe te rekenen. VITO ontkent het bestaan van de beslissing. Er is geen bewijs dat de politiezone daadwerkelijk ANPR-camera's heeft besteld onder de raamovereenkomst. Bestuurlijke handelingen waarvan het bestaan niet is aangetoond, kunnen geen voorwerp zijn van een vordering tot schorsing. De vordering is onontvankelijk bij gebrek aan voorwerp. Cipal Schaubroeck draagt de kosten (rolrecht 200 EUR, bijdrage 24 EUR, rechtsplegingsvergoeding 770 EUR aan VITO).

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert twee procesrechtelijke valkuilen bij UDN-vorderingen. Ten eerste: wie niet deelneemt aan een plaatsingsprocedure maar later het bestek wil aanvechten, moet dit doen binnen vijftien dagen na feitelijke kennisname — niet na een zelfgekozen later moment. De verzoeker kan de beroepstermijn niet naar eigen goeddunken verschuiven. Ten tweede: een vordering tegen een vermeende impliciete beslissing waarvan het bestaan niet wordt aangetoond, is onontvankelijk bij gebrek aan voorwerp. Het arrest bevestigt ook dat een aankoopcentrale die als lasthebber van administratieve overheden optreedt, onder de rechtsmacht van de Raad van State valt, zelfs als zij formeel een private rechtspersoon is.

De les

Wie het bestek of de opdrachtdocumenten wil aanvechten, moet dit doen zodra men ervan kennis kan nemen — niet maanden of jaren later. De beroepstermijn van vijftien dagen loopt vanaf de feitelijke kennisname en kan niet voor onbepaalde tijd worden uitgesteld. Evenmin volstaat het om een impliciete beslissing af te leiden uit een e-mail van een derde overheid: zonder bewijs dat de verwerende partij daadwerkelijk een beslissing heeft genomen, is er geen voorwerp van beroep. Als marktspeler: volg aanbestedingspublicaties actief en onderneem tijdig actie.

Stel jezelf de vraag

Heb ik als potentiële verzoeker mijn vordering ingesteld binnen vijftien dagen na kennisname van de bestreden beslissing? Heb ik bewijs dat de beslissing die ik aanvecht daadwerkelijk bestaat — of baseer ik mij op een handeling van een derde partij? Heb ik de aanbestedende overheid tijdig bevraagd als ik twijfels had over het voorwerp van de opdracht?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →