Paliseul vindt het groenonderhoud ‘materieel onmogelijk’ voor één persoon, maar zegt niet waarom: gunning vernietigd
De Raad van State vernietigt de beslissing van de gemeente Paliseul om de offerte van L.F. voor het onderhoud van parken en tuinen 2025/2026 onregelmatig te verklaren en de opdracht aan een ander te gunnen, omdat die onregelmatigheid enkel steunde op de kale bewering dat het ‘materieel onmogelijk’ was voor één persoon om het werk binnen de opgegeven uren uit te voeren — een argument dat de gemeente pas voor de Raad probeerde te onderbouwen en daarna liet vallen door geen voortzetting meer te vragen.
Wat gebeurde er?
De gemeente Paliseul schreef, samen met haar OCMW, een overheidsopdracht voor diensten uit voor het ‘entretien parcs et jardins – 2025/2026’, verdeeld in drie percelen. L.F. diende voor alle drie de percelen een offerte in. De gemeente vroeg hem zijn prijzen te verantwoorden, en hij gaf daarbij een raming van de werkuren, met de kanttekening dat de werkelijke uren van de weersomstandigheden zouden afhangen. Bij beslissing van 7 april 2025 verklaarde het college zijn offerte voor de drie percelen substantieel onregelmatig en gunde het de opdracht aan een andere inschrijver. Het offerteverslag, dat deel uitmaakte van de beslissing, hield het bij één zin: ‘il apparaît qu’il est matériellement impossible pour une seule personne et dans les délais estimés par l’entreprise d’effectuer correctement le service requis’. Dat zou ‘une incertitude quant à l’engagement du soumissionnaire à exécuter le marché en conformité avec le cahier spécial des charges’ doen ontstaan. L.F. stapte op 24 april 2025 naar de Raad van State. Bij arrest nr. 263.432 van 26 mei 2025 schorste de Raad de onregelmatigverklaring en de gunning bij uiterst dringende noodzakelijkheid; het beroep tegen de impliciete weigering om hem de opdracht te gunnen, verklaarde hij onontvankelijk, omdat L.F. niet aantoonde dat de opdracht hém had moeten toekomen. De gemeente vroeg daarop de voortzetting van de procedure en er werden memories gewisseld. Eerste auditeur-afdelingshoofd Christian Amelynck besloot in zijn verslag tot vernietiging. De gemeente vroeg binnen de termijn van dertig dagen geen voortzetting meer, diende geen laatste memorie in en vroeg niet om te worden gehoord. De Raad volgde daarom de versnelde weg van artikel 30, § 3 van de gecoördineerde wetten. Ten gronde herhaalde hij wat al in het schorsingsarrest stond: wie een prijsverantwoording opvraagt, moet de beslissing over die verantwoording precies motiveren, en dat geldt des te meer omdat de aanbesteder hier een ruime beoordelingsmarge heeft. De ‘bijzonder laconieke’ vaststelling van onmogelijkheid werd door niets gestaafd: geen vergelijking met de middelen en uren die de andere inschrijvers opgaven, geen eigen raming op basis van het onderhoud van dezelfde groenzones in het verleden, geen verwijzing naar vergelijkbare opdrachten. Dat de uren volgens L.F. maar een raming waren, stond niet in het offerteverslag; de gemeente bracht dat pas voor de Raad aan, en een motivering kan niet a posteriori worden aangevuld. De Raad vernietigde de beslissing van 7 april 2025 die de offerte onregelmatig verklaarde en de opdracht aan een ander gunde. Voor het onderdeel over de impliciete weigering stelde hij de afstand van geding vast: L.F. had na het schorsingsarrest geen voortzetting gevraagd en geen nieuwe elementen aangebracht. De gemeente draagt de rolrechten van 400 euro, de bijdragen van 52 euro en de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest bevestigt ten gronde wat het schorsingsarrest al aankondigde, en het doet dat in een bijzonder vaak voorkomende situatie: een kleine inschrijver — hier een natuurlijke persoon — biedt goedkoop aan, de aanbesteder vindt dat niet haalbaar en verklaart de offerte onregelmatig. Dat mag, maar dan moet de beslissing laten zien waarop dat oordeel rust. De Raad geeft zelf aan hoe zo’n motivering eruit kan zien: een vergelijking met de uren en middelen die de concurrenten inzetten, een eigen raming op basis van ervaring met dezelfde parken, of een verwijzing naar gelijkaardige opdrachten. Eén zin dat iets ‘materieel onmogelijk’ is, volstaat niet. Even belangrijk is de procedurele kant. Na het schorsingsarrest vroeg de gemeente nog de voortzetting, maar na het auditoraatsverslag gaf ze het op; dan vernietigt de Raad via de versnelde procedure, zonder nieuw debat. Omgekeerd verloor de inschrijver zijn vordering tegen de impliciete weigering om hem te gunnen, omdat hij nooit had aangetoond dat de opdracht hem toekwam en na de schorsing geen voortzetting vroeg. Het resultaat is typisch voor het aanbestedingscontentieux: de gunning valt weg, maar de inschrijver krijgt de opdracht daarmee niet automatisch.
De les
Aanbesteders die een offerte na prijsonderzoek onregelmatig verklaren, moeten in het offerteverslag zelf uitleggen waarom de prijzen of de opgegeven uren niet haalbaar zijn: met cijfers uit de andere offertes, een eigen raming of ervaring met dezelfde opdracht. Wat u pas in uw memorie voor de Raad van State aanbrengt, telt niet. En wie na een negatief auditoraatsverslag geen voortzetting vraagt, aanvaardt in feite de vernietiging. Inschrijvers kunnen een laconieke onregelmatigverklaring met succes aanvechten op de formele motivering, ook als ze zelf hun uren maar als raming hebben opgegeven. Wilt u daarnaast de impliciete weigering om u te gunnen laten vernietigen, toon dan concreet aan dat de opdracht u had moeten toekomen, en vraag na een schorsingsarrest tijdig de voortzetting van de procedure, anders wordt afstand van geding vermoed.
Te onthouden
- Wanneer de aanbesteder prijzen laat verantwoorden, moet de beslissing over die verantwoording precies gemotiveerd zijn en de realiteit, juistheid en pertinentie van de onderliggende gegevens laten zien.
- De loutere vaststelling dat uitvoering ‘materieel onmogelijk’ is voor één persoon binnen de opgegeven uren, zonder enige onderbouwing, is een ontoereikende motivering.
- Een motief dat niet in het offerteverslag staat en pas voor de Raad van State wordt aangevoerd, kan een gebrekkige formele motivering niet a posteriori herstellen.
- Vraagt de verwerende partij geen voortzetting na een auditoraatsverslag dat tot vernietiging besluit, dan kan de Raad vernietigen via de versnelde procedure van art. 30, § 3 RvS-wet en art. 14quinquies procedurereglement.
- Het beroep tegen de impliciete weigering om te gunnen is enkel ontvankelijk als de inschrijver overtuigend aantoont dat de opdracht hem had moeten toekomen; zonder voortzetting na het schorsingsarrest geldt voor dat onderdeel een vermoeden van afstand van geding.
- De gemeente Paliseul draagt 400 euro rolrechten, 52 euro bijdragen en 770 euro rechtsplegingsvergoeding.
Waarop letten
- De inhoud van het offerteverslag: daar moet de motivering van de onregelmatigheid staan, niet in latere processtukken.
- Het verband tussen een prijsonderzoek (art. 35 KB 18 april 2017) en een onregelmatigverklaring (art. 76): wie de verantwoording verwerpt, moet zeggen waarom.
- De termijnen voor een verzoek tot voortzetting, zowel na een schorsingsarrest als na een auditoraatsverslag.
- Het onderscheid tussen de vernietiging van de gunning en het recht op de opdracht: dat laatste vergt een afzonderlijk en overtuigend bewijs.
Stel jezelf de vraag
Als aanbesteder: staat de reden waarom u een prijsverantwoording niet aanvaardt in het offerteverslag zelf, met concrete gegevens (uren en middelen van andere inschrijvers, eigen raming, vergelijkbare opdrachten)? Bent u zich ervan bewust dat argumenten die u pas in de procedure voor de Raad van State aanvoert, een gebrekkige motivering niet meer kunnen herstellen? Weet u dat het niet vragen van de voortzetting binnen dertig dagen na een auditoraatsverslag dat tot vernietiging besluit, leidt tot vernietiging via de versnelde procedure? Als inschrijver: hebt u, naast de onregelmatigverklaring, ook de impliciete weigering om u te gunnen aangevochten, en kunt u aantonen dat de opdracht u had moeten toekomen? Hebt u na een schorsingsarrest tijdig de voortzetting gevraagd voor elk onderdeel van uw beroep dat u wilt behouden?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →