Verwerping UDN-vordering: draagkrachtcriterium outplacement-raamovereenkomst VDAB correct toegepast — referenties op jaarbasis niet over meerdere jaren cumuleerbaar — geen belang bij middel over gunningsbeoordeling wanneer voorkeursperceel reeds gegund
De Raad van State verwierp de UDN-vordering van BV D. tegen de gunningsbeslissing van VDAB voor een raamovereenkomst outplacementbegeleiding in het kader van het Sociaal Interventiefonds (SIF5), verdeeld over tien Vlaamse percelen, omdat VDAB het draagkrachtcriterium op het eerste gezicht correct had toegepast door de referenties op jaarbasis te beoordelen en niet cumulatief over meerdere jaren, waardoor de verzoekende partij terecht tot één perceel werd beperkt, en omdat het tweede middel over de gunningsbeoordeling niet ontvankelijk was bij gebrek aan belang nu de verzoekende partij reeds haar voorkeursperceel gegund had gekregen.
Wat gebeurde er?
VDAB schreef een raamovereenkomst uit voor outplacementbegeleiding in het kader van het Sociaal Interventiefonds (SIF5), inclusief bemiddeling naar werk. De opdracht was verdeeld over tien percelen: negen regionaal afgebakende percelen (elk voor minder dan 200 getroffen werknemers per faillissement) en één Vlaams perceel (voor minstens 200 getroffen werknemers). De prijs lag vast op een gemiddelde vergoeding van 2.035 euro per deelnemer, zodat alleen het gunningscriterium 'Technische waarde' (100 punten) gold, onderverdeeld in vijf subgunningscriteria. Een inschrijver kon maximaal twee regionale percelen en het Vlaamse perceel gegund krijgen, op voorwaarde dat hij voldoende draagkracht aantoonde via referenties op jaarbasis. Om twee regionale percelen te krijgen, moest een inschrijver aantonen minstens 398 opgestarte trajecten op jaarbasis te hebben begeleid; voor het maximale scenario (twee regionale plus het Vlaamse perceel) was de drempel 598 trajecten op jaarbasis. Er werden dertien offertes ingediend. Vier inschrijvers werden niet geselecteerd, drie offertes haalden minder dan 60 procent op technische waarde en werden uitgesloten van de rangschikking. BV D. schreef in voor vijf percelen met als voorkeursvolgorde: SIF5_GER, SIF5_ZWV, SIF5_VLA, SIF5_BOW en SIF5_WDZ. In haar offerte gaf BV D. een draagkracht op van 752 trajecten, maar dit bleek de optelsom te zijn van het aantal opgestarte begeleidingen over de jaren 2022-2025 gezamenlijk (112 + 206 + 347 + 87 = 752), niet het aantal op jaarbasis. De hoogste waarde op jaarbasis bedroeg 347 trajecten (in 2024), wat volstond voor slechts één perceel. VDAB beperkte de gunning aan BV D. dan ook tot haar voorkeursperceel SIF5_GER. BV D. stelde op 11 november 2025 een UDN-vordering in tegen de gunning aan de overige inschrijvers en de impliciete niet-gunning van de percelen SIF5_BOW, SIF5_ZWV, SIF5_WDZ en SIF5_VLA aan haar. De Raad van State verklaarde de vordering tegen de impliciete niet-gunning niet-ontvankelijk: de verzoekende partij toonde geen uitzonderlijke omstandigheden aan die wezen op een rechtsplicht van VDAB om de opdracht aan haar te gunnen, integendeel erkende zij zelf dat bij gegrondheid van haar middelen de procedure herdaan zou moeten worden. In een eerste middel betwistte BV D. de beoordeling van het draagkrachtcriterium. In een eerste onderdeel betoogde zij dat haar draagkracht van 752 trajecten ten onrechte niet werd aanvaard. De Raad oordeelde dat het selectiecriterium vereiste dat de draagkracht op jaarbasis werd aangetoond — niet cumulatief over meerdere jaren. De verwerende partij had terecht het hoogste jaarlijkse cijfer (347) als uitgangspunt genomen. De post factum herwerking van het referentiemateriaal door BV D. kon niet worden aanvaard: het komt in beginsel aan de inschrijver toe om zijn offerte zelf voldoende te stofferen. Uit controle van het vertrouwelijk administratief dossier bleek niet dat andere inschrijvers ongelijk werden behandeld. In een tweede onderdeel betoogde BV D. dat het selectiecriterium onvoldoende duidelijk was en dat verduidelijkingen op het forum van BOSA een onrechtmatige bestekwijziging vormden. De Raad oordeelde dat de antwoorden op het forum loutere verduidelijkingen waren, geen wijzigingen van het bestek. Het bestek bepaalde overigens uitdrukkelijk dat de forumantwoorden integraal deel uitmaken van het bestek. De keuze van VDAB voor een uniforme drempel van 199 trajecten per regionaal perceel was niet disproportioneel — meerdere inschrijvers hadden er met gemak aan voldaan, en een veiligheidsmarge om rekening te houden met mogelijke economische achteruitgang was niet onredelijk. Het tweede middel — over de beoordelingsmethodiek en de motivering van de gunningsbeoordeling — werd niet-ontvankelijk verklaard bij gebrek aan belang. BV D. had reeds haar voorkeursperceel gegund gekregen en kon op basis van de selectie slechts één perceel krijgen. Een eventueel ernstig bevinden van dit middel zou haar situatie niet verbeteren. De vordering werd integraal verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest is bijzonder leerrijk voor de praktijk van het draagkrachtcriterium bij perceelsgewijze opdrachten. Het verduidelijkt dat wanneer een bestek referenties op jaarbasis vereist om de draagkracht aan te tonen, een inschrijver zijn referentiecijfers niet mag cumuleren over meerdere referentiejaren. De aanbestedende overheid mag als aanknopingspunt één welbepaald moment in het traject kiezen (hier: de datum van opstart) en is niet verplicht ook de einddatum in rekening te brengen. Het arrest bevestigt ook dat een inschrijver zijn referentiemateriaal niet achteraf mag herwerken om de selectiebeslissing te bestrijden. Daarnaast bevestigt het arrest dat verduidelijkingen gegeven op een forum geen bestekwijzigingen vormen wanneer zij de draagwijdte van het bestek niet veranderen. Ten slotte illustreert het arrest de toepassing van de belangvereiste bij een tweede middel: wanneer de verzoekende partij reeds het best mogelijke resultaat heeft bereikt op basis van de selectie, heeft zij geen belang bij grieven over de gunningsbeoordeling die haar situatie niet verder kunnen verbeteren.
De les
Als inschrijver: wanneer het bestek draagkracht op jaarbasis vereist, tel je referenties niet samen over meerdere jaren. Gebruik het sterkste individuele jaar als referentie. Zorg ervoor dat je offerte de cijfers presenteert op een manier die overeenstemt met wat het bestek vraagt — herwerking achteraf is niet aanvaardbaar. Als aanbestedende overheid: bij perceelsgewijze opdrachten is het aanvaardbaar om een uniforme draagkrachtdrempel per perceel te hanteren en deze cumulatief te vereisen bij inschrijving voor meerdere percelen. Verduidelijkingen op het forum vormen geen bestekwijziging zolang zij de inhoud of draagwijdte van het bestek niet veranderen. Bij het vaststellen van de draagkrachtvereiste is het raadzaam een objectief en uniform aanknopingspunt te kiezen (zoals de startdatum van het traject) en dit consequent toe te passen.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: heb je je referenties gepresenteerd op jaarbasis zoals het bestek vereist, of heb je ze gecumuleerd over meerdere jaren? Volstaat je beste jaar op zichzelf om aan de drempel per perceel te voldoen — en indien je voor meerdere percelen inschrijft, ook voor de cumulatieve drempel? Als aanbestedende overheid: is het draagkrachtcriterium voldoende duidelijk geformuleerd in termen van wat op jaarbasis moet worden aangetoond? Heb je een objectief aanknopingspunt gekozen voor het tellen van de referenties?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →