Sibelga kondigt de intrekking aan tegen 1 september — te laat: de Raad van State schorst de gunning van de bewakingsopdracht alsnog
G4S Secure Solutions vocht de gunning aan van Sibelga’s bewakingsraamovereenkomst van maximaal 16 miljoen euro, die met een verschil van 0,84 punt naar Protection Unit ging; Sibelga erkende de motiveringsgebreken en kondigde aan de beslissing in te trekken, maar plande haar bestuurscomité pas op 1 september 2026 — na de termijn van vijfenveertig dagen uit artikel 8 van de wet van 17 juni 2013 — zodat de beslissing op de dag van het arrest nog bestond en de Raad van State haar tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid schorste.
Wat gebeurde er?
Op 4 december 2025 besliste het bestuurscomité van de cv Intercommunale Sibelga om een overheidsopdracht voor bewakingsdiensten uit te schrijven. De aankondiging verscheen op 12 december 2025 in het Publicatieblad van de Europese Unie onder nummer 825929-2025 en in het Bulletin der Aanbestedingen. De opdracht met referentie SIB25DS1401 werd geplaatst via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging in de speciale sectoren en betrof statische bewaking, mobiele bewaking, virtuele controlerondes, monitoringdiensten en alarmbeheer en interventies na alarm, voor de exploitatiezetels en de gas- en elektriciteitsleveringspunten van Sibelga in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het ging om een raamovereenkomst in cascade met de twee hoogst gerangschikte inschrijvers: de eerste wordt actieve opdrachtnemer, de tweede reserve-opdrachtnemer die enkel kan worden geactiveerd wanneer de eerste tekortschiet. De initiële looptijd bedroeg vier jaar, viermaal stilzwijgend met één jaar verlengbaar, met aanvang van de uitvoering op 1 januari 2027. De geraamde waarde van de raamovereenkomst bedroeg 8.000.000 euro, de maximale waarde 16.000.000 euro. Het bestek verdeelde honderd punten over prijs (50 punten) en operationele prestaties (50 punten), die laatste opgesplitst in operationele organisatie (20), overgangsplan (10), rapportering (10) en Business Recovery Plan (10). De laagste prijs kreeg de maximale score, de overige offertes werden via lineaire interpolatie beoordeeld. Voor de kwalitatieve subcriteria gold een vooraf bekendgemaakte schaal van 0, 30, 50, 70 of 100 procent, waarbij 100 procent stond voor ‘matuur, overtreft de verwachtingen, bewezen robuustheid en leervermogen, optimaal afgestemd op de opdracht’. Tegen de uiterste datum van 3 juni 2026 om 11.00 uur kwamen vier offertes binnen via het e-Procurementplatform. G4S Secure Solutions bood 768.356,28 euro, Protection Unit 763.203,24 euro — een verschil van 5.153,04 euro. Beide behaalden voor het volledige criterium operationele prestaties exact dezelfde score van 38 op 50, zodat de eindrangschikking volledig neerkwam op het prijscriterium: een verschil van 0,84 punt. Op 16 juli 2026 maakte het bestuurscomité de motivering en de conclusies van het gunningsdossier tot de zijne en wees het de opdracht voor perceel 1 voor 100 procent toe aan Protection Unit als actieve opdrachtnemer; G4S werd als reserve-opdrachtnemer gerangschikt. De kennisgeving volgde bij schrijven van 17 juli 2026. G4S stelde op 3 augustus 2026 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in en voerde vier middelen aan. De eerste drie raakten telkens dezelfde kern: Sibelga had haar eigen beoordelingsmaatstaf niet consequent toegepast en dat niet draagkrachtig gemotiveerd. In het eerste middel wees G4S erop dat de verplichte personeelsovername uit de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 2017 bij haar werd aangemerkt als een ‘relevante onzekerheid’ over de stabiliteit en de samenstelling van het team, terwijl dezelfde overname bij Protection Unit werd geprezen als waarborg voor kennisbehoud en operationele efficiëntie — hoewel die overname voor beide inschrijvers van rechtswege geldt zodra de in de cao bepaalde voorwaarden vervuld zijn. Beide offertes belandden niettemin in dezelfde scorecategorie van 70 procent, goed voor 14 op 20. Het tweede middel betrof de rapportering: het technisch bestek eiste dat na elke interventie en na elke controleronde binnen twee uur een rapport aan de opgegeven mailinglijst werd bezorgd, en de beslissing stelde zelf vast dat Protection Unit die termijn niet uitdrukkelijk garandeerde en er geen formeel engagement of SLA tegenover stelde — waarna haar offerte toch werd geacht ‘ruimschoots’ aan de vereisten te voldoen en in de categorie van 70 procent werd ondergebracht. Het derde middel ging over het Business Recovery Plan: voor de tijdelijke uitbreiding van het takenpakket met bijkomende statische bewaking of bewakingsrondes legde het technisch bestek een Recovery Time Objective van vier uur op, terwijl de beslissing bij Protection Unit een ‘deployment binnen 4 tot 8 uur’ vaststelde en haar plan toch als optimaal afgestemd beoordeelde, goed voor de maximale score van 10 op 10 tegenover 7 op 10 voor G4S. G4S rekende voor dat Protection Unit met 70 procent op dat subcriterium in totaal 85 punten zou behalen, tegenover haar eigen 87,16 punten — genoeg om de rangschikking om te keren. Sibelga legde geen nota met opmerkingen en geen administratief dossier neer. In een brief van 12 augustus 2026 lieten haar raadslieden weten dat hun cliënte na analyse van het verzoekschrift had besloten de bestreden gunningsbeslissing in te trekken en dat het bestuurscomité daartoe op 1 september 2026 zou samenkomen. Op een vraag van het auditoraat om verduidelijking antwoordde zij in een e-mail van 21 augustus 2026 dat tot intrekking werd overgegaan ‘omwille van de motiveringsproblemen die in de eerste 3 middelen van het verzoekschrift werden aangekaart’; ter terechtzitting van 25 augustus 2026 erkende en bevestigde zij die motiveringsproblemen nogmaals. De Raad van State stelde daar tegenover dat 1 september 2026 ná de termijn van vijfenveertig dagen valt die is vermeld in artikel 8, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 17 juni 2013, en dat de beslissing op de dag van het arrest nog altijd niet was ingetrokken. De eerste drie middelen werden in de aangegeven mate ernstig bevonden; omdat die volstonden, hoefde de ernst van het vierde middel niet meer te worden beoordeeld. Staatsraad Frédéric Vanneste, waarnemend voorzitter van de XIIe vakantiekamer, beval op 27 augustus 2026 de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Eerste auditeur Thomas Maes had een eensluidend advies gegeven. Over de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, werd nog niet beslist: gelet op de ingewilligde vordering en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop worden die in beraad gehouden.
Waarom doet dit ertoe?
Twee dingen maken dit arrest bruikbaar. Het eerste is het tijdstip van de intrekking. Een aanbesteder die na lezing van het verzoekschrift inziet dat haar motivering niet houdbaar is, kan haar beslissing intrekken en daarmee het beroep zonder voorwerp maken — een gangbare en legitieme uitweg, waarvan de Raad in andere zaken de gevolgen keurig uittekent. Maar een aangekondigde intrekking is geen ingetrokken beslissing. Sibelga agendeerde haar bestuurscomité op 1 september 2026, voorbij de termijn van vijfenveertig dagen uit artikel 8, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 17 juni 2013, en op de dag van het arrest bestond de bestreden beslissing nog. De Raad moest dus oordelen, en deed dat. Wie de intrekking als uitweg gebruikt, moet ze halen binnen de termijn die telt — niet op de eerstvolgende vergadering die in de agenda past. Het tweede is hoe weinig er nodig was om de middelen ernstig te doen bevinden. De Raad hoefde de quotering niet zelf te ontleden: de erkenning door de aanbesteder zelf, eerst in een e-mail aan het auditoraat en daarna ter zitting, volstond. Dat legt bloot hoe kwetsbaar een gunningsbeslissing is waarin dezelfde objectieve omstandigheid bij de ene inschrijver als risico en bij de andere als sterkte wordt gelezen, of waarin een offerte die een uitdrukkelijke besteksvereiste — een rapport binnen twee uur, een Recovery Time Objective van vier uur — niet hard maakt, toch in de hoogste scorecategorie belandt. Bij een eindverschil van 0,84 punt op honderd is zo’n motiveringsgebrek niet academisch: het is precies groot genoeg om de rangschikking te kunnen omkeren.
De les
Bent u afgewezen inschrijver, lees de gunningsbeslissing dan niet alleen op haar uitkomst maar op haar interne consistentie. Wordt eenzelfde objectief gegeven — een wettelijke personeelsovername, een sectorale cao, een verplichting die voor iedereen geldt — bij u als risico en bij de concurrent als troef gelezen, zonder dat de beslissing aanwijst welk concreet verschil uit de offertes dat draagt? Krijgt een offerte de maximale score terwijl de beslissing zelf vaststelt dat een uitdrukkelijke besteksvereiste niet gegarandeerd is? Reken daarna het verschil uit: als een lagere score bij de concurrent u boven hem zou brengen, is uw belang concreet en uw middel ernstig. Hier volstond 0,84 punt. Bent u aanbesteder, dan liggen er twee lessen. Ten eerste: eerbiedig uw eigen beoordelingsschaal. Wie 100 procent reserveert voor ‘matuur, overtreft de verwachtingen, optimaal afgestemd op de opdracht’, kan die score moeilijk toekennen aan een plan dat de opgelegde termijn mogelijk verdubbelt, zonder uit te leggen waarom dat toch optimaal is. Ten tweede: besluit u tot intrekking, plan ze dan binnen de termijn van artikel 8, § 2, van de wet van 17 juni 2013 en toets de datum van uw beslissingsorgaan daaraan. Een brief waarin u een intrekking aankondigt, houdt de schorsing niet tegen — en u eindigt dan met een geschorste beslissing én een zelf erkende motiveringsfout in het dossier.
Te onthouden
- Een aangekondigde intrekking is geen intrekking: Sibelga agendeerde haar bestuurscomité op 1 september 2026, na de termijn van vijfenveertig dagen uit artikel 8, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 17 juni 2013, zodat de bestreden beslissing op de dag van het arrest nog bestond en geschorst werd.
- De aanbesteder erkende de motiveringsgebreken zelf — in een e-mail van 21 augustus 2026 aan het auditoraat en opnieuw ter terechtzitting — en legde geen nota met opmerkingen of administratief dossier neer; dat volstond om de eerste drie middelen ernstig te bevinden.
- Dezelfde wettelijke personeelsovername uit de cao van 23 maart 2017 in de bewakingssector werd bij G4S als ‘relevante onzekerheid’ gelezen en bij Protection Unit als waarborg voor kennisbehoud, zonder aanwijsbaar verschil uit de offertes.
- Protection Unit kreeg de maximale score van 10 op 10 voor het Business Recovery Plan hoewel de beslissing zelf een ‘deployment binnen 4 tot 8 uur’ vaststelde tegenover een in het technisch bestek opgelegde Recovery Time Objective van vier uur.
- Ook voor de rapportering stelde de beslissing vast dat de besteksmatige termijn van twee uur bij Protection Unit niet uitdrukkelijk was gegarandeerd en dat een formele SLA ontbrak, waarna die offerte toch in de categorie van 70 procent belandde.
- Beide inschrijvers scoorden 38 op 50 voor de operationele prestaties; het eindverschil van 0,84 punt kwam volledig voort uit het prijsverschil van 5.153,04 euro tussen 768.356,28 en 763.203,24 euro.
- De kosten en de gevorderde rechtsplegingsvergoeding werden in beraad gehouden, gelet op het nog noodzakelijke procedureverloop.
Waarop letten
- Het verschil tussen een intrekking die is aangekondigd en een intrekking die effectief is genomen — enkel de tweede maakt het beroep zonder voorwerp.
- De termijn van vijfenveertig dagen uit artikel 8, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 17 juni 2013, die de speelruimte van de aanbesteder afbakent.
- Gelijke scores ondanks in de beslissing vastgestelde verschillen: identieke punten hoeven niet fout te zijn, maar de motivering moet laten begrijpen waarom de vastgestelde verschillen geen weerslag hadden.
- Een vooraf bekendgemaakte procentuele beoordelingsschaal bindt de aanbesteder: de omschrijving van elke categorie is de maatstaf waaraan de toegekende score wordt getoetst.
- Cascade-raamovereenkomsten: als reserve-opdrachtnemer wordt u pas geactiveerd wanneer de actieve opdrachtnemer tekortschiet, wat het belang bij de eerste plaats zeer reëel maakt.
- In dit stadium onderzoekt de Raad enkel de ernst van de middelen, niet de grond van de zaak; de kostenregeling volgt later.
Stel jezelf de vraag
Hebt u nagegaan of de gunningsbeslissing eenzelfde objectieve omstandigheid bij alle inschrijvers op dezelfde manier waardeert, en zo niet, of ze uitlegt welk concreet en uit de offertes blijkend verschil die uiteenlopende waardering draagt? Hebt u per subcriterium nagerekend welk puntenverschil nodig is om de rangschikking om te keren, en of dat verschil binnen bereik ligt? Kunt u aanwijzen waar de beslissing zelf een tekortkoming bij de begunstigde vaststelt en niettemin tot de hoogste scorecategorie besluit? En als aanbesteder: hebt u, wanneer u tot intrekking besluit, de vergaderdatum van uw beslissingsorgaan getoetst aan de termijn van artikel 8, § 2, tweede lid, 3°, van de wet van 17 juni 2013 in plaats van aan uw vergaderkalender?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →