Wie het auditoraatsverslag laat liggen, geeft het geding op: afstand van geding na de betwiste LIFE DUNIAS-gunning aan de Westkust
Een afgewezen inschrijver vocht de gunning door het Agentschap Natuur en Bos van de percelen 1 en 2 van de werkenopdracht ‘LIFE DUNIAS Westkust 2024-2025’ aan, maar liet na een verzoek tot voortzetting in te dienen nadat het auditoraatsverslag de verwerping had voorgesteld, zodat de Raad van State het wettelijke vermoeden van afstand van geding toepaste, de afstand uitsprak en de gekoppelde schadevergoedingsvordering afwees.
Wat gebeurde er?
Op 3 februari 2025 stelde de bv D. een beroep in tot nietigverklaring van de beslissing van het Agentschap Natuur en Bos (ANB) van 19 november 2024 om de percelen 1 en 2 van de overheidsopdracht voor werken ‘LIFE DUNIAS Westkust 2024-2025’ (referentie ANB-TB-TOW-2024-135) te gunnen aan een derde, en vorderde daarnaast een schadevergoeding tot herstel. Beide partijen wisselden hun memories uit. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch stelde een verslag op dat de verwerping van zowel het beroep als de schadevergoedingsvordering voorstelde. Dat verslag werd op 12 februari 2026 aan de verzoekende partij betekend, en op 2 april 2026 bracht de hoofdgriffier haar de mededeling bedoeld in artikel 14quater van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 ter kennis. De verzoekende partij vroeg niet om te worden gehoord en — beslissend — diende geen verzoek tot voortzetting van de procedure in. Krachtens artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt dan een vermoeden van afstand van geding: wie na een verslag dat de verwerping of de onontvankelijkheid voorstelt geen voortzettingsverzoek indient binnen dertig dagen na de betekening van dat verslag, wordt geacht het geding op te geven. De Raad stelde vast dat dit vermoeden hier van toepassing was en sprak de afstand van het beroep tot nietigverklaring uit. Omdat geen onwettigheid in het beroep tot nietigverklaring werd vastgesteld, wees de Raad ook de vordering tot schadevergoeding tot herstel af, en waren — met toepassing van artikel 70, § 1, vijfde lid, van het Regentsbesluit — het recht en de bijdrage voor die schadevergoedingsvordering niet verschuldigd, zodat het onverschuldigde recht aan de verzoekende partij moet worden terugbetaald. De verzoekende partij werd verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan het Vlaamse Gewest. Het arrest werd op 28 april 2026 uitgesproken door de XIVe kamer (kamervoorzitter Geert Debersaques).
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest herinnert aan een eenvoudige maar onverbiddelijke proceduretrap die zelfs een goed gestoffeerd aanbestedingsdossier kan doen ontsporen. Wanneer de auditeur in zijn verslag de verwerping of de onontvankelijkheid voorstelt, moet de verzoekende partij binnen dertig dagen na de betekening uitdrukkelijk vragen om de procedure voort te zetten; doet zij dat niet, dan treedt het vermoeden van afstand van geding in werking en komt de Raad niet meer toe aan de grond van de zaak. De inhoudelijke kritiek op de gunning — hoe sterk ook — wordt dan nooit beoordeeld. Het arrest toont meteen het gevolg voor de gekoppelde schadevergoeding tot herstel: die vordering steunt op een door de Raad vastgestelde onwettigheid, en bij afstand van het annulatieberoep wordt geen onwettigheid vastgesteld, zodat de schadevergoeding zonder meer wordt afgewezen. Het enige lichtpunt voor wie afhaakt, is fiscaal van aard: het recht en de bijdrage die specifiek aan de schadevergoedingsvordering zijn verbonden, worden niet aangerekend en het onverschuldigde bedrag wordt terugbetaald. Voor de gewone procedurekosten verandert dat niets: de afhakende partij draagt het rolrecht en een rechtsplegingsvergoeding aan de tegenpartij.
De les
Volgt u een annulatieberoep tegen een gunning, markeer dan de betekening van het auditoraatsverslag rood in uw agenda. Stelt dat verslag de verwerping of de onontvankelijkheid voor, dan hebt u dertig dagen om een verzoek tot voortzetting in te dienen; laat u die termijn lopen, dan wordt u geacht afstand te doen van het geding en komt de Raad niet meer aan uw middelen toe. Beslis dus tijdig en bewust of u doorgaat: een sterk dossier helpt niet als u de procedurele stap mist. Vergeet niet dat uw schadevergoeding tot herstel staat of valt met een vastgestelde onwettigheid — geen inhoudelijk oordeel betekent geen schadevergoeding. Wilt u stoppen, weeg dan de kosten af: u recupereert wel het recht en de bijdrage die aan de schadevergoedingsvordering kleven, maar u draagt het rolrecht en een rechtsplegingsvergoeding aan de tegenpartij. Bent u aanbesteder, dan illustreert dit arrest dat een afgewezen inschrijver die niet doorzet, het geding zelf beëindigt.
Te onthouden
- Stelt het auditoraatsverslag de verwerping of de onontvankelijkheid voor, dan moet de verzoekende partij binnen dertig dagen na de betekening een verzoek tot voortzetting indienen (art. 21, zevende lid gec. wetten RvS).
- Bij gebrek aan zo’n verzoek geldt een vermoeden van afstand van geding en spreekt de Raad de afstand uit zonder de grond van de zaak te beoordelen.
- De vordering tot schadevergoeding tot herstel veronderstelt een vastgestelde onwettigheid; bij afstand van het annulatieberoep wordt geen onwettigheid vastgesteld en wordt de schadevergoeding afgewezen.
- Het recht en de bijdrage die specifiek aan de schadevergoedingsvordering zijn verbonden, zijn dan niet verschuldigd (art. 70, § 1, vijfde lid Regentsbesluit) en het onverschuldigde recht wordt terugbetaald.
- De afhakende partij draagt de kosten van het annulatieberoep: 200 euro rolrecht, 24 euro bijdrage en 770 euro rechtsplegingsvergoeding aan het Vlaamse Gewest.
Waarop letten
- De betekening van het auditoraatsverslag en de termijn van dertig dagen voor het voortzettingsverzoek.
- Het onderscheid tussen ‘vragen om gehoord te worden’ en het formele ‘verzoek tot voortzetting van de procedure’.
- De koppeling tussen het lot van het annulatieberoep en de schadevergoeding tot herstel.
- De kostengevolgen van een afstand: gedeeltelijke terugbetaling, maar toch een rechtsplegingsvergoeding aan de tegenpartij.
- Dat een afstand het inhoudelijke debat over de gunning definitief sluit — eventuele gebreken in de gunningsbeslissing worden niet meer onderzocht.
Stel jezelf de vraag
Weet u dat een auditoraatsverslag dat de verwerping of de onontvankelijkheid voorstelt, de klok doet tikken: dertig dagen om een verzoek tot voortzetting in te dienen, op straffe van een vermoeden van afstand van geding? Hebt u intern een procedure om de betekening van dat verslag onmiddellijk op te volgen? Beseft u dat uw vordering tot schadevergoeding tot herstel een door de Raad vastgestelde onwettigheid veronderstelt, en dus mee sneuvelt bij afstand van het annulatieberoep? En hebt u de kostengevolgen ingeschat — terugbetaling van het recht op de schadevergoedingsvordering, maar wel een rolrecht en een rechtsplegingsvergoeding aan de tegenpartij?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →