Verwerping Franstalig college

UDN-vordering asbestverwijdering sociale woningen Obourg verworpen wegens niet-betaling rolrecht na intrekking — rechtsplegingsvergoeding toch ten laste verwerende partij — geen excessief formalisme

Arrest nr. 265407 · 14 januari 2026 · VIe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van NV BAV tegen de niet-selectie en de beslissing tot heraanbesteding van perceel 1 (asbestverwijdering) van de energetische renovatie van 54 sociale woningen te Obourg wegens niet-betaling van het rolrecht en de bijdrage, maar kende desondanks de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro toe ten laste van de verwerende partij BV Toit & Moi, omdat het excessief formalisme zou zijn om betaling te eisen wanneer de bestreden beslissing reeds was ingetrokken.

Wat gebeurde er?

De BV Toit & Moi, een sociale huisvestingsmaatschappij, nam op 21 november 2025 drie samenhangende beslissingen met betrekking tot de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp de energetische renovatie van 54 sociale woningen (résidence Thoissey te Obourg), perceel 1 (asbestverwijdering): zij selecteerde de offerte van NV BAV niet, besliste perceel 1 niet te gunnen, en besliste perceel 1 opnieuw uit te besteden via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. NV BAV stelde op 10 december 2025 een UDN-vordering in. Bij beschikking van 11 december 2025 werd de terechtzitting vastgesteld op 8 januari 2026 en werd de verzoekende partij uitgenodigd het rolrecht en de bijdrage te betalen. Op 26 december 2025 trok Toit & Moi de bestreden beslissing in. Dit retrait werd op 6 januari 2026 aan de Raad van State meegedeeld. Op de terechtzitting van 8 januari 2026 bevestigde de verzoekende partij dat zij, na de aankondiging van de intrekking, bewust had gekozen om het rolrecht en de bijdrage niet te betalen. De Raad van State verwierp de UDN-vordering op grond van artikel 71, lid 3, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, wegens het ontbreken van het bewijs van betaling. Niettemin oordeelde de Raad van State dat de verwerende partij moest worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten, en dat het excessief formalisme zou zijn om van de verzoekende partij te eisen dat zij het rolrecht en de bijdrage zou betalen terwijl de bestreden beslissing reeds was ingetrokken, enkel om aanspraak te kunnen maken op de rechtsplegingsvergoeding. De verwerende partij werd veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan de verzoekende partij. De auditeur gaf een eensluidend advies.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest is bijzonder vanwege de pragmatische benadering van de Raad van State ten aanzien van de niet-betaling van het rolrecht na intrekking. De verzoekende partij betaalde bewust niet omdat de bestreden beslissing was ingetrokken, maar de Raad oordeelde dat zij desondanks recht had op de rechtsplegingsvergoeding. De redenering is elegant: het zou excessief formalisme zijn om betaling van het rolrecht en de bijdrage te eisen wanneer de bestreden beslissing reeds is ingetrokken, enkel opdat de verzoekende partij de rechtsplegingsvergoeding zou kunnen vorderen. De verwerende partij wordt beschouwd als de succomberende partij, ook al wordt de vordering formeel verworpen. Dit arrest biedt een nuttig precedent voor verzoekende partijen die geconfronteerd worden met een intrekking na het indienen van hun vordering.

De les

Als verzoekende partij: wanneer de bestreden beslissing wordt ingetrokken na je vordering, hoef je het rolrecht en de bijdrage niet meer te betalen — je vordering wordt formeel verworpen maar je behoudt recht op de rechtsplegingsvergoeding. Als verwerende partij: een intrekking na een UDN-vordering maakt je de succomberende partij voor de kosten, ook als de verzoekende partij het rolrecht niet meer betaalt. Je betaalt de rechtsplegingsvergoeding.

Stel jezelf de vraag

Als verzoekende partij: is de bestreden beslissing ingetrokken na je vordering? Je hoeft het rolrecht niet meer te betalen maar kunt wel de rechtsplegingsvergoeding vorderen. Als verwerende partij: heb je de bestreden beslissing ingetrokken? Je draagt de rechtsplegingsvergoeding, ook als de vordering formeel wordt verworpen wegens niet-betaling rolrecht.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →