zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Tienen trekt zijn gunning voor het bermmaaien in, dertien dagen na de UDN-vordering: de stad betaalt de procedure, de begunstigde zijn tussenkomst

Arrest nr. 267587 · 10 september 2026 · XIVe kamer

De BV T. vorderde op 17 juni 2026 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunning door de stad Tienen van een raamovereenkomst voor het maaien van bermen aan de NV K.; de stad trok die gunning op 30 juni in, nog vóór de eerst geplande zitting, waarna de Raad van State de vordering zonder voorwerp verklaarde, de tussenkomst van K. toch inwilligde en de stad in de kosten verwees.

Wat gebeurde er?

Op 2 juni 2026 gunde de stad Tienen de overheidsopdracht ‘Raamovereenkomst voor het maaien van bermen en het afvoeren van bermmaaisel’. De BV T. vorderde op 17 juni 2026 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van die gunningsbeslissing, van de bijbehorende gemotiveerde gunningsbeslissing en van het verslag van nazicht waarop ze steunde. De NV K., die uit de gunning voordeel haalde, kwam tussen in de procedure. Bij beschikking van 18 juni 2026 werd de terechtzitting een eerste keer vastgesteld op 3 juli 2026. Zover kwam het niet: op 30 juni 2026 trok de stad de bestreden gunningsbeslissing in. De zaak werd uiteindelijk behandeld op de terechtzitting van 2 september 2026, waar advocaat Ellen Vanderweyden voor de BV T. en advocaat Johan Vanstipelen voor de stad werden gehoord; eerste auditeur Thomas Maes gaf een eensluidend advies. In zijn arrest van 10 september 2026 willigt kamervoorzitter Geert Debersaques eerst het verzoek tot tussenkomst van de NV K. in: zij haalt voordeel uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Daarna stelt hij vast dat de UDN-vordering door de intrekking ‘in haar geheel zonder voorwerp’ en dus niet-ontvankelijk is geworden, en verwerpt hij ze. De stad Tienen draagt de kosten van de vordering: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan de BV T. De NV K. draagt de kosten van haar tussenkomst, begroot op 150 euro.

Waarom doet dit ertoe?

Het arrest bevat geen inhoudelijke beoordeling van de gunning, maar het tekent een patroon dat in de recente rechtspraak van de XIVe kamer telkens terugkeert: de aanbesteder trekt zijn beslissing in kort nadat een UDN-vordering is ingediend, nog vóór de zitting. Hier gebeurde dat binnen dertien dagen. Voor de verzoekende partij betekent dat een snelle praktische winst — de gunning aan de concurrent is van de baan — én een kostenregeling in haar voordeel. Opvallend is de positie van de begunstigde: haar tussenkomst wordt ingewilligd, ook al verliest de zaak haar voorwerp, maar het tussenkomstrecht van 150 euro blijft voor haar eigen rekening. Wie als begunstigde tussenkomt om ‘zijn’ gunning te verdedigen, loopt dus het risico dat de aanbesteder hem de grond onder de voeten wegtrekt.

De les

Voor inschrijvers: een goed onderbouwde UDN-vordering kan volstaan om de aanbesteder tot intrekking te bewegen, nog vóór een rechter zich uitspreekt. Houd er rekening mee dat u dan geen uitspraak ten gronde krijgt, en volg op wat er met de opdracht gebeurt: een nieuwe gunningsbeslissing is opnieuw aanvechtbaar. Voor begunstigden: tussenkomen is zinvol om uw gunning te verdedigen, maar u beslist niet over het lot van de beslissing — de aanbesteder kan ze intrekken, en dan betaalt u uw tussenkomstrecht zelf. Voor aanbesteders: wie na een UDN-vordering vaststelt dat zijn gunning niet overeind blijft, doet er goed aan snel in te trekken, maar de rolrechten, bijdrage en rechtsplegingsvergoeding volgen toch.

Te onthouden

  • De stad Tienen trok haar gunningsbeslissing van 2 juni 2026 in op 30 juni 2026, dertien dagen na de UDN-vordering en vóór de eerst vastgestelde zitting van 3 juli 2026.
  • De tussenkomst van de begunstigde NV K. werd ingewilligd, hoewel de vordering haar voorwerp verloor.
  • De UDN-vordering werd ‘in haar geheel zonder voorwerp’ en niet-ontvankelijk verklaard.
  • De stad draagt 200 euro rolrecht, 26 euro bijdrage en 770 euro rechtsplegingsvergoeding; de NV K. draagt 150 euro voor haar tussenkomst.

Waarop letten

  • De snelheid waarmee aanbesteders na een UDN-vordering hun gunning intrekken.
  • De kostenpositie van de tussenkomende begunstigde bij een intrekking.
  • De vervolgbeslissing van de aanbesteder na de intrekking — die kan een nieuw beroep openen.

Stel jezelf de vraag

Weet u als inschrijver dat een intrekking vóór de zitting uw vordering zonder voorwerp maakt, maar u wel de rechtsplegingsvergoeding oplevert? Volgt u op wat de aanbesteder na de intrekking met de opdracht doet, zodat u een nieuwe gunningsbeslissing tijdig kunt aanvechten? Als begunstigde: beseft u dat u bij een intrekking door de aanbesteder de kosten van uw tussenkomst zelf draagt? Als aanbesteder: hebt u uw gunningsbeslissing en het verslag van nazicht na een UDN-vordering kritisch herbekeken, vóór de zitting plaatsvindt?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →