zonder_voorwerp Franstalig college

Het OCMW van Charleroi trekt de geschorste gunning van keukenmateriaal in en verwijt Luxpro een ‘voorbarig’ beroep: de Raad van State wijst dat verwijt af en laat het OCMW de rekening betalen

Arrest nr. 255092 · 23 november 2022 · VIe kamer (voorzitter)

Nadat de Raad van State op 9 november 2020 de gunning van de percelen 1 en 5 van een raamovereenkomst voor keukenmateriaal aan GBM bij uiterst dringende noodzakelijkheid had geschorst, trok het OCMW van Charleroi die gunning op 26 november 2020 in; het annulatieberoep van Luxpro verloor daardoor zijn voorwerp, maar het OCMW mocht Luxpro niet verwijten dat zij daags na die — haar nog niet betekende — intrekking, met een verstrijkende termijn, nog een verzoekschrift had ingediend — het OCMW draagt de rolrechten, de bijdragen en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

Wat gebeurde er?

Het OCMW van Charleroi organiseerde een openbare procedure voor een raamovereenkomst voor de levering van keukenmateriaal voor zijn verschillende sites, opgedeeld in percelen. Bij beslissing van 24 augustus 2020 gunde het de percelen 1 en 5 aan de NV GBM en niet aan de SRL Luxpro. Luxpro vocht die beslissing eerst aan bij uiterst dringende noodzakelijkheid: bij arrest nr. 248.852 van 9 november 2020 schorste de Raad van State de tenuitvoerlegging van de gunning. Op 26 november 2020 trok het OCMW de gunningsbeslissing in. Luxpro stelde daags nadien, op 27 november 2020, een annulatieberoep in, zonder van die intrekking op de hoogte te zijn: het OCMW betekende de intrekking pas per e-mail van 1 december 2020 aan Luxpro en per aangetekende brief van 15 december 2020 aan GBM. Geen enkele inschrijver vocht de intrekking binnen de termijn aan, zodat zij definitief was en het beroep zijn voorwerp verloor. De zaak werd zonder zitting afgehandeld op basis van het verslag van eerste auditeur-afdelingshoofd Christian Amelynck; geen enkele partij vroeg een terechtzitting. Over de kosten herhaalde de Raad zijn vaste lijn: het verdwijnen van de bestreden akte door intrekking is een vorm van verkapte vernietiging, zodat het OCMW als de in het ongelijk gestelde partij geldt in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten. Het OCMW had in zijn memorie van antwoord aangevoerd dat Luxpro voorbarig had gehandeld door op 27 november 2020 nog een verzoekschrift in te dienen. De Raad verwierp dat argument uitdrukkelijk: op die datum was de intrekking Luxpro nog niet betekend en was zij a fortiori nog niet definitief, terwijl de beroepstermijn op het punt stond te verstrijken. De Raad kende Luxpro de gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe, hief de schorsing van arrest nr. 248.852 op en legde de rolrechten van 400 euro en de bijdragen van 40 euro ten laste van het OCMW.

Waarom doet dit ertoe?

De hoofdlijn — intrekking na schorsing maakt het beroep zonder voorwerp, maar de aanbesteder betaalt — is intussen vaste rechtspraak. Wat dit arrest toevoegt, is het antwoord op een verweer dat aanbesteders graag opwerpen: dat de inschrijver ‘voorbarig’ of nodeloos heeft geprocedeerd omdat de aanbesteder toch al van plan was in te trekken. De Raad legt de lat helder: zolang de intrekking niet is betekend, laat staan definitief is, mag een inschrijver zijn beroepstermijn niet laten verstrijken op basis van een aankondiging of een interne beslissing die hij nog niet kent. Wie in die situatie een verzoekschrift indient, handelt zorgvuldig, niet voorbarig, en behoudt zijn recht op de rechtsplegingsvergoeding. Voor de praktijk betekent dat ook iets over timing aan de kant van de aanbesteder: wie na een schorsing wil intrekken, doet er goed aan snel te betekenen. Een intrekking die pas vijf dagen na de beslissing per e-mail en drie weken later per aangetekende brief wordt meegedeeld, komt te laat om de inschrijver een annulatieberoep te besparen — en dus ook om de kosten ervan te vermijden. Het arrest illustreert ten slotte de efficiënte afhandeling van dit soort zaken: zonder zitting, op basis van het auditoraatsverslag, met een dictum dat enkel nog de schorsing opheft en de kosten verdeelt.

De les

Voor inschrijvers: laat uw beroepstermijn nooit verstrijken omdat de aanbesteder ‘gaat intrekken’. Zolang u geen betekende, definitieve intrekking in handen hebt, dient u uw annulatieberoep tijdig in; de Raad ziet dat niet als voorbarig en kent u de rechtsplegingsvergoeding toe. Vermeld in uw laatste memorie uitdrukkelijk het bedrag dat u vordert. Voor aanbesteders: beslist u na een UDN-schorsing tot intrekking, betekent die dan onmiddellijk aan alle inschrijvers, met vermelding van de beroepsmogelijkheden. Elke dag vertraging vergroot de kans dat een inschrijver — terecht — nog een annulatieberoep instelt waarvan u de kosten draagt. Het verwijt van voorbarigheid werkt niet.

Te onthouden

  • De intrekking van een geschorste gunning maakt het annulatieberoep zonder voorwerp; de aanbesteder geldt als de in het ongelijk gestelde partij (art. 30/1 gecoördineerde wetten).
  • Een verzoekschrift ingediend vóór de kennisgeving van de intrekking, terwijl de beroepstermijn verstrijkt, is niet voorbarig; het verweer van het OCMW werd uitdrukkelijk verworpen.
  • Het OCMW draagt de rolrechten (400 euro), de bijdragen (40 euro) en de rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
  • De UDN-schorsing van arrest nr. 248.852 van 9 november 2020 werd opgeheven nu de gunning is verdwenen.
  • De zaak werd zonder zitting afgehandeld op basis van het auditoraatsverslag (art. 26, § 2 algemeen procedurereglement).

Waarop letten

  • De datum van betekening van de intrekking (niet de datum van de beslissing) bepaalt of een inschrijver nog moet procederen.
  • Het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding moet worden gevorderd; de Raad kent toe wat gevraagd wordt binnen de wettelijke grenzen.
  • Zelfde dag, zelfde kamervoorzitter: arresten nrs. 255.091 en 255.093 passen dezelfde regel toe in andere dossiers.

Stel jezelf de vraag

Hebt u ooit een annulatieberoep achterwege gelaten omdat de aanbesteder liet weten dat hij zou intrekken? Weet u dat de beroepstermijn blijft lopen zolang de intrekking niet aan u is betekend? Als aanbesteder: hoe snel na een intrekkingsbeslissing betekent u die aan de inschrijvers, en vermeldt u daarbij de beroepsmogelijkheden zodat ze definitief kan worden?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →