Een UDN-vordering instellen werkt: zes dagen later trekt de Vlaamse Gemeenschap de niet-selectiebeslissing zelf in — en betaalt 920 euro aan de verzoeker
Ikanbi Group werd niet geselecteerd voor het Vlaamse multikanaal klantencontactcentrum, diende op 8 oktober 2020 een UDN-vordering in, en zes dagen later — voor de zitting — trok de minister-president van de Vlaamse regering de niet-selectiebeslissing in: vordering zonder voorwerp, maar het Agentschap Facilitair Bedrijf moet wel de volledige proceskost (920 euro) van Ikanbi dragen.
Wat gebeurde er?
Het Agentschap Facilitair Bedrijf (HFB) van de Vlaamse Gemeenschap schreef een raamovereenkomst uit voor de exploitatie van een multikanaal klantencontactcentrum (referentie 2020/HFB/MPMO/69871). NV Ikanbi Group, een gespecialiseerde callcenter-operator, kandideerde maar werd niet geselecteerd. Tegen die niet-selectiebeslissing diende Ikanbi op 8 oktober 2020 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. De partijen werden opgeroepen voor de zitting van 29 oktober 2020. Maar zes dagen na de vordering — op 14 oktober 2020 — nam de minister-president van de Vlaamse regering een nieuwe beslissing waarbij de bestreden niet-selectiebeslissing zelf werd ingetrokken. Op de zitting kon de Raad van State (XIIe kamer, kamervoorzitter Dierk Verbiest) bijgevolg enkel vaststellen dat de vordering zonder voorwerp was geworden, minstens dat Ikanbi haar belang bij de vordering had verloren. Merkwaardig is de kostenbeslissing: de Raad legt de volledige procedurekost (200 euro rolrecht, 20 euro bijdrage, 700 euro rechtsplegingsvergoeding — samen 920 euro) ten laste van de Vlaamse Gemeenschap, ten gunste van de verzoekende partij Ikanbi. De auditeur had een eensluidend advies gegeven. Een dictum dat strikt genomen 'de vordering verwerpt' (er was immers niets meer over om te beoordelen), maar feitelijk een totale rechterlijke erkenning is van wie het gelijk in het dossier had: de verwerende partij die op het laatste moment haar eigen beslissing intrekt, mag dat doen, maar betaalt wel.
Waarom doet dit ertoe?
Voor wie niet geselecteerd of niet gegund werd: een UDN-vordering instellen is geen pure proceskost-loterij. In een aanzienlijk aantal dossiers reageert de aanbestedende overheid door zelf het dossier opnieuw te bekijken, en in een deel daarvan trekt zij de bestreden beslissing in vóór de zitting. Het materieel resultaat — geen schorsing meer nodig — voelt aan als een nederlaag, maar de kostenveroordeling ten laste van de overheid is een belangrijk signaal: je hebt toegevoegd aan het dossier wat de overheid nog niet had gezien, en het loont. Voor aanbestedende overheden is dit een pijnlijke maar leerrijke kostenpost: 920 euro per vroegtijdige intrekking, plus de heropende procedure die je toch moet voeren. Tijdig en grondig analyseren van een UDN-vordering vóór de zitting kan dat dubbele verlies vermijden.
De les
Als verzoekende partij: dien je UDN-vordering in zodra je een ernstig middel hebt — wacht niet tot de zitting voor de gewone schorsing. De kans is reëel dat de aanbesteder zelf herziet, en zo niet, blijft de inhoudelijke beoordeling staan. Als aanbestedende overheid: krijg je een UDN-vordering, behandel die intern als een mini-audit. Vraag je interne dienst om alle motieven van de bestreden beslissing concreet te onderbouwen vóór de zittingsdag — een intrekking nadien is ook een proceskost.
Te onthouden
- Een intrekking door de aanbestedende overheid van haar eigen bestreden beslissing maakt de UDN-vordering 'zonder voorwerp' — maar de Raad veroordeelt dan systematisch de verwerende partij in de proceskosten
- Dictum-paradox: de vordering wordt formeel 'verworpen' (er is niets meer te beoordelen) maar de kostenveroordeling ligt bij de verwerende partij — geen contradictie, want de schorsing is gewoon niet meer nodig
- De kost voor de aanbestedende overheid bij een vroegtijdige intrekking: 200 EUR rolrecht + 20 EUR bijdrage + 700 EUR rechtsplegingsvergoeding = 920 EUR, plus de heropende plaatsingsprocedure
- Een UDN-vordering is een drukmiddel om de aanbestedende overheid sneller en grondiger naar haar eigen beslissing te laten kijken — soms levert dat een intrekking op vóór de zitting
Waarop letten
- Een aanbestedende overheid die een UDN-ontvangt en intern al voelt dat het dossier niet sluit: een tijdige intrekking is goedkoper dan een schorsing op de zitting (motiveringsgebrek raakt het dossier ook bij hergunning)
- Een verzoeker die overweegt zijn vordering in te trekken nadat de aanbestedende overheid heeft ingetrokken: dat is overbodig — de Raad kan zelf vaststellen dat de vordering zonder voorwerp is en dat scheelt jou niets in de kostenveroordeling
Stel jezelf de vraag
Heb je als kandidaat-inschrijver een niet-selectiebeslissing of een uitsluiting gekregen waar je sterke argumenten tegen hebt? Wat is het tijdverschil tussen vandaag en de zitting van een UDN-vordering die je morgen indient — minder dan een maand? Zo ja, en is je dossier serieus, dan is een UDN-vordering verdedigbaar zelfs zonder zekerheid op een schorsing: je dwingt de verwerende partij tot een tijdige intern audit van haar eigen beslissing.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →