Schorsing Nederlandstalig college

‘Prijzen onder voorbehoud van de beschikbaarheid van het papier’: wie een inschrijver op één zin uit zijn plan van aanpak weert zonder om uitleg te vragen, handelt onzorgvuldig — het Vlaamse verplaatsingsonderzoek geschorst

Arrest nr. 255083 · 22 november 2022 · XIIe kamer (voorzitter)

Het Vlaamse Gewest verklaarde de offerte van Profacts voor het veldwerk van het Onderzoek Verplaatsingsgedrag 7 nietig omdat haar plan van aanpak, midden in een paragraaf over drukwerk en het Europese papiertekort, vermeldde dat de prijzen ‘onder voorbehoud van de beschikbaarheid van het papier’ waren, en gunde aan Ipsos, wier ontbrekende bijlage over informatieveiligheid wel via een ‘terloops’ mailcontact mocht worden opgehelderd; de Raad van State schorste de gunning omdat het Gewest louter op de bewoordingen van die zin een prijsvoorbehoud had gelezen — terwijl de context, de inventaris zonder enig voorbehoud en de herzieningsclausule van het bestek zelf op het tegendeel wezen — en de mogelijkheid om Profacts om verduidelijking te vragen ongebruikt had gelaten.

Wat gebeurde er?

Het departement Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaamse Gewest schreef in juni 2022 een openbare procedure uit voor het zevende Onderzoek Verplaatsingsgedrag in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (bestek AB/2022/11), in twee percelen: het veldwerk (perceel 1) en de controle, cleaning en analyse van de data (perceel 2); omdat de opdrachtnemer van perceel 2 die van perceel 1 controleert, mocht niemand op beide percelen inschrijven. Voor perceel 1 vroeg het bestek een gemengde prijs: een voorbehouden som voor incentives, eenheidsprijzen per vermoedelijke hoeveelheid voor drukwerk, handling, portkosten en het digitaliseren van vragenlijsten, en globale prijzen voor de rest, alle forfaitair. De gunningscriteria waren prijs (40 punten), kwaliteit van het plan van aanpak (40, met een subcriterium informatieveiligheidsmaatregelen waarop minstens 5/10 moest worden gehaald) en ervaring van het team (20). Bijlage 2 bij het bestek was een invulformulier met 26 informatieveiligheidsmaatregelen; punt A.3.4 somde de bij de offerte te voegen documenten op, waaronder ‘de documenten in het kader van de beoordeling op basis van de gunningscriteria’. Het bestek bevatte een prijsherzieningsclausule die enkel de lonen en sociale lasten volgde (punt B.3.1, art. 38/7 KB uitvoering) en een clausule voor onvoorzienbare omstandigheden (punt B.3.3, art. 38/9). Twee offertes kwamen binnen: Profacts en Ipsos. In het onderzoeksvoorstel van Profacts stond, onder punt 2.3.3 over drukwerk, na een tabel met specificaties en geschatte aantallen: ‘Daarnaast dienen we op te merken dat ons budget rekening houdt met de papierkosten anno juli 2022. Omwille van een Europees papiertekort, zowel naar soort als naar grammage toe, zijn de prijzen onder voorbehoud van de beschikbaarheid van het papier. Dit impliceert ook dat de bestelling van het papier tijdig dient te gebeuren zodat het drukwerk en de zendingen volgens planning kunnen verlopen.’ De inventaris van Profacts, met eenheidsprijzen voor elk drukwerkelement en als herzieningsformule telkens ‘Lonen bedienden’, bevatte geen enkel voorbehoud. Bij de offerte van Ipsos ontbrak bijlage 2. Dat kwam volgens het Gewest ‘terloops’ ter sprake tijdens een overleg over een andere lopende opdracht van Ipsos; op 18 augustus 2022 mailde Ipsos dat alle elementen van bijlage 2 in haar voorstel verwerkt waren, met per maatregel een verwijzing naar de pagina’s van haar offerte. De dienst Algemene Technische Ondersteuning (ATO) van het departement adviseerde op 16 september 2022 nochtans dat bijlage 2 rechtstreeks bij de beoordeling werd gebruikt, dat het opvragen ervan een wijziging en mogelijk een regularisatie van de offerte inhield, en dat de offerte van Ipsos onregelmatig moest worden verklaard. De beoordelingscommissie, bijeengekomen op 18 augustus en met verslag van 5 september 2022, volgde dat advies niet: ‘alle gevraagde informatie is aldus aanwezig’, Ipsos kreeg 7/10 op informatieveiligheid en 91/100 in totaal. De offerte van Profacts werd daarentegen substantieel onregelmatig en nietig verklaard: door het voorbehoud was de vergelijking van de offertebedragen niet mogelijk en de verbintenis van de inschrijver onzeker (art. 76, § 1 KB plaatsing 2017). De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken gunde perceel 1 op 4 oktober 2022 aan Ipsos; Profacts vernam dat op 5 oktober en vorderde op 19 oktober de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Ipsos kwam tussen. Ter zitting van 10 november 2022 gaf eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch een advies dat afweek van wat de Raad zou beslissen. Kamervoorzitter Paul Lemmens vertrok van het kader: een voorbehoud over een essentiële voorwaarde zoals de prijs maakt de offerte onvergelijkbaar, verleent een discriminerend voordeel en maakt de verbintenis onzeker, en leidt in een openbare procedure onvermijdelijk tot nietigverklaring, zonder beoordelingsruimte. Maar een voorbehoud veronderstelt dat er in feite en in rechte aanvaardbare gegevens zijn die aannemelijk maken dat de inschrijver aan zijn inschrijving een voorwaarde verbindt die geen steun vindt in het bestek en de regelgeving. De Raad, die de vertrouwelijke offerte had ingezien, wees erop dat de passus voorkwam in een beschrijving van de aanpak van het drukwerk, in een alinea over specificaties en aantallen, en dat het ‘voorbehoud’ niet aan prijsschommelingen maar aan ‘de beschikbaarheid van het papier’ was gekoppeld; de slotzin over tijdig bestellen ging over beschikbaarheid, niet over prijs. Nergens werd uitgelegd wanneer en hoe de prijzen dan zouden worden aangepast — terwijl het bestek daarvoor zelf een mechanisme bevatte, de clausule voor onvoorzienbare omstandigheden van artikel 38/9. Het was dus niet onaannemelijk dat Profacts impliciet naar dat mechanisme verwees, te meer omdat zowel de kanselarij van de Eerste Minister (aanbevelingen van 7 juli 2022 over de prijsstijgingen na de oorlog in Oekraïne) als het departement zelf (dienstorder MOW/MIN/2022/02 van 19 juli 2022) net vóór de indiening hadden erkend dat opdrachtnemers met prijsstijgingen en toeleveringsproblemen kampten en tot een soepele toepassing van de herzieningsmechanismen hadden opgeroepen. De Raad hoefde niet uit te maken hoe de zin precies moest worden begrepen; hij stelde vast dat het Gewest louter op grond van de bewoordingen tot een effectief prijsvoorbehoud had besloten, waarna de nietigverklaring automatisch volgde, en dat het de mogelijkheid van artikel 66, § 3 van de wet van 2016 om Profacts om verduidelijking te vragen niet had gebruikt. De onregelmatigverklaring leek daardoor niet met de vereiste zorgvuldigheid te zijn gebeurd: het eerste onderdeel van het eerste middel was ernstig. Het tweede onderdeel, over de behandeling van Ipsos, was dat niet. De Raad ging ervan uit dat bijlage 2 bij de offerte hoorde en dat de offerte van Ipsos dus onvolledig was, maar een onvolledige offerte is niet noodzakelijk substantieel onregelmatig: artikel 66, § 3 laat toe ontbrekende informatie te laten aanvullen of verduidelijken, mits gelijke behandeling en zonder wijziging van de essentiële elementen. Over het ‘terloopse’ contact merkte de Raad op dat een schriftelijke neerslag in het administratief dossier aanbeveling had verdiend, zodat kon worden nagegaan of er geen ontoelaatbaar favoritisme was ten voordele van een inschrijver die al een andere opdracht uitvoerde. Maar de vergelijking van de offerte van Ipsos met haar mail toonde dat de aangegeven vindplaatsen overeenstemden met de gevraagde elementen: Ipsos had niets gewijzigd, enkel verwezen. Dat het Gewest niet uitdrukkelijk motiveerde waarom het ATO niet volgde, was geen gebrek aan formele motivering; uit het verslag bleek dat het de offerte zonder bijlage 2 wél beoordeelbaar achtte. De Raad vond het wel opvallend dat het Gewest ‘enige welwillendheid’ toonde tegenover Ipsos en niet tegenover Profacts, maar een vraag om verduidelijking bij een ontbrekend document en de interpretatie van een passus in de offerte waren voorshands geen vergelijkbare situaties. Het tweede middel, tegen het bestek zelf, werd ondanks de reeds verworven schorsing onderzocht omdat het tot een ruimere schorsing zou kunnen leiden, maar faalde: artikel 38/7, § 2 verplicht niet tot een prijsherzieningsclausule en laat de aanbesteder de parameters kiezen, zodat het ontbreken van een papierindex op zich niet onwettig is, en de zorgvuldigheidsplicht buigt die keuzevrijheid niet om tot een verplichting, zeker niet nu het bestek de clausule voor onvoorzienbare omstandigheden bevatte; ook de keuze voor eenheidsprijzen per vermoedelijke hoeveelheid in plaats van prijsvaststelling tegen terugbetaling behoorde tot de beoordelingsbevoegdheid van de aanbesteder — en Profacts had de mogelijkheid van artikel 81 om vóór de indiening op fouten of leemten te wijzen, onbenut gelaten. De Raad schorste de beslissing van 4 oktober 2022, zowel de nietigverklaring van de offerte van Profacts als de gunning van perceel 1 aan Ipsos.

Waarom doet dit ertoe?

Het najaar van 2022 was het seizoen van de prijsstijgingen: papier, staal, energie, alles werd duurder en schaarser, en overheden riepen aanbesteders zelf op tot soepelheid. Dit arrest toont wat er gebeurt wanneer een inschrijver die realiteit eerlijk benoemt in zijn offerte en de aanbesteder daar het woord ‘voorbehoud’ in leest. De Raad van State ontkent de strenge regel niet: een echt prijsvoorbehoud maakt een offerte in een openbare procedure onherroepelijk nietig, zonder beoordelingsruimte. Precies daarom eist hij dat de kwalificatie ‘voorbehoud’ zorgvuldig gebeurt. Wie het woord ziet, mag niet stoppen met lezen. De context (een paragraaf over drukwerk en aantallen), de inventaris (geen enkel voorbehoud bij de eenheidsprijzen), de koppeling aan beschikbaarheid in plaats van prijs, het ontbreken van elke modaliteit voor een prijsaanpassing en het bestaan van een herzieningsclausule in het bestek zelf waren allemaal elementen die op iets anders wezen dan een voorwaarde bij de inschrijving. En waar de bedoeling onduidelijk is, biedt artikel 66, § 3 van de wet van 2016 een uitweg die het Gewest niet nam: vraag het. Het arrest is ook leerzaam door zijn asymmetrie. Diezelfde aanbesteder had wél de moeite gedaan om bij Ipsos na te gaan of de ontbrekende bijlage 2 elders in de offerte zat, en de Raad keurde dat goed: een onvolledige offerte is niet per definitie substantieel onregelmatig, en verwijzen naar wat er al staat is geen wijziging. Maar de manier waarop dat gebeurde — ‘terloops’, tijdens een overleg over een andere opdracht, zonder spoor in het dossier — kreeg een uitdrukkelijke vingerwijzing: zo kan niemand nagaan of er favoritisme speelde. Ten slotte bevestigt het arrest de grenzen van wat een inschrijver achteraf tegen het bestek kan inbrengen. Een prijsherzieningsclausule die enkel de lonen volgt, is niet onwettig omdat de papierprijs explodeert; de aanbesteder kiest de parameters, en wie vindt dat de prijsvaststelling niet deugt, moet dat vóór de indiening melden. De les over de verstoorde markt zit dus niet in het bestek, maar in de clausule voor onvoorzienbare omstandigheden — en in de eenvoudige regel dat opmerkingen over prijsrisico’s in een offerte beter helemaal achterwege blijven.

De les

Schrijf in uw offerte nooit dat uw prijzen ‘onder voorbehoud’ zijn, ook niet als u enkel een marktsituatie wilt beschrijven die iedereen kent: in een openbare procedure kan één zin volstaan om uw offerte nietig te laten verklaren, en u hebt hier alleen gewonnen omdat de aanbesteder te snel concludeerde. Wilt u een prijsrisico signaleren, verwijs dan uitdrukkelijk naar de herzieningsclausule of de clausule voor onvoorzienbare omstandigheden van het bestek, en hou uw inventaris en prijsopgave vrij van elke kanttekening. Vindt u de prijsherzieningsformule of de wijze van prijsvaststelling ontoereikend, meld dat dan vóór de indiening via de vragenronde of artikel 81 KB plaatsing; na de gunning is die kritiek niet ernstig meer. Controleer ten slotte uw checklist: een ontbrekende bijlage kan soms worden opgehelderd, maar u wilt niet afhankelijk zijn van de welwillendheid van de aanbesteder. Bent u aanbesteder, lees dan een vermeend voorbehoud in zijn context — waar staat het, waaraan is het gekoppeld, staat er iets bij de prijzen zelf, voorziet uw bestek al in een mechanisme — en vraag bij twijfel om verduidelijking op grond van artikel 66, § 3 vóór u nietig verklaart; de nietigverklaring is automatisch, de kwalificatie die eraan voorafgaat niet. Behandel beide inschrijvers met dezelfde welwillendheid, en leg elk contact met een inschrijver schriftelijk vast in het administratief dossier, zeker als die inschrijver al een andere opdracht voor u uitvoert. Wijkt u af van het advies van uw eigen technische dienst, zorg dan dat uw verslag laat zien waarom.

Te onthouden

  • Een echt voorbehoud over een essentiële voorwaarde zoals de prijs maakt de offerte substantieel onregelmatig en leidt in een openbare procedure verplicht tot nietigverklaring (art. 76, §§ 1 en 3 KB plaatsing 2017), zonder beoordelingsruimte.
  • Maar een voorbehoud veronderstelt aanvaardbare gegevens die aannemelijk maken dat de inschrijver een voorwaarde aan zijn inschrijving verbindt; de aanbesteder mag die kwalificatie niet louter op de bewoordingen van één zin steunen zonder de context, de prijsopgave zelf en de clausules van het bestek in rekening te brengen.
  • Bij twijfel over de draagwijdte van een passus biedt art. 66, § 3 wet 2016 de mogelijkheid om verduidelijking te vragen; die niet gebruiken en meteen nietig verklaren, is onzorgvuldig.
  • Een offerte waarbij een verplicht document (bijlage 2) ontbreekt, is onvolledig maar niet noodzakelijk substantieel onregelmatig; een verwijzing naar de vindplaatsen in de ingediende offerte is een verduidelijking, geen wijziging.
  • Informele, ‘terloopse’ contacten met een inschrijver over zijn offerte horen schriftelijk in het administratief dossier, zodat favoritisme kan worden uitgesloten.
  • Verduidelijking vragen bij een ontbrekend document en de interpretatie van een passus zijn voorshands geen vergelijkbare situaties; het verschil in welwillendheid volstond niet voor een schending van de gelijke behandeling.
  • Art. 38/7, § 2 KB uitvoering verplicht niet tot een prijsherzieningsclausule en laat de aanbesteder de parameters kiezen; een clausule die enkel de lonen volgt, is niet onwettig omdat de papierprijs stijgt. De clausule voor onvoorzienbare omstandigheden (art. 38/9) vangt dat op.
  • Kritiek op de prijsvaststelling moet vóór de indiening worden geuit (art. 81 KB plaatsing); de keuze tussen prijslijst en terugbetaling behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de aanbesteder.
  • Het auditoraat had andersluidend geadviseerd; de Raad schorste toch.

Waarop letten

  • Het woord ‘voorbehoud’ in een offerte is een rode vlag, ook als het niet zo bedoeld is; de inschrijver won hier op de onzorgvuldigheid van de aanbesteder, niet omdat de zin onschuldig was bevonden.
  • De Raad heeft niet beslist hoe de passus moest worden begrepen; na een zorgvuldig onderzoek en een verduidelijkingsvraag kan de aanbesteder in beginsel opnieuw tot een voorbehoud besluiten.
  • Het contrast met de behandeling van de winnaar: ontbrekend document wel opgehelderd, dubbelzinnige zin niet bevraagd.
  • De aanbevelingen van de kanselarij van 7 juli 2022 en het dienstorder MOW/MIN/2022/02 van 19 juli 2022 over prijsstijgingen wogen mee in de interpretatie van de passus.
  • Wie de prijsherzieningsformule niet betwist vóór de indiening (art. 81 KB plaatsing) en geen vragen stelt, verzwakt zijn positie om ze nadien aan te vechten.

Stel jezelf de vraag

Staat er ergens in uw offerte — ook buiten de prijsopgave, in het plan van aanpak of een toelichting — een zin die als voorwaarde bij uw prijs kan worden gelezen? Verwijst u voor prijsrisico’s naar de clausules van het bestek in plaats van eigen bewoordingen te gebruiken? Hebt u de prijsherzieningsformule en de wijze van prijsvaststelling vóór de indiening betwist als ze niet bij uw kostenstructuur passen? Als aanbesteder: hebt u de passus die u als voorbehoud kwalificeert in zijn context gelezen en naast de inventaris en uw eigen herzieningsclausules gelegd? Hebt u overwogen om verduidelijking te vragen vóór u tot nietigheid besloot? Is elk contact met een inschrijver over zijn offerte schriftelijk in het dossier terug te vinden, en kunt u aantonen dat u beide inschrijvers dezelfde welwillendheid hebt betoond?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →