Verkeerstoren van Bierset: Bureau Pierre Berger haalt het maximum op prijs maar verliest met 1,49 punt van TPF Engineering — wie de scores aanvecht, moet aantonen dat de fouten de rangschikking omgooien
De nv Bureau d’études Pierre Berger, tweede met 93,85 punten tegenover 95,34 voor TPF Engineering in de opdracht van SOWAER voor een studiebureau voor de elektrische en HVAC-installaties van de verkeerstoren van Luik-Bierset, rekende zichzelf met een reeks correcties naar de eerste plaats, maar de voorzitter van de VIe kamer verwerpt de UDN-vordering: de Raad herrekent geen scores, en zelfs de punten die eventueel terecht werden betwist, overbruggen de kloof van 1,49 punt niet.
Wat gebeurde er?
De Société wallonne des aéroports (SOWAER) zocht via een onderhandelingsprocedure met bekendmaking een studiebureau speciale technieken voor de renovatie van de elektrische en HVAC-installaties van de verkeerstoren van de luchthaven Luik-Bierset, op basis van bestek nr. SOWAER/ET/LG/171/2009. Bij de opening op 1 september 2010 lagen vijf offertes op tafel. Er waren vier gunningscriteria: het bedrag van de offerte (60 punten), de kwaliteit van de planning voor de verschillende projectfasen (15 punten), de uitvoeringstermijn (10 punten) en de kwaliteit van de offerte (10 punten). Op 2 februari 2011 gunde SOWAER de opdracht aan de nv Bureau d’études TPF Engineering voor 120.491,50 euro excl. btw; de gemotiveerde beslissing werd met een aangetekende brief van 8 februari 2011 aan de nv Bureau d’études Pierre Berger meegedeeld. Die had op prijs het maximum van 60 punten behaald, maar eindigde met 93,85 punten tweede, op 1,49 punt van TPF Engineering (95,34). Op 23 februari 2011 vorderde Pierre Berger met één verzoekschrift de nietigverklaring en de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. SOWAER betwistte eerst de ontvankelijkheid: de beslissing om naar de Raad van State te stappen zou niet door het bevoegde orgaan zijn genomen. De Raad verwees naar artikel 19 van de statuten, dat de gedelegeerd bestuurder toelaat de vennootschap in rechte te vertegenwoordigen zonder een voorafgaande beslissing van de raad van bestuur te bewijzen; Pierre Berger had als gedelegeerd bestuurder beslist, dus het beroep was ontvankelijk. Ten gronde viel Pierre Berger de punten op de criteria 2 tot 4 aan en rekende zichzelf naar 96,25 punten, tegenover 92,14 voor TPF Engineering. Voor de planning (criterium 2) stelde ze dat SOWAER TPF Engineering en een andere inschrijver, de nv Boydens, voor hetzelfde gebrek — het ontbreken van vrije speling en kritiek pad — verschillend had bestraft, en dat TPF Engineering geen GANTT- of PERT-schema’s had gegeven voor de studie- en werfplanning; ze eiste 3 punten aftrek bij de winnaar. Voor de uitvoeringstermijn (criterium 3) vond ze haar aftrek voor de personele middelen onterecht, omdat ze op de onderhandeling van 24 november 2010 met het gevraagde minimumteam en twee extra ervaren ingenieurs (HVAC en elektriciteit) was verschenen, en betwistte ze een bijkomende aftrek van 1 punt omdat haar vertegenwoordiger technisch onvoldoende gekwalificeerd zou zijn — een dubbele bestraffing, aangezien dat volgens haar onder criterium 4 thuishoorde. Ook had SOWAER de opgelegde goedkeuringstermijnen ten onrechte in de voorgestelde termijnen meegeteld. Odile Daurmont, kamervoorzitter, herinnerde eraan dat de Raad zijn eigen becijferde beoordeling niet in de plaats stelt van die van de aanbestedende overheid: hij kan enkel fouten vaststellen, en die moeten vaststaan én de rangschikking beïnvloeden. Op criterium 2 aanvaardde de Raad dat Pierre Berger belang had bij de grief dat de winnaar met ‘mansuétude’ (toegeeflijkheid) was behandeld, maar ten gronde haalden beiden de maximumscore voor de nota over de planningen, legde het bestek niet op waar de voorbeelden moesten staan, en was de aftrek van 0,25 op 2 punten voor haar eigen planning (die afweek van de principes in haar nota en op drie pagina’s stond in plaats van op één) evenmin onredelijk als de aftrek van tweemaal 0,25 punt voor TPF Engineering. Op criterium 3 had TPF Engineering de termijn in een omstandige nota onderbouwd, met onder meer 360 werkuren voor de eerste fase, terwijl Pierre Berger enkel een aantal werkdagen opgaf; het was niet onredelijk een termijn in dagen, zonder precieze personele middelen, als minder nauwkeurig te beschouwen, en evenmin om die middelen zowel bij de termijn als bij de kwaliteit van de offerte mee te wegen. Zelfs als het argument over de goedkeuringstermijnen klopte, ging het om hooguit 0,2 punt. Tel daarbij de 0,9 punt die Pierre Berger voor criterium 4 opeiste, en de kloof van 1,49 punt bleef overeind. Het enig middel was niet ernstig; de vordering werd verworpen en de kosten werden aangehouden. Eerste auditeur Thibaut had eensluidend geadviseerd.
Waarom doet dit ertoe?
Bij een krappe rangschikking is de verleiding groot om een eigen herberekening voor te leggen waarin men zelf wint. Dit arrest toont waarom dat zelden werkt. De Raad van State oefent een marginale toetsing uit op de puntentoekenning: hij gaat niet zelf scoren, maar zoekt vaststaande fouten die de rangschikking veranderen. De verzoekster moet dus per grief aantonen dat er een manifeste beoordelingsfout is, en vervolgens dat de som van de terechte correcties het verschil overbrugt. Het arrest past die tweede stap zeer concreet toe: zelfs in de veronderstelling dat de grieven over 0,2 en 0,9 punt gegrond zijn, blijft er een kloof. Tegelijk bevat het een nuttige erkenning: een inschrijver heeft wel degelijk belang om te klagen dat de winnaar milder werd behandeld dan een derde inschrijver voor hetzelfde gebrek, omdat zo’n ongelijke behandeling het eindklassement kan beïnvloeden. Voor aanbesteders is het arrest een bevestiging dat een gedetailleerd verslag, dat per inschrijver uitlegt waarom een fractie van een punt wordt afgetrokken, het verschil maakt. En inhoudelijk aanvaardt de Raad dat een termijn die in werkuren en met concrete personele middelen wordt onderbouwd, beter mag scoren dan een termijn in dagen zonder die onderbouwing — ook als dezelfde middelen ook bij een ander criterium meetellen.
De les
Voor inschrijvers: wie de scores aanvecht, bouwt zijn middel in twee lagen op. Eerst: per criterium een concrete, aantoonbare beoordelingsfout, geen alternatieve appreciatie. Daarna: een realistische rekensom die laat zien dat de gegronde grieven samen de kloof overbruggen. Stapel geen maximale correcties om op papier eerste te eindigen; de Raad prikt erdoorheen en weegt elke grief apart. En onderbouw in uw offerte wat gescoord wordt: een uitvoeringstermijn in werkuren, met een team dat zwart op wit staat, weegt zwaarder dan een termijn in dagen en een team dat enkel op de onderhandeling verscheen. Voor aanbesteders: motiveer elke aftrek, ook van een kwart punt, per inschrijver en per aspect, en pas dezelfde maatstaf toe op hetzelfde gebrek bij verschillende inschrijvers. Een rapport dat dat zichtbaar maakt, is uw beste verdediging. Wilt u personele middelen bij meerdere criteria laten meetellen, maak dat dan in het bestek duidelijk om het verwijt van dubbele bestraffing voor te zijn.
Te onthouden
- De Raad van State stelt zijn becijferde beoordeling niet in de plaats van die van de aanbestedende overheid; hij stelt enkel fouten vast.
- Een beoordelingsfout moet vaststaan én een invloed hebben op de rangschikking om tot schorsing of vernietiging te leiden.
- Een inschrijver heeft belang bij de grief dat de winnaar voor hetzelfde gebrek milder werd behandeld dan een andere inschrijver, omdat dat de eindrangschikking kan beïnvloeden.
- Het is niet onredelijk een uitvoeringstermijn in dagen, zonder precieze personele middelen, als minder nauwkeurig te beoordelen dan een termijn in werkuren.
- Personele middelen mogen zowel bij het criterium uitvoeringstermijn als bij de kwaliteit van de offerte in rekening worden gebracht.
- Zelfs wanneer enkele grieven (0,2 en 0,9 punt) gegrond zouden zijn, volstaat dat niet als ze samen het verschil van 1,49 punt niet overbruggen.
- Een gedelegeerd bestuurder die volgens de statuten de vennootschap in rechte vertegenwoordigt, kan rechtsgeldig beslissen om een procedure in te stellen.
Waarop letten
- Krappe puntenverschillen: reken de impact van elke grief afzonderlijk door.
- Gelijke behandeling bij puntenaftrek voor gelijkaardige gebreken bij verschillende inschrijvers.
- Wat mondeling op een onderhandeling wordt toegelicht, telt niet noodzakelijk mee als het niet schriftelijk in de offerte staat.
- Mogelijke overlap tussen gunningscriteria (termijn en kwaliteit) en het verwijt van dubbele bestraffing.
- De statutaire vertegenwoordigingsregels voor de beslissing om in rechte te treden.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: kan ik per criterium een concrete, vaststaande beoordelingsfout aanwijzen, of zet ik enkel mijn eigen appreciatie tegenover die van de overheid? Als inschrijver: overbrugt de som van mijn redelijk gegronde grieven het puntenverschil, ook als de Raad mijn zwakste grieven afwijst? Als inschrijver: staat alles wat beoordeeld wordt (teamsamenstelling, uren, planningstechnieken) schriftelijk in mijn offerte, en niet enkel in wat ik op de onderhandeling zei? Als aanbesteder: bevat mijn verslag per inschrijver en per subaspect de reden voor elke puntenaftrek? Als aanbesteder: heb ik hetzelfde gebrek bij verschillende inschrijvers met dezelfde aftrek bestraft? Als aanbesteder: maakt het bestek duidelijk of een element, zoals de personele middelen, bij meer dan één criterium meetelt?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →