Verwerping annulatieberoep tegen gunning bouw turnhal: wering offerte wegens niet-voorzien van coördinatie overige percelen is terecht — bestekbepaling voldoende duidelijk voor normaal zorgvuldige inschrijver
De Raad van State verwierp het annulatieberoep van NV S. tegen de gunning door de Gemeente Kalmthout van perceel 1 (architectuur en stabiliteit) van de bouw van een turnhal aan NV V., omdat de wering van NV S.'s offerte als substantieel onregelmatig terecht was: NV S. had in haar prijstoelichting uitdrukkelijk verklaard dat de coördinatie van de werken in de percelen 2 en 3 niet in haar offerte was begrepen, terwijl het bestek die coördinatieplicht duidelijk oplegde aan de aannemer van perceel 1.
Wat gebeurde er?
De Gemeente Kalmthout schreef een openbare procedure uit voor de bouw van een turnhal, onderverdeeld in drie percelen: perceel 1 'Architectuur en stabiliteit', perceel 2 'Technieken HVAC sanitair en geothermie' en perceel 3 'Technieken elektriciteit'. De prijs was het enig gunningscriterium. De geraamde waarde van perceel 1 bedroeg 2.705.311,76 euro exclusief btw. In het technisch bestek architectuur was onder post 01.01.70 'Werfinrichting en organisatie' als totale prijs (TP) een reeks subposten opgenomen, waaronder post 01.01.77 'Coördinatie van de verschillende werken' als pro memorie (PM). Deze post bepaalde dat de aannemer moest instaan voor de coördinatie van de werken uitgevoerd door zijn arbeiders, zijn onderaannemers én de coördinatie van de werken in de overige loten. Daaronder was ook een gedetailleerde taakstelling van de 'aannemer bouw voor alle loten' opgenomen, met onder meer de planning, werfinstallatie, dagelijkse opvolging en werfcoördinatie. Drie inschrijvers dienden een offerte in. NV S. bood de laagste prijs (2.926.747,77 euro), gevolgd door NV V. (3.112.874,00 euro) en NV B.M. (3.137.953,47 euro). De gemeente vroeg alle inschrijvers om een prijstoelichting over post 01.01.70. Na meerdere rondes van toelichting verklaarde NV S. uiteindelijk op 17 november 2021 dat de coördinatie van de werken in de percelen 2 en 3 niet in haar offerte was begrepen. Zij stelde dat het bestek geen pilootaanneming voorzag en interpreteerde de coördinatieplicht als beperkt tot de werken binnen perceel 1. Ook de derde inschrijver NV B.M. had de coördinatie van de overige percelen niet voorzien, evenals vier andere posten. Beide offertes werden substantieel onregelmatig verklaard. De opdracht werd op 13 december 2021 gegund aan de enige regelmatige inschrijver, NV V. In het eerste middel betoogde NV S. dat het bestek geen pilootaanneming vereiste en dat de coördinatieplicht enkel betrekking had op de werken binnen het eigen perceel. De Raad van State oordeelde dat de bewoordingen van artikel 01.01.77 zich niet tegen de interpretatie van de gemeente verzetten: het bestek bepaalde uitdrukkelijk dat de aannemer van perceel 1 moest instaan voor de coördinatie van de werken 'in de overige loten', en de taakstelling gold voor 'alle loten'. De verwijzingen naar de verantwoordelijkheid voor de eindopkuis 'ongeacht of de vervuiling door hemzelf, zijn onderaannemer(s) en zijn nevenaannemers werd veroorzaakt' en de uitvoeringstermijn van 365 dagen voor de globale opdracht ondersteunden deze interpretatie. Dat er geen sprake was van een volledige pilootaanneming deed geen afbreuk aan de algemene werfcoördinatieplicht — de gemeente kon de coördinatieverplichting invullen volgens haar eigen behoeften. Uit de vertrouwelijke prijstoelichting van de gekozen inschrijver bleek dat die wel degelijk in de gevraagde projectcoördinatie had voorzien. Het middel was niet gegrond. In het tweede middel, in ondergeschikte orde, betoogde NV S. dat het bestek onduidelijk en dubbelzinnig was, nu twee van de drie inschrijvers de bepaling anders hadden geïnterpreteerd. De Raad oordeelde dat het bestek bedoeld is voor professionelen in de betrokken sector, en dat van een normaal zorgvuldige inschrijver mag worden verwacht dat hij vertrekt van een zorgvuldige lezing van het bestek en niet zonder meer uitgaat van bepaalde gebruiken in de sector. De onvergelijkbaarheid van de offertes vloeide voort uit het niet-conform zijn van twee offertes, niet uit een onduidelijkheid in het bestek. Het middel was niet gegrond. In het derde middel, eveneens in ondergeschikte orde, betwistte NV S. het prijsonderzoek van de offerte van de gekozen inschrijver. De Raad stelde vast dat de vertrouwelijke prijstoelichting van de gekozen inschrijver aantoonde dat die in de projectcoördinatie had voorzien, en dat wanneer een aanbestedende overheid in het kader van het algemeen prijsonderzoek tot de vaststelling komt dat er geen abnormale prijzen zijn, de formele motiveringsplicht niet vereist dat dit onderzoek in extenso wordt weergegeven in het verslag van nazicht. Het verzoek tot schadevergoeding tot herstel werd eveneens afgewezen bij gebreke aan een vastgestelde onwettigheid.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest biedt belangrijke richtsnoeren over de interpretatie van coördinatieverplichtingen in bestekken met meerdere percelen. Het bevestigt dat een bestekbepaling die expliciet verwijst naar de coördinatie van werken 'in de overige loten' niet restrictief mag worden gelezen als enkel betrekking hebbend op het eigen perceel, ook al is er geen sprake van een formele pilootaanneming. Het arrest verduidelijkt ook dat het feit dat meerdere inschrijvers een bestekbepaling verkeerd interpreteren, op zich niet aantoont dat het bestek onduidelijk is — de maatstaf is wat een normaal zorgvuldige inschrijver, gespecialiseerd in de betrokken materie, uit het bestek kan begrijpen. Tot slot bevestigt het arrest dat bij een negatief resultaat van het algemeen prijsonderzoek (geen abnormale prijzen) de formele motiveringsplicht niet vereist dat het onderzoek in extenso wordt weergegeven, zolang de motieven uit de dossierstukken blijken en door de Raad van State kunnen worden getoetst.
De les
Als inschrijver: lees bestekbepalingen altijd in hun geheel. Wanneer een post verwijst naar de coördinatie van werken 'in de overige loten' en een taakstelling bevat voor 'alle loten', neem dan aan dat er een coördinatieplicht voor alle percelen geldt, ook zonder uitdrukkelijke vermelding van pilootaanneming. Ga niet zonder meer uit van wat gebruikelijk is in de sector, maar vertrek van wat het bestek letterlijk bepaalt. Als je twijfelt over de draagwijdte van een coördinatieplicht, stel dan vóór de uiterste indieningsdatum een vraag tot inlichtingen. Als aanbestedende overheid: formuleer coördinatieverplichtingen ondubbelzinnig, bij voorkeur met een aparte beschrijving van de exacte taken en verantwoordelijkheden, zodat er geen discussie kan bestaan over de draagwijdte van de coördinatieplicht.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: heb je alle posten in het bestek gelezen in samenhang met het geheel? Heb je nagegaan of er een coördinatieplicht voor de overige percelen geldt, ook als het bestek niet uitdrukkelijk over pilootaanneming spreekt? Als aanbestedende overheid: heb je de coördinatieplicht voldoende duidelijk beschreven in het bestek? Heb je bij het prijsonderzoek aan alle inschrijvers dezelfde vragen gesteld?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →