Vordering tot schorsing verworpen als niet-ontvankelijk na intrekking gunningsbeslissing door Bruxelles-Propreté: retroactieve intrekking wegens onwettigheid heft het nadeel op – verzoekster beschouwd als in het gelijk gestelde partij voor de kosten
De Raad van State verwierp de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van GENETEC SA tegen Bruxelles-Propreté als niet-ontvankelijk, nadat Bruxelles-Propreté op 10 oktober 2025 de gunningsbeslissing van 26 augustus 2025 retroactief had ingetrokken wegens een in de vordering aangevoerde onwettigheid, waardoor GENETEC niet langer was benadeeld noch dreigde te worden benadeeld in de zin van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 — maar GENETEC werd wel als de in het gelijk gestelde partij beschouwd en Bruxelles-Propreté werd in de kosten verwezen.
Wat gebeurde er?
GENETEC SA diende op 3 oktober 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen twee beslissingen van Bruxelles-Propreté (Agence régionale pour la propreté): de gunningsbeslissing van 26 augustus 2025 en de beslissing tot niet-gunning van 19 september 2025, beide genotificeerd per e-mail op 22 september 2025. Bij beschikking van 6 oktober 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de terechtzitting bepaald op 17 oktober 2025. Op 13 oktober 2025 — vóór de terechtzitting — stelde Bruxelles-Propreté de Raad van State in kennis dat zij op 10 oktober 2025 de aangevochten beslissing impliciet had ingetrokken en had afgezien van de gunning van de litigieuze opdracht, en wel wegens een onwettigheid die in de vordering tot schorsing was aangevoerd. Ter terechtzitting werd zowel aan de verzoekende als aan de verwerende partij gevraagd of zij opmerkingen hadden over de gevolgen van deze intrekking voor de ontvankelijkheid van de vordering in het licht van de artikelen 14 en 15 van de wet van 17 juni 2013. Geen van beide partijen formuleerde opmerkingen. De Raad van State analyseerde de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 vereist dat de verzoeker benadeeld is of dreigt te worden benadeeld door de aangevoerde schending. De aangevochten beslissing was evenwel retroactief ingetrokken door de beslissing van Bruxelles-Propreté van 10 oktober 2025. Deze intrekking werkte met terugwerkende kracht tot de datum van de aangevochten beslissing. Hieruit volgde dat — zelfs indien de door GENETEC aangevoerde schendingen bewezen zouden zijn — deze GENETEC niet hadden benadeeld en evenmin dreigden te benadelen. Aangezien één van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 14 niet was vervuld, werd de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De vertrouwelijkheid van het stuk 5 van het dossier van GENETEC (de offerte) werd in dit stadium van de procedure gehandhaafd, nu deze niet werd betwist. Wat de kosten betreft: hoewel de vordering werd verworpen, werd GENETEC beschouwd als de partij die in het gelijk was gesteld, gelet op de intrekking van de aangevochten handeling. Bruxelles-Propreté werd verwezen in de kosten: rolrecht van 200 euro, bijdrage van 26 euro, en rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten gunste van GENETEC.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verfijnt de rechtspraak over de gevolgen van de intrekking van een gunningsbeslissing op hangende UDN-vorderingen. De Raad van State preciseert het juridische mechanisme: de retroactieve intrekking door de aanbestedende overheid wegens een in de vordering aangevoerde onwettigheid heft het nadeel op dat de verzoeker heeft geleden of dreigt te lijden. Daardoor is de ontvankelijkheidsvoorwaarde van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013 ('lésé ou risquant d'être lésé') niet langer vervuld en wordt de vordering niet-ontvankelijk. Het arrest bevestigt ook dat ondanks de verwerping van de vordering, de verzoeker als de in het gelijk gestelde partij wordt beschouwd wanneer de intrekking is ingegeven door de in de vordering aangevoerde onwettigheid — de verwerende partij draagt dan de kosten.
De les
Als aanbestedende overheid: wanneer je na het instellen van een UDN-vordering een onwettigheid in je gunningsbeslissing erkent, kan een retroactieve intrekking de vordering niet-ontvankelijk maken — maar je draagt de kosten. Dit is vaak te verkiezen boven een schorsingsarrest. Als inschrijver: zelfs wanneer de aanbestedende overheid de beslissing intrekt vóór de terechtzitting en je vordering wordt verworpen, word je als de in het gelijk gestelde partij beschouwd en krijg je de kosten terug. Vergeet niet om de vertrouwelijkheid van je offerte te vragen wanneer je deze als stuk neerlegt.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: is de bestreden beslissing ingetrokken? Zo ja, je vordering zal wellicht niet-ontvankelijk worden verklaard, maar je kan de kosten terugvorderen. Controleer of de intrekking effectief retroactief werkt en of er geen nieuwe beslissing is genomen die zelf aanvechtbaar is. Als aanbestedende overheid: overweeg je een intrekking? Wees je ervan bewust dat je als de in het ongelijk gestelde partij de kosten draagt.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →