Verwerping Nederlandstalig college

Een opdracht annuleren omdat het bestek onduidelijk is, mag — ook als jij niet in de war was

Arrest nr. 231423 · 2 juni 2015 · XIIe kamer

De Raad van State bevestigt: een aanbestedende overheid mag een perceel niet gunnen en herstarten met een verbeterd bestek, en het volstaat niet dat een inschrijver achteraf zegt 'maar ík begreep het wél' om die beslissing onderuit te halen.

Wat gebeurde er?

Dezelfde opdracht als arrest 231.422 — overdrukventilatoren voor brandweerdiensten — maar nu perceel 2 (elektrische motor). Twee inschrijvers: Fire Technics en Vanassche FFE. Tijdens de evaluatie op 7 oktober 2014 bleek het beschermrooster achteraan op de ventilator EX520 van Fire Technics niet conform aan een essentiële technische vereiste (gaasgrootte > 10 mm). Fire Technics antwoordde dat het om een demo-toestel ging met een oud rooster, en dat het definitieve prototype wél conform zou zijn — 'in het bestek is NERGENS een verplichting om de ventilatoren voor te stellen voor de toewijzing'. Bij de voorbereidende nota aan de inspectie van financiën gaf de FOD toe: artikel 1.15.1 van Document B sprak over 'prototypetest' in plaats van 'test van het staal overeenkomstig de essentiële vereisten'. Door dat woord 'prototype' kon er verwarring zijn tussen testen tijdens de gunningsfase en testen bij de uitvoering. Op 23 april 2015 beslist de FOD: perceel 2 niet gunnen, en herstarten via een nieuwe procedure met een verbeterd bestek. Fire Technics gaat in UDN: dit is willekeur, een drogreden om Vanassche een tweede kans te geven, en zelf had ze 'geen verwarring' over het bestek. De Raad van State verwerpt zes middelen. Artikel 35 van de wet van 15/06/2006 laat een aanbestedende overheid uitdrukkelijk toe af te zien van de gunning en te herstarten, eventueel volgens een andere procedure. Voorwaarde: motieven die in feite en in rechte aanvaardbaar zijn. De noodzaak om een bestek te verbeteren is zo'n motief — en die noodzaak vond de Raad hier net plausibel. De woordkeuze 'prototype' versus 'staal' kon objectief verwarring scheppen — Fire Technics' éigen brief van 10 oktober 2014 ('alleen bij het prototype moet de juiste ventilator worden voorgesteld!') bevestigde dat overigens. Dat Fire Technics zelf zegt 'bij mij was geen verwarring', volstaat niet. Geen voorbereidende klachten van Vanassche nodig: nergens schrijft de wet dat alleen na klachten kan worden gestopt. Artikel 25 (gunningscriteria toepassen) speelt evenmin: door de stopzetting komt de aanbesteder daar niet aan toe. En de bewering dat perceel 3 met bijna identieke technische eisen probleemloos doorging als 'bewijs' van machtsafwending tegen Fire Technics — daar volgt evenmin uit dat er voor perceel 2 géén verwarring kon zijn ontstaan.

Waarom doet dit ertoe?

Voor bid managers die net een sterke offerte hadden ingediend: het stopzetten van een procedure voelt onrechtvaardig — vooral als je weet dat je had kunnen winnen. Maar de drempel om die stopzetting onderuit te halen is hoog. Niet je éigen gemoedstoestand telt ('ik was niet in de war'), maar of een redelijke aanbesteder objectief verwarring kon vermoeden. Voor aanbesteders: dit arrest is een vrijbrief om bestekken te verbeteren — maar motiveer de stopzetting zorgvuldig en concreet, anders zit je in de problemen.

De les

Als de aanbestedende overheid jouw procedure stopzet en herstart, kijk dan eerst kritisch naar het bestek zelf — niet naar jouw eigen ervaring ermee. Was het woordgebruik dubbelzinnig? Spraken verschillende clausules elkaar tegen? Is er objectief reden tot verwarring? Zo ja, je hebt waarschijnlijk weinig kans bij de Raad. Zo nee: vraag exact wat de aanbesteder denkt te verbeteren, en check of dat overeenstemt met de feiten in het administratief dossier.

Te onthouden

  • Art. 35 wet 15/06/2006 laat stopzetting en herstart uitdrukkelijk toe
  • Voorwaarde: motieven in feite en in rechte aanvaardbaar — bestekverbetering is een geldig motief
  • 'Bij mij was geen verwarring' van één inschrijver weegt niet op tegen objectieve onduidelijkheid
  • Geen voorafgaande klachten van andere inschrijvers nodig om stopzetting te verantwoorden
  • Eigen briefwisseling van de verzoeker kan tegen hem worden gebruikt om de onduidelijkheid te bevestigen

Waarop letten

  • Een procedure die stopt vlak voor de gunning aan een lager scorend kandidaat — kijk dan naar het bestek, niet naar het sentiment
  • Bewoordingen in het bestek die in jouw interpretatie eenduidig waren maar voor de aanbesteder achteraf 'verwarring' opleveren
  • Een herstart-beslissing zonder concrete uitleg wat er verbeterd zal worden in het nieuwe bestek
  • Argumenten over 'gelijke behandeling van percelen' — werken zelden, want elk perceel staat op zich

Stel jezelf de vraag

Stel: een aanbesteder stopt de procedure waarin jouw offerte 50 punten boven de concurrent stond. Kun je drie concrete tekstpassages uit het bestek aanhalen waar de bewoordingen ondubbelzinnig en intern coherent zijn? Of zit er ergens een woordkeuze die — als je echt eerlijk bent — twee lezingen toelaat? Dat tweede scenario is wat de Raad als 'voldoende reden' aanvaardt.

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →