zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Actiris weert de offerte, trekt dan zijn beslissing in: het UDN-beroep verliest zijn voorwerp — maar Actiris draait op voor de kosten

Arrest nr. 266638 · 11 mei 2026 · XIVe kamer

Nadat Actiris de offerte van de BV J. uit een opdracht voor koffieautomaten en fairtrade-consumptiegoederen had geweerd als substantieel onregelmatig en de verzoeker daartegen de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid had gevorderd, trok Actiris de bestreden beslissing zelf in; daardoor verloor het beroep zijn voorwerp en werd het niet-ontvankelijk, maar de Raad van State legde de kosten — rolrecht, bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro — toch ten laste van Actiris.

Wat gebeurde er?

Actiris, de Brusselse dienst voor arbeidsbemiddeling, schreef een overheidsopdracht uit voor de huur van automaten voor koffie en warme dranken en de aankoop van bijbehorende consumptiegoederen, met de nadruk op oploskoffie uit de fairtradehandel en andere consumptiegoederen met het oog op duurzame ontwikkeling. De BV J. diende een offerte in, maar Actiris besliste die te weren als substantieel onregelmatig en de opdracht aan een van de andere inschrijvers te gunnen. Op 26 maart 2026 stelde de BV J. een beroep in en vorderde zij de schorsing van die beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij beschikkingen van 27 maart en 2 april 2026 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld; de terechtzitting vond plaats op 22 april 2026. Kamervoorzitter Geert Debersaques bracht verslag uit en eerste auditeur Ines Martens gaf een met het arrest eensluidend advies. De zaak kwam echter niet tot een inhoudelijk debat. Nadat de terechtzitting over de UDN-vordering bij beschikking van 27 maart 2026 eerst was vastgesteld op 8 april 2026, trok Actiris de bestreden beslissing in bij beslissing van zijn gedelegeerd directeur-generaal en gedelegeerd adjunct-directeur-generaal van 2 april 2026. Door die intrekking was er geen te schorsen beslissing meer: de Raad van State stelde vast dat de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zonder voorwerp en dus niet-ontvankelijk was geworden, en verwierp ze. Over de kosten oordeelde de Raad echter in het nadeel van Actiris: de verwerende partij werd verwezen in de kosten van de UDN-vordering, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die aan de BV J. verschuldigd is.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest laat zien hoe een afgewezen inschrijver via de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid een aanbesteder onder druk kan zetten, en hoe een beroep dat formeel ‘zonder voorwerp’ eindigt toch een gunstig resultaat kan zijn. Wie een wering als substantieel onregelmatige offerte aanvecht en snel naar de UDN-procedure grijpt, dwingt de overheid tot een keuze: het inhoudelijke debat voeren, of de eigen beslissing intrekken voordat de Raad zich uitspreekt. Kiest de aanbesteder voor de intrekking — zoals Actiris hier deed nog vóór de eerst geplande zitting — dan valt het voorwerp van het beroep weg en hoeft de Raad niet ten gronde te oordelen. Dat ogenschijnlijk neutrale einde verbergt een concreet voordeel voor de verzoeker: de Raad legt de kosten van de procedure, inclusief een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, ten laste van de overheid. Voor de verzoeker betekent het beroep dus dat de betwiste gunningskeuze van tafel is en dat hij zijn proceskosten gerecupereerd krijgt; voor de aanbesteder is intrekken een legitieme uitweg om een betwiste beslissing te herzien, maar wel een die de kostengevolgen van een verlies meebrengt.

De les

Bent u een inschrijver wiens offerte als substantieel onregelmatig is geweerd, dan is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid de hefboom om de gunningskeuze tijdig te blokkeren. Trekt de aanbesteder zijn beslissing daarna in, laat het beroep dan niet zomaar vallen: vorder uitdrukkelijk uw rechtsplegingsvergoeding en uw kosten. De Raad verwierp hier weliswaar de vordering wegens verlies van voorwerp, maar legde de volledige kosten — rolrecht (200 euro), bijdrage (26 euro) en rechtsplegingsvergoeding (770 euro) — ten laste van Actiris. Bent u aanbesteder, dan is de spiegelboodschap dat het intrekken van een betwiste wering of gunning een geldige manier is om een procedurele kwetsbaarheid weg te nemen voordat de Raad oordeelt, maar dat u, ook zonder inhoudelijk oordeel, doorgaans als de in het ongelijk gestelde partij de kosten en de rechtsplegingsvergoeding draagt. Wie intrekt om een UDN-zitting voor te zijn, koopt rust over de grond van de zaak af, niet over de kosten.

Te onthouden

  • Wanneer de aanbesteder de bestreden beslissing intrekt terwijl een UDN-vordering loopt, verliest die vordering haar voorwerp en wordt ze niet-ontvankelijk — de Raad oordeelt dan niet meer ten gronde.
  • Actiris trok de bestreden beslissing in bij beslissing van 2 april 2026, nog vóór de eerst geplande UDN-zitting van 8 april 2026.
  • Ondanks het verlies van voorwerp werd Actiris als verwerende partij in de kosten verwezen: rolrecht 200 euro, bijdrage 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten gunste van de verzoeker.
  • De betwiste gunningskeuze betrof een opdracht voor de huur van koffieautomaten en de aankoop van fairtrade- en duurzame consumptiegoederen; de offerte van de verzoeker was geweerd als substantieel onregelmatig.
  • De schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid was de hefboom die de aanbesteder tot intrekking bewoog.

Waarop letten

  • Het moment van intrekking: trekt de overheid in vóór de UDN-zitting, dan valt het inhoudelijke debat weg, maar de kostenvraag blijft.
  • De noodzaak om uw rechtsplegingsvergoeding en kosten uitdrukkelijk te vorderen — een beroep dat ‘zonder voorwerp’ eindigt, hoeft voor de verzoeker geen kosteloze nederlaag te zijn.
  • Het verschil met het verwante arrest 266636 van dezelfde dag, waarin de Raad de vordering verwierp zónder enige kostenveroordeling — het kostengevolg is dus niet automatisch identiek.
  • Of de intrekking definitief is en correct werd meegedeeld; een gebrekkige intrekking kan opnieuw worden aangevochten.

Stel jezelf de vraag

Hebt u, na een wering van uw offerte als substantieel onregelmatig, de UDN-procedure overwogen als snelste manier om de gunning aan een concurrent te blokkeren? En als de aanbesteder zijn beslissing intrekt: weet u dat uw beroep daardoor zonder voorwerp wordt, maar dat u uw rechtsplegingsvergoeding en kosten kunt recupereren als u die uitdrukkelijk vordert? Als aanbesteder: beseft u dat het intrekken van een betwiste beslissing weliswaar het inhoudelijke debat wegneemt, maar u in de regel als de in het ongelijk gestelde partij de kosten en de rechtsplegingsvergoeding kost?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →