Andere Nederlandstalig college

Verlies je UDN, doe niets, en de aanbesteder rekent jou € 900 aan voor het privilege

Arrest nr. 231803 · 30 juni 2015 · XIIe kamer

De Raad van State stelt vast dat OIL nv afstand van geding wordt vermoed nadat haar UDN tegen de gunning van het schilderen van de Jabbeke-brug aan De Medts werd afgewezen — en veroordeelt OIL tot betaling van het rolrecht van € 200 én een rechtsplegingsvergoeding van € 700 aan het Vlaams Gewest.

Wat gebeurde er?

Op 18 december 2014 gunde het Agentschap Wegen en Verkeer van het Vlaams Gewest de werken voor het schilderen van de brug over het Kanaal Gent-Oostende in Jabbeke aan de NV De Medts. OIL nv, die de opdracht niet had gekregen, stelde op 30 januari 2015 een vernietigingsverzoek in, gecombineerd met een UDN-vordering. Bij arrest 230.397 van 3 maart 2015 verwierp de Raad van State de UDN. OIL nam vervolgens géén actie meer: geen verzoek tot voortzetting van de annulatieprocedure, zelfs niet na de standaardbrief van 5 mei 2015 die haar daartoe uitnodigt onder artikel 11/3 Regentsbesluit. De wettelijke termijn van 30 dagen verstrijkt. Resultaat: vermoeden van afstand van geding op grond van artikel 17, §7 RvS-wet. Tot zover een banaal procedureel einde. Het belangrijke verschil met andere afstandszaken zit in de kostenkant: het Vlaams Gewest had — anders dan in vergelijkbare zaken — zijn gunningsbeslissing níét ingetrokken. De gunning aan De Medts bleef recht overeind. Het Vlaams Gewest vroeg in zijn nota een rechtsplegingsvergoeding van € 700. De Raad oordeelt: 'in de gegeven omstandigheden' is het Vlaams Gewest de in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1 RvS-wet. OIL nv wordt veroordeeld tot het rolrecht van € 200 plus de volledige basis-RPV van € 700. Totaal: € 900 'voor niets', want OIL heeft inhoudelijk niets bereikt.

Waarom doet dit ertoe?

De combinatie 'UDN-verlies + niet voortzetten' lijkt op het eerste gezicht een kosteloze exit-strategie: stop gewoon, geen verdere kosten, en in het slechtste geval verlies je de tijd die je al hebt geïnvesteerd. Dit arrest leert dat dit fout is: een 'vermoeden van afstand' kost je nog steeds de volle basis-RPV (€ 700) als de aanbesteder die heeft gevraagd. Voor verzoekers betekent dit: beslis bewust vóór de 30-dagentermijn — ofwel inhoudelijk doorzetten (kans op winst, maar ook risico op verlies + RPV), ofwel actief afstand doen (geen RPV verschuldigd in zaken van geen voorwerp). Niet-reageren is de duurste optie.

De les

Als je een UDN verloren hebt en niet inhoudelijk wil voortzetten, doe dan een EXPLICIETE afstand van geding voordat het 'vermoeden van afstand' wordt vastgesteld. Of vraag voortzetting en regel een akkoord met de aanbesteder. Niet-reageren = automatisch RPV + rolrecht ten jouwen laste als de aanbesteder dat heeft gevraagd.

Te onthouden

  • Niet reageren op uitnodiging tot voortzetting = vermoeden van afstand (art. 17, §7 RvS-wet)
  • Als de aanbesteder zijn beslissing NIET heeft ingetrokken, is hij de 'in het gelijk gestelde partij' bij vermoeden van afstand
  • Volledige basis-RPV (€ 700) wordt dan toegekend aan de aanbesteder, plus rolrecht (€ 200)
  • EXPLICIETE afstand van geding is beter dan vermoeden — minder kostenrisico in sommige scenario's
  • Zelfs een 'klein' beroep tegen een schilderwerken-opdracht kost € 900 bij verkeerde exit

Waarop letten

  • Verzoeker doet niets na UDN-verlies — typisch teken dat de zaak verloren is, maar de kosten lopen door
  • Aanbesteder vermeldt expliciet de RPV in zijn nota — bereid je voor om die te betalen bij afstand
  • Aanbesteder heeft de beslissing NIET ingetrokken (anders dan in 'tactische' intrekkingsscenario's) — RPV gaat dan naar de aanbesteder
  • 30-dagentermijn na 'art. 11/3-brief' loopt strikt — geen verlenging op verzoek

Stel jezelf de vraag

Je hebt een uitnodiging tot voortzetting ontvangen na een UDN-verlies. Voor je beslist te zwijgen: check of de aanbesteder in zijn nota al een RPV heeft gevorderd. Zo ja: je betaalt € 700 + € 200 = € 900 als je niet reageert.

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →