Trek je gunningsbeslissing in vlak vóór de UDN-zitting? Dan draag je zelf de kosten — ook al verwerpt de Raad de vordering
OVAM trekt zeven dagen vóór de UDN-zitting haar gunningsbeslissing in: de Raad verklaart de vordering formeel verworpen wegens zonder voorwerp, maar legt het rolrecht en 700 euro rechtsplegingsvergoeding ten laste van OVAM omdat de THV Jan De Nul-Envisan als de in het gelijk gestelde partij wordt beschouwd.
Wat gebeurde er?
Op 13 december 2016 gunt de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) na open aanbesteding de opdracht 'Bodemsanering Steenweg 68 in Herk-De-Stad' (referte BN151204) aan de combinatie Wegrosan – HMVT. OVAM beoordeelt die offerte als de laagste regelmatige offerte. De tijdelijke handelsvennootschap NV Jan De Nul – NV Envisan, een concurrerende inschrijver, betwist die beoordeling en stelt op 2 januari 2017 een UDN-vordering tot schorsing in. De zitting wordt vastgesteld op 19 januari 2017 om 11 uur voor de XIIe kamer. Eén week vóór de zitting — meer bepaald op 12 januari 2017 — beslist OVAM zelf om haar gunningsbeslissing van 13 december 2016 in te trekken. Op de zitting van 19 januari 2017 verschijnen advocaat Evi Mees (loco Peter Flamey) voor de THV en advocaat Liesa Van Besouw (loco Christophe Lenders en Joris Wouters) voor OVAM. Auditeur Thomas Maes brengt eensluidend advies uit. De XIIe kamer, samengesteld uit waarnemend voorzitter Pierre Barra en griffier Silja Doms, stelt vast dat door de intrekking van 12 januari 2017 de vordering 'zonder voorwerp' is, of minstens dat de verzoekers hun belang bij de vordering hebben verloren. De dispositief luidt formeel: 'De Raad van State verwerpt de vordering.' Maar dan komt de kostenregeling. Met toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67 van het Regentbesluit van 23 augustus 1948 oordeelt de Raad dat de THV door de intrekking van de bestreden beslissing 'als de in het gelijk gestelde partij' moet worden beschouwd. Het rolrecht van 400 euro wordt ten laste van OVAM gelegd, en aan de verzoekers wordt een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toegekend — ook ten laste van OVAM. De 'verwerende partij' verliest dus formeel niet, maar betaalt wél 1.100 euro aan kosten.
Waarom doet dit ertoe?
Voor aanbestedende overheden is dit een waarschuwing: een laat ingetrokken gunningsbeslissing biedt geen kosteloze ontsnapping uit een UDN-procedure. Wie wacht tot vlak vóór de zitting om in te trekken, draagt het rolrecht én de rechtsplegingsvergoeding van de inschrijver die het beroep heeft ingesteld. De rechter beoordeelt het kostenverhaal niet op basis van de formele dispositief ('verwerpt de vordering'), maar op basis van wie de facto in het gelijk werd gesteld door de intrekking. Voor inschrijvers betekent dit het omgekeerde: een UDN-vordering die zonder voorwerp valt door intrekking is geen verloren actie. De rolrechten en rechtsplegingsvergoeding worden — mits gevorderd — toegewezen, ook al wordt de vordering technisch verworpen.
De les
Als aanbestedende overheid: bestudeer een UDN-vordering grondig zodra ze binnenkomt. Vermoed je dat een ingetrokken gunningsbeslissing een betere keuze is dan een verloren zitting? Trek dan zo vroeg mogelijk in — niet op de drempel van de zitting. Hoe later je intrekt, hoe duidelijker dat de intrekking een rechtstreeks gevolg is van de procedure, en dat de Raad de inschrijver als 'in het gelijk gesteld' zal beschouwen. Als inschrijver: vorder altijd uitdrukkelijk de rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag 700 euro) in je verzoekschrift. Zonder vraag, geen toekenning — ook niet wanneer de tegenpartij intrekt.
Te onthouden
- Een gunningsbeslissing die wordt ingetrokken na een UDN-vordering maakt de vordering 'zonder voorwerp' — de Raad verwerpt formeel de vordering
- Maar de verzoekers worden door de intrekking beschouwd als 'in het gelijk gestelde partijen' (art. 30/1 W. Raad van State + art. 67 Regentbesluit 23/08/1948)
- Dat betekent rolrecht (200 of 400 euro) + rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag 700 euro) ten laste van de aanbestedende overheid
- Hier: tussen het instellen van de UDN (2 januari 2017) en de intrekking door OVAM (12 januari 2017) zat amper tien dagen — intrekking één week vóór de zitting
- Zonder uitdrukkelijke vraag tot rechtsplegingsvergoeding in het verzoekschrift kan die niet worden toegewezen — vraag het altijd
Waarop letten
- Een aanbestedende overheid die 'ineens' vlak vóór de zitting haar gunningsbeslissing intrekt: dat lijkt een ontsnappingsmanoeuvre maar leidt automatisch tot kostenverhaal
- Een verzoekschrift bij UDN dat de rechtsplegingsvergoeding niét vordert: een vergetelheid die de inschrijver enkele honderden euro's kost
- Een dispositief dat 'verwerping' uitspreekt terwijl het kostenverhaal naar de verweerder gaat: lees altijd de volledige dispositief vóór je conclusies trekt over wie 'gewonnen' heeft
Stel jezelf de vraag
Ben je inschrijver en heeft de aanbesteder zijn gunningsbeslissing ingetrokken in de loop van een UDN-procedure? Check of je verzoekschrift een uitdrukkelijke vraag tot rechtsplegingsvergoeding bevat. Zo niet: doe dat alsnog mondeling op de zitting. Ben je aanbestedende overheid en overweeg je intrekking? Doe het binnen 7 dagen na ontvangst van het verzoekschrift, niet één week vóór de zitting.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →