zonder_voorwerp Franstalig college

Vivalia trekt na de schorsing haar gunning voor werkkledij en linnen in: het beroep van Servitex valt zonder voorwerp en de intercommunale draagt de kosten

Arrest nr. 228698 · 7 oktober 2014 · VIe kamer

Nadat de Raad van State de gunning aan Vangard Sterima van een opdracht voor de huur en het onderhoud van werkkledij en plat linnen had geschorst, trok de intercommunale Vivalia haar gunningsbeslissing in; bij gebrek aan een tijdig beroep tegen die intrekking werd ze definitief, verloor het annulatieberoep van Servitex zijn voorwerp, werd de schorsing opgeheven en kwamen de op 350 euro begrote kosten ten laste van Vivalia.

Wat gebeurde er?

Met een verzoekschrift van 2 juli 2013 vorderde de NV Servitex de vernietiging van de beslissing van 26 maart 2013 waarbij de raad van bestuur van de intercommunale Vivalia aan de NV Vangard Sterima het eerste perceel gunde van de ‘overheidsopdracht voor de huur en het onderhoud van werkkledij en plat linnen van de verschillende instellingen’. Bij arrest nr. 223.916 van 14 juni 2013 had de Raad van State de tenuitvoerlegging van diezelfde akte al geschorst. Daarna besliste de raad van bestuur van Vivalia op 25 juni 2013 om de bestreden beslissing in te trekken. Die intrekking werd aan de verschillende inschrijvers betekend bij aangetekende brieven van 27 juni 2013 en langs elektronische weg. Tegen de intrekkingsbeslissing werd geen enkel beroep ingesteld, en de termijn daarvoor was verstreken, zodat de intrekking als definitief kon worden beschouwd. Bijgevolg had het beroep van Servitex zijn voorwerp verloren en moest de bij arrest nr. 223.916 bevolen schorsing worden opgeheven. De zaak werd op grond van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten door een kamer van één lid behandeld; staatsraad David De Roy, waarnemend voorzitter, bracht verslag uit op de zitting van 23 september 2014, advocaten Pierre Lejeune (voor Servitex) en Jean Laurent (voor Vivalia) werden gehoord, en eerste auditeur Laurent Jans gaf een eensluidend advies. In zijn arrest van 7 oktober 2014 besliste de VIe kamer dat er geen uitspraak meer hoefde te worden gedaan, hief zij de schorsing op en legde zij, gelet op de omstandigheden van de zaak, de op 350 euro begrote kosten ten laste van Vivalia.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest uit 2014 toont dat het patroon waarbij een aanbesteder zijn geschorste gunning intrekt en zo het beroep zonder voorwerp maakt, al lang vóór de huidige rechtspraak bestond — en dat de kostenlast ook toen al bij het bestuur lag. Het verschil met de recentere zaken zit in het bedrag: hier werden de kosten forfaitair op 350 euro begroot, want de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die voortvloeit uit de hervorming van artikel 30/1 en de latere indexering, was nog niet van toepassing. Wie de drie verwante arresten naast elkaar legt, ziet dezelfde regel in drie tijdvakken: de aanbesteder die zijn eigen beslissing intrekt, ruimt de betwisting op maar betaalt de rekening, terwijl de inschrijver die de schorsing verkreeg zijn kosten recupereert. Het arrest illustreert ook de soberheid van de afronding: een kamer van één lid stelde eenvoudig het verlies van voorwerp vast en hief de schorsing op.

De les

Verkrijgt u als afgewezen inschrijver de schorsing van een gunning en trekt de aanbesteder daarna zijn beslissing in, dan eindigt uw beroep ‘zonder voorwerp’, maar de betwiste opdracht is van de baan en de kosten komen ten laste van het bestuur. Reken niet op een inhoudelijk arrest: zodra de intrekking definitief is — wat het wordt als niemand ze tijdig aanvecht — stelt de Raad enkel nog het verlies van voorwerp vast en heft hij de schorsing op. Bent u aanbesteder, dan is intrekken na een schorsing een geldige manier om de procedure recht te zetten, maar u draagt er de kosten van; in 2014 ging het om 350 euro, vandaag om de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. Zorg er in beide rollen voor dat de intrekking aan álle inschrijvers wordt betekend, want dat maakt haar definitief.

Te onthouden

  • De raad van bestuur van Vivalia trok de gunning van 26 maart 2013 in bij beslissing van 25 juni 2013, betekend aan de inschrijvers op 27 juni 2013; bij gebrek aan een tijdig beroep werd de intrekking definitief en verloor het beroep zijn voorwerp.
  • De bij arrest nr. 223.916 van 14 juni 2013 bevolen schorsing werd opgeheven.
  • De kosten werden forfaitair op 350 euro begroot ten laste van Vivalia — nog vóór de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.
  • De zaak werd door een kamer van één lid behandeld (art. 90, § 1, derde lid); eerste auditeur Laurent Jans, staatsraad David De Roy.
  • Het ging om een dienstenopdracht voor de huur en het onderhoud van werkkledij en plat linnen voor de instellingen van een intercommunale ziekenhuiskoepel.

Waarop letten

  • Het tijdvak: dit is een arrest van vóór de indexering van de rechtsplegingsvergoeding, vandaar de forfaitaire kosten van 350 euro.
  • De definitieve betekening van de intrekking aan alle inschrijvers, die bepaalt wanneer het beroep zijn voorwerp verliest.
  • Het verschil tussen het formele resultaat (geen uitspraak, opheffing van de schorsing) en het praktische resultaat (de opdracht moet worden overgedaan).
  • De vereenvoudigde behandeling door een kamer van één lid.

Stel jezelf de vraag

Beseft u dat een aanbesteder die zijn geschorste gunning intrekt uw beroep zonder voorwerp maakt, maar dat u als de in het gelijk gestelde partij uw kosten recupereert? Weet u dat de intrekking pas definitief wordt als geen enkele inschrijver ze binnen de termijn aanvecht, en dat ze daarom aan alle inschrijvers moet worden betekend? Hebt u, bij het vergelijken van oudere en recentere arresten, oog voor het verschil in kostenbedrag tussen het regime vóór (350 euro) en na de indexering van de rechtsplegingsvergoeding (770 euro)? En als aanbesteder: weet u dat intrekken na een schorsing legitiem is, maar dat de kosten hoe dan ook op u rusten?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →