Acht dagen voor de zitting je beslissing intrekken kost je alsnog €920 aan procedurekosten
De Raad van State verklaart de schorsingsvordering van SDS zonder voorwerp omdat de Vlaamse Landmaatschappij haar gunning al had ingetrokken — maar legt de volle proceskosten van €920 toch ten laste van de aanbesteder.
Wat gebeurde er?
De Vlaamse Landmaatschappij gunde op 24 april 2019 het bestek AMB/2018/6 voor de aanstelling van een centraal gerechtsdeurwaarderskantoor. BVBA SDS, een ontevreden inschrijver, stelde op 21 mei 2019 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. De terechtzitting werd vastgelegd op 27 juni 2019 om 10.00 uur. Acht dagen voor die zitting, op 19 juni 2019, trok de Vlaamse Landmaatschappij haar eigen gunningsbeslissing in. Op de zitting argumenteerde verweerder dus dat de vordering geen voorwerp meer had. De Raad volgt dat formeel: de bestreden beslissing bestaat niet meer, dus heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren. Maar dan komt de wending. Kamervoorzitter Dierk Verbiest oordeelt: 'In de gegeven omstandigheden past het de kosten, het rolrecht, de bijdrage en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste van de verwerende partij te leggen.' De beschikking leest dan paradoxaal: 'De Raad van State verwerpt de vordering' — gevolgd door een veroordeling van de verweerder tot het rolrecht (€200), de bijdrage (€20) en de rechtsplegingsvergoeding (€700). Totaal: €920 voor een zaak waarin SDS technisch heeft 'verloren'. De verklaring zit in de logica die ook de Franstalige VIe kamer dezelfde week toepaste in 245.076, 245.079 en 245.080: het verdwijnen van de bestreden akte door intrekking is een 'succédané d'annulation contentieuse' — een surrogaat voor een vernietiging. De aanbesteder die intrekt, wordt voor de kostenregeling gelijkgesteld met de partij die in het ongelijk is gesteld.
Waarom doet dit ertoe?
Voor aanbestedende overheden ligt hier een hardnekkig misverstand bloot. Veel diensten denken dat 'snel intrekken nadat je gedaagd bent' de zaak doet wegsmelten — geen vernietiging, geen veroordeling, geen schade. Op het terrein van de kosten klopt dat niet. De Raad behandelt een intrekking onder druk van een schorsingsvordering als een impliciete erkenning dat de bestreden beslissing niet houdbaar was. Dat heeft drie gevolgen. Eén: de verzoeker krijgt zijn rolrecht (€200) en bijdrage (€20) terug van de overheid. Twee: de basisrechtsplegingsvergoeding (€700, of meer als het bedrag van de opdracht hoog is) wordt aan de verzoeker toegewezen. Drie: in cumulatieve zaken (parallelle vorderingen, tussenkomende partijen) lopen de bedragen snel op. Voor bid managers betekent dit dat een UDN-vordering óók nut heeft als de aanbesteder daarvóór nog intrekt: u krijgt uw kosten terug en bouwt jurisprudentie op tegen een aanbesteder die zijn beslissingen niet de eerste keer goed motiveert.
De les
Trek je als aanbesteder een gunningsbeslissing in nadat een UDN-vordering werd ingediend? Reken er dan op dat je toch de proceskosten draagt. Het 'redden' van de zaak door snel in te trekken werkt op het terrein van de annulatie — niet op het terrein van de kostenregeling. Wil je echt geen kosten dragen, dan moet je intrekken vóór er een vordering is ingesteld, of de verzoeker overtuigen om zelf afstand te doen van zijn vordering en op zijn kosten af te zien.
Te onthouden
- Intrekking onder druk van een UDN-vordering = 'succédané d'annulation' voor de kostenregeling
- Ook al wordt de vordering 'verworpen' wegens zonder voorwerp: de aanbesteder draagt €920 aan kosten
- Rolrecht (€200), bijdrage (€20) en basisrechtsplegingsvergoeding (€700) komen ten laste van de aanbesteder
- De verzoeker moet wél expliciet de rechtsplegingsvergoeding vragen — anders kent de Raad ze niet ambtshalve toe
- De doctrine geldt zowel voor de NL XIIe kamer als de FR VIe kamer (zelfde week, zelfde uitkomst)
Waarop letten
- Aanbesteders die kort vóór de zitting intrekken in de hoop de kosten te vermijden
- Notificaties van intrekking die geen rechtsmiddelen vermelden — dat houdt de kostenregeling open
- Intrekkingen via 'impliciete' beslissingen (collegebesluiten over stopzetting) — die kunnen ook als intrekking gelden
- Cumulatieve vorderingen: bij meerdere verzoekers of een tussenkomende partij vermenigvuldigen de kosten zich
Stel jezelf de vraag
Heb je een UDN-vordering ingesteld en trekt de aanbesteder daarna in? Vraag dan in je laatste memorie expliciet de basisrechtsplegingsvergoeding (€700, of het hogere bedrag voor opdrachten boven de drempelwaarden) plus rolrecht en bijdrage. De Raad kent dit standaard toe op grond van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten — maar je moet het wel vragen.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →