Verwerping UDN-vordering tegen niet-selectie voor raamovereenkomst beursmateriaal: louter verwijzen naar raamovereenkomsten zonder concrete leveringen te beschrijven is onvoldoende als referentie
De Raad van State verwierp de UDN-vordering van NV V. tegen haar niet-selectie door VDAB voor de raamovereenkomst signalisatie- en beursmateriaal, omdat haar referenties louter verwezen naar drie raamovereenkomsten zonder te beschrijven welke concrete leveringen zij in dat kader had uitgevoerd, voor welke waarde en wanneer — waardoor VDAB niet kon beoordelen of zij over de vereiste technische bekwaamheid beschikte.
Wat gebeurde er?
VDAB schreef een Europese openbare procedure uit voor een raamovereenkomst met als voorwerp het aankopen en leveren van signalisatie- en beursmateriaal (rollups, beurspanelen, beachvlaggen, desks, beursstanden, enz.). De gunningscriteria waren kwaliteit dienstverlening en materialen (50 punten), prijs (40 punten) en plan van aanpak duurzaamheid (10 punten). Als selectiecriterium inzake technische bekwaamheid werd een lijst vereist van minstens drie gelijkaardige diensten (aard en omvang) van de voorbije drie jaar, met opgave van naam opdracht, regio en contactgegevens opdrachtgever, korte beschrijving en doelstelling, totaalbedrag en looptijd. Zeven inschrijvers dienden een offerte in. Dit was reeds de derde gunningsbeslissing: een eerste beslissing van 28 maart 2025 was ingetrokken op 16 april 2025, en een tweede beslissing van 3 juni 2025 was geschorst bij arrest nr. 263.915 van 8 juli 2025 en vervolgens ingetrokken op 27 augustus 2025. In het nieuwe gunningsverslag van 26 september 2025 werden slechts twee van de zeven inschrijvers geselecteerd (BV M. en NV E.M.), met de vermelding 'In orde na verificatie van het UEA en toetsing aan de selectiecriteria'. Vijf inschrijvers, waaronder NV V., werden niet geselecteerd. Over NV V. stelde het gunningsverslag dat zij louter naar drie raamovereenkomsten verwees zonder omschrijving of toelichting van enige concrete opdracht die zij in het kader daarvan had uitgevoerd. In tegenstelling tot de geselecteerde inschrijvers gaf NV V. geen enkele concrete referentie op van qua aard en omvang gelijkaardige uitgevoerde diensten. Op basis van de meegedeelde informatie kon niet worden achterhaald of de raamovereenkomsten effectief aan NV V. waren gegund, of er uitvoering aan was gegeven, en welke diensten zij in voorkomend geval had geleverd. In het eerste middel betwistte NV V. de formele motivering van de selectie van de twee geselecteerde inschrijvers, die enkel de vermelding 'OK' kregen in de samenvattende tabel. De Raad van State oordeelde dat de aanbestedende overheid niet voor elk mogelijk element inzake selectie in detail positieve redenen hoeft te geven wanneer er geen selectieproblemen rijzen. Uit het gunningsverslag kon worden afgeleid dat de geselecteerde inschrijvers, in tegenstelling tot NV V., wel concrete referenties hadden opgegeven. De vertrouwelijke offertes van de geselecteerde inschrijvers bevestigden dat zij minstens drie referenties met duidelijke concrete leveringen hadden voorgelegd. Het feit dat twee eerdere gunningsbeslissingen waren ingetrokken, toonde niet aan dat meer motivering vereist was voor de selectie. Het middel was niet ernstig. In het tweede middel betwistte NV V. haar niet-selectie. De Raad onderzocht de drie referenties en stelde vast dat de eerste referentie een raamovereenkomst met acht percelen betrof waarbij per perceel drie opdrachtnemers konden worden aangeduid — het was niet duidelijk welk perceel aan NV V. was toegewezen, of zij verschillende soorten beursmateriaal had geleverd en voor welke waarde. De tweede en derde referentie hadden dezelfde gebreken. NV V. had zich ertoe beperkt de opdrachtomschrijving uit de betrokken raamovereenkomsten over te nemen als referentie, zonder te beschrijven wat zij in concreto had geleverd en wanneer. De bijkomende informatie en het fotomateriaal die NV V. in haar verzoekschrift opnam, konden niet in rekening worden gebracht omdat zij niet bij de offerte waren gevoegd. De aanbestedende overheid was ook niet verplicht om bijkomende toelichting te vragen op grond van artikel 66, § 3 — het komt aan de inschrijver toe om zijn offerte met de vereiste zorg te stofferen. De vordering werd verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt dat het verwijzen naar raamovereenkomsten als referentie op zich onvoldoende is om aan een selectiecriterium inzake technische bekwaamheid te voldoen: de inschrijver moet concreet beschrijven welke leveringen of diensten hij in het kader van die raamovereenkomsten effectief heeft uitgevoerd, voor welke waarde en wanneer. De loutere gunning van een raamovereenkomst biedt immers, behalve bij minimale hoeveelheden, geen garantie op de uitvoering van bepaalde prestaties. Het arrest bevestigt ook dat de aanbestedende overheid bij een positief selectieresultaat een beperktere formele motiveringsplicht heeft dan bij een negatief resultaat, en dat bijkomende informatie die pas in het verzoekschrift wordt aangebracht niet in aanmerking wordt genomen bij de wettigheidstoets.
De les
Als inschrijver: wanneer je raamovereenkomsten als referentie opgeeft, beschrijf dan concreet welke leveringen of diensten je in dat kader daadwerkelijk hebt uitgevoerd, voor welke waarde, wanneer en voor welk perceel. Neem niet zomaar de opdrachtomschrijving uit de opdrachtdocumenten over als referentie. Vermeld alle door het bestek gevraagde informatie: naam opdracht, contactgegevens opdrachtgever, beschrijving, totaalbedrag en looptijd. Als aanbestedende overheid: je bent niet verplicht om een inschrijver te verzoeken zijn referenties aan te vullen of toe te lichten — de stofferingsplicht rust op de inschrijver zelf.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: beschrijf je bij raamovereenkomsten als referentie ook concreet wat je effectief hebt geleverd, voor welke waarde en wanneer? Neem je niet louter de opdrachtomschrijving over? Heb je alle door het bestek gevraagde informatie opgenomen (naam, contactgegevens, beschrijving, bedrag, looptijd)?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →