Londerzeel gunt aan de abnormaal lage inschrijver zonder de prijsverantwoording echt te toetsen — en de Raad van State vernietigt
De gemeente Londerzeel gunde de verbouwing van de pastorij te Malderen tot een buitenschoolse kinderopvang aan de nv De Brandt, wier offerte van 793.000,44 euro meer dan 15% onder het gemiddelde lag; omdat de gemeente de gevraagde prijsverantwoording zo goed als woordelijk overnam zonder ze inhoudelijk te onderzoeken, vernietigde de Raad van State zowel de gunning als de impliciete beslissing om niet aan de nv Bouwbedrijf VMG – De Cock te gunnen.
Wat gebeurde er?
De gemeente Londerzeel schreef een openbare aanbesteding uit voor werken aan de pastorij te Malderen, die zou worden uitgebreid en verbouwd tot lokalen voor buitenschoolse kinderopvang (bestek nr. 2012-046, aangekondigd in het Bulletin der Aanbestedingen van 2 juni 2012). Bij de opening van de offertes op 6 juli 2012 lagen er vijf inschrijvingen op tafel, btw niet inbegrepen: de nv De Brandt met 793.000,44 euro, de nv Alpas met 908.139,07 euro, de nv Bouwbedrijf VMG – De Cock met 950.000,00 euro, de nv Hero Construct met 992.318,31 euro en de bvba Vochten met 1.001.060,97 euro. De offerte van De Brandt lag meer dan 15% onder het gemiddelde en moest daarom op haar mogelijk abnormale karakter worden nagezien. De ontwerper-architect vroeg De Brandt bij brief van 12 september 2012 om een prijsverantwoording voor haar totale inschrijvingsbedrag én voor een reeks specifieke eenheidsprijzen. De Brandt antwoordde op 19 september 2012 met een algemeen gehouden brief — zij verwees naar haar machinepark, de korte afstand tot de werf, de samenwerking met vaste onderaannemers en kortingen bij contante betaling — met daarbij een bundel technische fiches en enkele onderaannemersoffertes. In het gunningsverslag van 24 september 2012 verklaarde de architect de tweede laagste offerte (Alpas) onregelmatig wegens ontbrekende eenheidsprijzen en stelde hij voor de opdracht aan De Brandt te gunnen; het college besliste in die zin op 1 oktober 2012. De nv Bouwbedrijf VMG – De Cock vocht die gunning aan. De Raad van State stelde vast dat de gemeente de prijsverantwoording niet met de nodige ernst en zorgvuldigheid had onderzocht: het gunningsverslag hernam zo goed als woordelijk de brief van De Brandt zonder de aangevoerde elementen te bespreken of te evalueren. Die elementen waren bovendien vaag en algemeen, niet met stukken gestaafd, en golden evengoed voor om het even welke inschrijver — het machinepark, de nabijheid van de werf en de vaste onderaannemers verklaarden niet in concreto hoe uitgerekend De Brandt tot zo'n lage prijs kwam, en de ingeroepen kortingen bleven een blote bewering. De Raad verwierp ook het argument dat De Brandt enkel het bedrag boven de 15%-drempel hoefde te verantwoorden: artikel 110, § 4, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 slaat op het abnormale karakter van de offerteprijs in zijn geheel, en ook de vraag om verantwoording sprak uitdrukkelijk over het ‘totaal inschrijvingsbedrag’. Dat de opdracht nadien binnen budget werd uitgevoerd, deed niet ter zake, want de uitvoering telt in beginsel niet mee bij de beoordeling van de daaraan voorafgaande gunningsbeslissing. De gemeente mocht de offerte van De Brandt dan ook niet als voldoende verantwoord beschouwen en had ze overeenkomstig artikel 110, § 4, laatste lid, 2°, als onregelmatig moeten weren. De Raad vernietigde de gunningsbeslissing van 1 oktober 2012 én de impliciete beslissing om de opdracht niet aan VMG – De Cock te gunnen, en verwees de gemeente in de kosten van 175 euro.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest legt de vinger op wat de toets van een abnormaal lage offerte precies inhoudt. Bij een aanbesteding van werken met minstens vier offertes is het nazicht van elke inschrijving die meer dan 15% onder het gemiddelde ligt, geen vrije keuze maar een verplichting: de aanbesteder moet ofwel de verwerping van het vermoeden van abnormaliteit formeel motiveren, ofwel een prijsverantwoording vragen en die dan écht onderzoeken. Dat laatste is de kern. De aanbesteder beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid en de Raad van State stelt zich niet in zijn plaats, maar de Raad kijkt wél na of het bestuur zorgvuldig te werk ging. Een gunningsverslag dat de rechtvaardigingsbrief van de inschrijver gewoon overschrijft, doorstaat die toets niet: dan blijkt niet dat de verantwoording de facto is onderzocht. Voor aanbesteders is de boodschap dat de laagste prijs geen vrijgeleide is en dat een abnormaal lage offerte een gemotiveerde, concrete afweging vergt. Voor inschrijvers die net naast de gunning grijpen, toont het arrest dat de manier waarop een concurrent zijn lage prijs verantwoordt — en hoe de aanbesteder daarmee omgaat — een vruchtbaar aanknopingspunt is voor een beroep.
De les
Bent u aanbesteder en ligt een offerte bij een aanbesteding van werken meer dan 15% onder het gemiddelde van minstens vier inschrijvingen, dan moet u het abnormale karakter nazien: motiveer de verwerping van dat vermoeden formeel, of vraag een prijsverantwoording. Vraagt u er een, onderzoek ze dan ook echt — bespreek de aangevoerde elementen concreet, ga na of ze de afwijking werkelijk verklaren, en neem uw beoordeling zichtbaar op in het gunningsverslag. Een verslag dat de brief van de inschrijver louter overneemt, volstaat niet, en algemene troeven zoals een machinepark of nabije werf verklaren op zich geen lage prijs, want die gelden voor iedereen. Vergis u ook niet in de omvang: te verantwoorden valt de volledige offerteprijs, niet enkel het stuk boven de 15%-drempel. Bent u inschrijver, dan loont het om bij een verdachte lage concurrentoffertes na te gaan of de aanbesteder de prijsverantwoording zorgvuldig heeft gewogen; is dat niet zichtbaar gebeurd, dan is de gunning kwetsbaar.
Te onthouden
- Bij een aanbesteding van werken met minstens vier offertes moet elke offerte die minstens 15% onder het gemiddelde ligt, op haar abnormale karakter worden nagezien (art. 110, § 4, KB 8 januari 1996).
- De aanbesteder kiest: ofwel motiveert hij formeel de verwerping van het vermoeden van abnormaliteit, ofwel vraagt hij een prijsverantwoording — en die moet hij dan werkelijk onderzoeken.
- Een gunningsverslag dat de rechtvaardigingsbrief van de inschrijver zo goed als woordelijk overneemt, toont niet aan dat de verantwoording de facto is onderzocht.
- Te verantwoorden is de volledige offerteprijs, niet alleen het bedrag waarmee de drempel van 15% wordt overschreden.
- Vage, algemene troeven (machinepark, korte afstand tot de werf, vaste onderaannemers, niet-gestaafde kortingen) verklaren op zich geen abnormaal lage prijs, want ze gelden voor elke inschrijver.
- De uitvoering van de opdracht binnen budget telt in beginsel niet mee bij de beoordeling van de wettigheid van de daaraan voorafgaande gunningsbeslissing.
Waarop letten
- Of het gunningsverslag de prijsverantwoording concreet bespreekt en evalueert, dan wel de brief van de inschrijver louter herneemt.
- De draagwijdte van de verantwoordingsplicht: de hele offerteprijs, niet enkel het stuk boven de 15%-drempel.
- Het onderscheid tussen de ruime discretionaire bevoegdheid van de aanbesteder en de zorgvuldigheidstoets die de Raad van State wél uitvoert.
- Dat de vernietiging ook de impliciete beslissing treft om niet aan de verzoekende inschrijver te gunnen.
Stel jezelf de vraag
Ligt een offerte meer dan 15% onder het gemiddelde van minstens vier inschrijvingen? Dan is het nazicht van het abnormale karakter verplicht, niet facultatief. Onderzoekt uw gunningsverslag de prijsverantwoording concreet, of herneemt het enkel de brief van de inschrijver? Verklaren de aangevoerde elementen echt hoe uitgerekend deze inschrijver tot zijn lage prijs komt, of gelden ze voor elke aannemer? Verantwoordt de inschrijver de volledige offerteprijs, of enkel het bedrag boven de 15%-drempel? Beseft u dat de latere uitvoering binnen budget de wettigheid van de gunningsbeslissing niet kan redden?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →