Verwerping Nederlandstalig college

Schorsing gewonnen, vernietiging verloren door één gemiste deadline — en de rechtsplegingsvergoeding wordt opgesplitst

Arrest nr. 243442 · 22 januari 2019 · XIIe kamer

De TV Putman Frères/Stapotech kreeg in maart 2018 de schorsing van de gunning van het Leietheater toegewezen, maar verloor tien maanden later het belang voor de vernietiging omdat zij geen toelichtende memorie indiende binnen de zestigdagentermijn — de Raad verdeelt de kosten: de aanbesteder betaalt voor de UDN, de verzoekers voor het annulatieberoep.

Wat gebeurde er?

Het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze gunde op 8 februari 2018 perceel 5 (theatertechnieken — hijsinstallatie) van het nieuwe cultuurcentrum 'Leietheater' aan de Nederlandse BV Dutch Theatre Systems & Services (DTS2). De Belgische tijdelijke vennootschap NV Putman Frères / BVBA Stapotech was niet weerhouden en stapte naar de Raad van State. Met succes: bij arrest nr. 241.101 van 23 maart 2018 werd de schorsing toegewezen — de gunning aan DTS2 mocht niet uitgevoerd worden. Op 10 april 2018 dienden zij ook een beroep tot nietigverklaring in. Hier ging het mis. De verwerende partij (de stad Deinze) verzuimde een memorie van antwoord in te dienen. De griffie meldde dat op 19 oktober 2018 aan de verzoekende partijen. Vanaf die kennisgeving begon voor de verzoekende partijen een termijn van zestig dagen lopen om een toelichtende memorie in te dienen. Die termijn werd niet gerespecteerd. Geen toelichtende memorie. Op 22 januari 2019 stelt de Raad van State, in een arrest van waarnemend voorzitter Johan Bovin, vast dat artikel 21, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State automatisch werkt: wie zijn toelichtende memorie te laat indient, wordt geacht zijn belang verloren te hebben. Het vernietigingsberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang. De interessante twist zit in de kostenregeling. De Raad past geen strenge alles-of-niets-regel toe, maar splitst de kosten op naargelang wie 'echt' gewonnen of verloren heeft op elk procedurespoor. De UDN-vordering werd op 23 maart 2018 ten gronde gewonnen — daar werden de schorsingsbedragen ten laste gelegd van de stad Deinze: rolrecht van 400 euro en rechtsplegingsvergoeding van 700 euro voor de TV. Het annulatieberoep wordt verloren omdat de verzoekers zelf de toelichtende memorie niet indienden — de kosten daarvan (rolrecht 400 euro en bijdrage 40 euro, elk voor de helft) vallen op de verzoekende partijen. De tussenkomende partij DTS2 betaalt zelf het rolrecht van 150 euro voor haar tussenkomst.

Waarom doet dit ertoe?

Een UDN-schorsing is geen eindstation. Wie de schorsing wint, heeft tijd gewonnen — niet de zaak gewonnen. De aanbesteder behoudt de mogelijkheid om de gunningsbeslissing in te trekken, een nieuwe te nemen, of de zaak te laten doodbloeden. Wie de definitieve overwinning wil — de vernietiging — moet de annulatieprocedure correct doorzetten. Daar zitten meerdere termijnen die los staan van de gunningsmaterie zelf: zodra de verwerende partij geen memorie van antwoord indient en de griffie dat meldt, beginnen er voor de verzoekers zestig dagen te lopen om een toelichtende memorie in te dienen. Wie hier slordig wordt — typisch omdat men 'de zaak al gewonnen' acht na de schorsing — verliest het annulatiebelang automatisch, zonder dat de Raad ten gronde naar de gunningsbeslissing kijkt. Voor de aanbesteder zit het voordeel hierin: een gewonnen UDN gevolgd door een verloren annulatie betekent dat de oorspronkelijke gunningsbeslissing formeel niet vernietigd is. De facto is zij wel uitgewerkt (de schorsing maakte uitvoering onmogelijk en in dossiers met deadlines is hertendering vaak de enige uitweg), maar juridisch staat zij nog overeind. Voor de inschrijver: de UDN geeft adempauze, niet eindzekerheid. Plan de annulatieprocedure als een aparte traject met eigen deadlines.

De les

Als je een UDN-schorsing hebt gewonnen, blijf de annulatieprocedure als volwaardig dossier behandelen. Zet de zestigdagentermijn voor de toelichtende memorie in je agenda zodra de griffie meldt dat de verwerende partij geen antwoord heeft ingediend. Mis je die deadline, dan verlies je het annulatieberoep automatisch — en de gunningsbeslissing die je net liet schorsen, wordt formeel nooit vernietigd.

Te onthouden

  • Een UDN-schorsing is een tussenstap, geen einduitspraak — de annulatieprocedure heeft eigen deadlines
  • Geen memorie van antwoord van de verwerende partij = trigger voor jouw zestigdagentermijn voor toelichtende memorie (art. 7 Regentbesluit 23/08/1948)
  • Geen toelichtende memorie ingediend = automatisch verlies van belang (art. 21, tweede lid gecoörd. wetten RvS), zonder grondonderzoek
  • De Raad splitst de kosten naargelang elk procedurespoor: UDN gewonnen → kosten op aanbesteder, annulatie verloren → kosten op verzoeker
  • Een vernietigde gunning blijft formeel rechtsgeldig als de annulatie procedureel sneuvelt — in praktijk wel onbruikbaar door de eerdere schorsing

Waarop letten

  • De griffiebrief die meldt dat de verwerende partij geen memorie heeft ingediend — dit is de start van een eigen termijn, geen passieve fase
  • Een verzoeker die na een gewonnen UDN inactief wordt — typisch teken dat de zaak procedureel zal doodbloeden
  • Een tussenkomende partij die het rolrecht van 150 euro draagt zonder dat de aanbesteder het terugbetaalt
  • De aanleiding van de zestigdagentermijn is de kennisgeving door de griffie, niet de eigenlijke vervaldatum van de antwoordmemorie van de tegenpartij

Stel jezelf de vraag

Je hebt een UDN-schorsing gewonnen op een gunning. Drie maanden later krijg je een brief van de griffie: de verwerende partij heeft geen memorie van antwoord ingediend. Heb je in die brief de exacte einddatum van je zestigdagentermijn voor de toelichtende memorie afgeleid en in je agenda gezet? Heb je je raadsman gemandateerd om die memorie tijdig in te dienen? Of liet je het rusten omdat 'de zaak gewonnen is'?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →