Prijsonderzoek zonder prijsbevraging: Gaston De Groote krijgt geen schorsing van de wegmarkeringsgunning in Antwerpen
De nv Gaston De Groote vocht bij uiterst dringende noodzakelijkheid de gunning aan de bvba Meirlaen Markeringen aan van een raamovereenkomst voor wegmarkeringen op de Antwerpse autosnelwegen, met het argument dat de opvallend lage winnende prijs een prijzenbevraging vereiste; de Raad van State verwierp de vordering omdat het Agentschap Wegen en Verkeer wél een omstandig prijsonderzoek had gevoerd — met een vergelijking van ramingen, eerdere vergelijkbare opdrachten en de MEDIAAN-prijzendatabank — en binnen zijn ruime beoordelingsbevoegdheid geen abnormaliteit hoefde vast te stellen.
Wat gebeurde er?
Het Agentschap Wegen en Verkeer van het Vlaamse Gewest plaatste via een openbare procedure een raamovereenkomst voor werken met als voorwerp het ‘leveren, aanbrengen en onderhouden van wegmarkeringen op de autosnelwegen in de afdeling Antwerpen’ (bestek 1M3D8E/19/12). De opdracht liep één jaar, met maximaal drie verlengingen van telkens één jaar (samen hoogstens vier jaar), en werd gegund aan de economisch meest voordelige offerte op basis van twee gunningscriteria: het offertebedrag (50 punten) en de kwaliteit van de aangeboden diensten / het plan van aanpak (50 punten). Na de bekendmaking op 8 mei 2019 in het Bulletin der Aanbestedingen kwamen er drie offertes binnen. Het gunningsverslag van 27 augustus 2019 bevond alle inschrijvers geselecteerd en alle offertes regelmatig, en rangschikte ze als volgt: de bvba Meirlaen Markeringen met 87/100 (prijs 50/50, plan van aanpak 37/50), de nv Gaston De Groote met 71,74/100 (prijs 33,24/50, plan van aanpak 38,50/50) en de nv Trafiroad met 60/100. Op 9 september 2019 gunde het Vlaamse Gewest de opdracht aan Meirlaen Markeringen voor 759.951,50 euro excl. btw voor één onderhoudsjaar en 3.039.806,00 euro excl. btw voor vier onderhoudsjaren; de gemotiveerde gunningsbeslissing werd op 27 september 2019 aan Gaston De Groote meegedeeld. In haar enige middel voerde Gaston De Groote de schending aan van de artikelen 83 en 84 van de wet overheidsopdrachten 2016 en de artikelen 33 tot 37 van het KB plaatsing 2017: gelet op het grote prijsverschil tussen haar offerte en de gekozen inschrijver, en het verschil met de raming (het bestek voorzag klasse 5, dus een raming van minstens 900.000 euro, wat op een afwijking van 18,5 % wees), zou er sprake zijn van een klaarblijkelijk abnormaal lage prijs die een prijzenbevraging vereiste, minstens had de aanbesteder niet afdoende gemotiveerd waarom de prijzen als normaal konden gelden. De Raad wees erop dat een aanbestedende overheid bij het prijsonderzoek over een aanzienlijke beoordelingsruimte beschikt en dat hij enkel marginaal toetst of de motieven bewezen zijn en de beoordeling zorgvuldig gebeurde. Uit het administratief dossier bleek dat het AWV wel degelijk een omstandig prijsonderzoek had gevoerd (punt 4.8 van het gunningsverslag): het vergeleek de totaal- en eenheidsprijzen van de drie offertes met de ramingen, die waren opgesteld op basis van eerdere vergelijkbare opdrachten in de districten Puurs, Brecht, Vosselaar, Geel en Antwerpen en bewust hoger ingeschat wegens indexering en de hogere complexiteit van de R1 en R2. De gekozen inschrijver zat onder de raming, de anderen erboven. Voor de posten met een belang groter dan 5 % (posten 1, 3, 4 en 5) onderzocht het AWV de eenheidsprijzen van Meirlaen: post 1 lag hoger dan de raming (net als bij de andere inschrijvers), terwijl de posten 3, 4 en 5 werden afgetoetst aan eerdere vergelijkbare opdrachten en aan de MEDIAAN-prijzendatabank. De bewering dat geen prijsonderzoek was gevoerd, miste dus feitelijke grondslag, en de aanbesteder mocht binnen zijn ruime beoordelingsbevoegdheid besluiten dat er geen abnormale prijzen waren en dus geen prijzenbevraging (art. 36, § 1 KB plaatsing 2017) hoefde te volgen. Het middel was niet ernstig; de Raad verwierp de vordering en verwees Gaston De Groote in de kosten: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro aan het Vlaamse Gewest.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest toont hoe ver de beoordelingsbevoegdheid van een aanbesteder reikt bij het prijsonderzoek, en hoe beperkt de toetsing door de Raad is. Het verplichte prijzen- of kostenonderzoek (art. 84 wet 2016; art. 33 en 35 KB plaatsing 2017) is niet hetzelfde als de prijzen- of kostenbevraging: die laatste, zwaardere stap wordt pas verplicht wanneer uit het onderzoek prijzen blijken die abnormaal laag of hoog lijken (art. 36, § 1). Een groot prijsverschil tussen inschrijvers, of tussen de laagste prijs en de raming, bewijst op zich geen abnormaliteit — zeker niet wanneer de raming zelf niet helemaal accuraat is. Wat telt, is of de aanbesteder zijn oordeel steunt op naar behoren bewezen, objectieve vergelijkingspunten. Hier waren dat de raming, de prijzen van eerdere vergelijkbare opdrachten en een prijzendatabank. Voor wie een gunning wil aanvechten op grond van een abnormaal lage prijs, legt het arrest de lat scherp: je moet aantonen dat het prijsonderzoek ontbrak of onzorgvuldig was, niet louter dat de winnaar goedkoper was.
De les
Voor aanbesteders: voer je verplichte prijsonderzoek echt uit en documenteer het met objectieve, controleerbare vergelijkingspunten — de raming, de eenheidsprijzen van eerdere vergelijkbare opdrachten en een prijzendatabank zoals MEDIAAN. Dat dossier is je verweer wanneer een verliezer de lage winnende prijs aanvecht. Zorg bovendien dat je raming realistisch en actueel is, want een verouderde raming verliest haar waarde als ijkpunt. Voor inschrijvers: een opvallend prijsverschil is geen bewijs van een abnormaal lage prijs. Wil je een gunning doen schorsen, toon dan aan dat het prijsonderzoek ontbrak of kennelijk onzorgvuldig gebeurde; de Raad zet zijn eigen prijsbeoordeling niet in de plaats van die van de aanbesteder. Ken ook de automatische drempel: bij werken die op prijs-kwaliteit worden beoordeeld met een prijscriterium van minstens 50 %, is een bevraging verplicht voor elke offerte die minstens 15 % onder het gemiddelde van de ingediende offertes ligt (art. 36, § 1).
Te onthouden
- Een aanbestedende overheid heeft een ruime beoordelingsbevoegdheid bij het prijsonderzoek; de Raad toetst enkel marginaal of de motieven bewezen zijn en of de beoordeling zorgvuldig was.
- Een prijzen- of kostenbevraging (art. 36, § 1 KB plaatsing 2017) is pas verplicht wanneer uit het prijsonderzoek prijzen blijken die abnormaal laag of hoog lijken; een groot prijsverschil alleen volstaat niet.
- Het AWV vergeleek de eenheidsprijzen met de raming, met eerdere vergelijkbare opdrachten en met de MEDIAAN-prijzendatabank — dat volstond als zorgvuldig prijsonderzoek.
- De vordering werd verworpen; kosten: rolrecht 200 euro, bijdrage 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro aan het Vlaamse Gewest.
Waarop letten
- Een raming is maar een bruikbaar vergelijkingspunt voor zover ze min of meer realistisch is; hier bleek ze niet helemaal accuraat, maar werd ze aangevuld met andere objectieve gegevens.
- Het verplichte prijsonderzoek (art. 84 wet 2016; art. 35 KB plaatsing 2017) mag niet worden verward met de zwaardere prijzenbevraging (art. 36) — die laatste volgt pas bij een vermoeden van abnormale prijzen.
- De Raad van State stelt zijn eigen prijsbeoordeling niet in de plaats van die van de aanbestedende overheid.
Stel jezelf de vraag
Als aanbesteder: heb je je prijsonderzoek gedocumenteerd met objectieve vergelijkingspunten (de raming, eenheidsprijzen van eerdere vergelijkbare opdrachten, een prijzendatabank)? Weet je wanneer een prijzenbevraging verplicht wordt — onder meer bij werken wanneer een offerte minstens 15 % onder het gemiddelde van de ingediende offertes ligt (art. 36, § 1 KB plaatsing 2017)? Als inschrijver: kun je méér aantonen dan een groot prijsverschil? De Raad toetst enkel marginaal of het prijsonderzoek zorgvuldig gebeurde, niet of hij zelf tot een andere prijs zou komen. Is jouw raming realistisch en actueel? Een verouderde of te hoge raming ondergraaft haar waarde als vergelijkingspunt.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →