Twee percelen, twee verzoekschriften, twee rechtsplegingsvergoedingen: RESA trekt de geschorste IT-gunning aan Contraste Europe in en betaalt N.R.B. 924 euro
Nadat de Raad van State op 8 december 2021 de gunning van de percelen 1 en 2 van de serveropdracht van RESA aan Contraste Europe had geschorst, trok RESA Innovation et Technologie op 2 februari 2022 de beslissing in en zag ze af van de gunning van alle drie de percelen, zodat de twee annulatieberoepen van N.R.B. zonder voorwerp vielen; de Raad oordeelde dat N.R.B. terecht per perceel een apart verzoekschrift had ingediend en dus recht had op twee rechtsplegingsvergoedingen — het basisbedrag van 770 euro voor het eerste beroep en het minimum van 154 euro voor het bijna identieke tweede — maar wees de gevraagde verhoging tot 3.360 euro per zaak af.
Wat gebeurde er?
RESA Innovation et Technologie NV, handelend voor de Luikse intercommunale netbeheerder RESA NV, plaatste een dienstenopdracht voor de terbeschikkingstelling, het globale beheer en de hosting van de servers en IT-infrastructuur van RESA, verdeeld in drie percelen. Bij beslissing van haar raad van bestuur van 6 oktober 2021, per e-mail en aangetekende brief van 8 oktober meegedeeld, gunde zij de percelen 1 en 2 aan Contraste Europe NV. De afgewezen inschrijver N.R.B. diende op 22 oktober 2021 twee verzoekschriften in, één per perceel, telkens gericht tegen de gunning aan Contraste Europe én tegen de impliciete beslissing om het perceel niet aan haarzelf te gunnen. Bij arrest nr. 252.358 van 8 december 2021 voegde de Raad de zaken samen en schorste hij de uitvoering van de twee gunningsbeslissingen. Omdat RESA binnen dertig dagen na de kennisgeving van dat arrest geen verzoek tot voortzetting van de procedure indiende, stelde de auditeur op 12 januari 2022 voor om de verkorte procedure van artikel 17, § 6 van de gecoördineerde wetten toe te passen; op 26 januari 2022 liet de griffie de partijen weten dat de kamer tot vernietiging zou overgaan tenzij een van hen binnen vijftien dagen vroeg om gehoord te worden. Niemand vroeg dat. Intussen had RESA Innovation et Technologie op 2 februari 2022 de bestreden gunningsbeslissing ingetrokken en afgezien van de gunning van de drie percelen; die intrekking werd op 10 februari 2022 aangetekend aan alle inschrijvers meegedeeld, met vermelding van de beroepsmogelijkheden, vormen en termijnen, en werd door niemand binnen de termijn aangevochten. De definitief geworden intrekking ontnam de beroepen hun voorwerp, zodat de Raad niet meer hoefde te oordelen. Bleef de vraag van de kosten. N.R.B. vroeg in elke zaak een rechtsplegingsvergoeding van 3.360 euro (het maximum), samen 6.720 euro, ‘wegens het kennelijk onredelijke karakter van de situatie’, en subsidiair 860 euro per zaak. RESA wierp op dat N.R.B. twee beroepen had ingesteld tegen één en dezelfde akte — de beslissing van 6 oktober 2021 gunde immers de drie percelen tegelijk — zodat het tweede beroep overbodig was en de kosten ervan ten laste van N.R.B. moesten blijven; hoogstens kwam voor het tweede beroep het minimum van 140 euro in aanmerking, en van een verhoging kon geen sprake zijn omdat N.R.B. daarvoor enkel ‘een stereotiepe uitleg’ gaf. N.R.B. antwoordde dat de gunning van elk perceel een afzonderlijke, afzonderlijk gemotiveerde beslissing is die toevallig in hetzelfde document staat, en dat twee verzoekschriften de leesbaarheid en het begrip van de specificiteit van elk perceel ten goede kwamen. De Raad gaf N.R.B. gelijk: het verdwijnen van de bestreden akten door hun intrekking is een vorm van verkapte vernietiging, zodat RESA als de in het ongelijk gestelde partij geldt in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten. De gunningen van twee verschillende percelen zijn afzonderlijke beslissingen, ook al staan ze in hetzelfde instrumentum en volgen ze uit dezelfde procedure, en de middelen waren gelijkaardig maar niet identiek; geen enkel beginsel verplichtte N.R.B. om één verzoekschrift in te dienen. Zij had dus recht op een rechtsplegingsvergoeding per beroep. Wel beperkte de Raad de vergoeding voor het tweede beroep tot het minimum ‘wegens de grote gelijkenis tussen de twee beroepen’. De verhoging tot 3.360 euro werd afgewezen: een voorafgaand beroep hebben ingesteld of meerdere onwettigheden aanvoeren, maakt de situatie niet kennelijk onredelijk. Sinds de indexering van 9 juli 2022 (MB van 22 juni 2022) bedraagt het basisbedrag 770 euro en het minimum 154 euro; de verhoging van 20 % voor een annulatieberoep met schorsingsvordering is niet verschuldigd omdat de beslissingen zijn ingetrokken. De Raad kende N.R.B. in totaal 924 euro toe, hief de schorsing van arrest nr. 252.358 op en legde de rolrechten van 400 euro en de bijdragen van 40 euro ten laste van RESA.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest beantwoordt een praktische vraag waar elke afgewezen inschrijver bij een opdracht in percelen voor staat: één verzoekschrift tegen de hele gunningsbeslissing, of één per perceel? De Raad zegt dat beide mogen. De gunning van perceel 1 en die van perceel 2 zijn afzonderlijke beslissingen, ook als ze op dezelfde dag in hetzelfde document zijn genomen, en wie ze afzonderlijk aanvecht, wordt daarvoor niet gestraft in de kosten. Er hangt wel een prijskaartje aan de spiegelbeeldige keuze van de aanbesteder: RESA had, door beide beroepen te ‘verliezen’, twee rechtsplegingsvergoedingen te betalen. De Raad tempert dat door voor het tweede, bijna identieke beroep het minimum toe te kennen — een redelijke middenweg die zowel de procesautonomie van de verzoeker als de proportionaliteit van de kosten respecteert. Het arrest bevestigt daarnaast twee vaste lijnen. Ten eerste: een aanbesteder die na een schorsing zijn beslissing intrekt, wordt behandeld als de partij die de vernietiging heeft ondergaan. Dat heeft gevolgen voor de kosten, maar het is tegelijk de snelste uitweg uit een verloren procedure — hier greep RESA zelfs in terwijl de verkorte vernietigingsprocedure van artikel 17, § 6 al liep. Ten tweede: de maximale rechtsplegingsvergoeding is uitzonderlijk. Dat de zaak al een schorsingsarrest achter de rug had of dat er veel onwettigheden werden aangevoerd, maakt haar niet ‘kennelijk onredelijk’. Wie het maximum vraagt, moet meer aanvoeren dan de omvang van zijn eigen inspanning. Ten slotte een detail met praktisch belang: de Raad paste de geïndexeerde bedragen toe die sinds 9 juli 2022 gelden, hoewel de beroepen in 2021 waren ingesteld — het tarief op de datum van het arrest telt.
De les
Voor inschrijvers: bij een opdracht in percelen mag u per perceel een apart verzoekschrift indienen, zeker als de motivering of uw middelen per perceel verschillen. Reken er wel op dat de Raad voor sterk gelijkende beroepen slechts het minimum toekent, en verwacht niet het maximum van de rechtsplegingsvergoeding louter omdat u eerst een schorsing hebt moeten bekomen. Controleer na een intrekking of ze aan alle inschrijvers met de beroepsmogelijkheden is betekend en of niemand ze heeft aangevochten; pas dan is ze definitief en kunt u de kosten vorderen. Voor aanbesteders: een geschorste gunning intrekken is een legitieme en vaak verstandige uitweg, ook wanneer de verkorte vernietigingsprocedure al is opgestart, maar u draagt de rolrechten, de bijdragen en de rechtsplegingsvergoeding van elk beroep dat daardoor zonder voorwerp valt. Wilt u het aantal parallelle beroepen beperken, gun de percelen dan niet in één instrumentum als de beoordeling per perceel toch verschilt — of aanvaard dat elk perceel zijn eigen procedure kan krijgen.
Te onthouden
- De gunning van verschillende percelen zijn afzonderlijke beslissingen, ook als ze in hetzelfde instrumentum en na dezelfde procedure zijn genomen; een afgewezen inschrijver mag per perceel een apart verzoekschrift indienen en krijgt dan per beroep een rechtsplegingsvergoeding.
- Voor het tweede, sterk gelijkende beroep kende de Raad enkel het minimum toe (154 euro); voor het eerste het basisbedrag (770 euro) — samen 924 euro.
- De intrekking van de bestreden beslissing na een schorsing is een verkapte vernietiging: de verwerende partij draagt de kosten (rolrechten 400 euro, bijdragen 40 euro en de rechtsplegingsvergoeding) krachtens art. 30/1 van de gecoördineerde wetten.
- Een eerder ingestelde schorsingsvordering of het aanvoeren van meerdere onwettigheden maakt de situatie niet ‘kennelijk onredelijk’ en rechtvaardigt het maximum van 3.360 euro niet.
- De verhoging van 20 % voor een annulatieberoep met schorsingsvordering (art. 67, § 2, derde lid Regentsbesluit) is niet verschuldigd wanneer de bestreden beslissingen zijn ingetrokken.
- De geïndexeerde bedragen van het MB van 22 juni 2022 (in werking op 9 juli 2022) gelden voor arresten na die datum, ook voor eerder ingestelde beroepen.
Waarop letten
- RESA trok de beslissing in op 2 februari 2022, terwijl de verkorte vernietigingsprocedure van art. 17, § 6 al liep (nota van de auditeur van 12 januari, brief van de griffie van 26 januari) — een intrekking blijft mogelijk tot aan het arrest.
- RESA zag niet alleen af van de gunning van de geschorste percelen 1 en 2, maar van alle drie de percelen.
- De definitieve aard van de intrekking hing af van de betekening aan alle inschrijvers op 10 februari 2022 met vermelding van beroepsmogelijkheden, vormen en termijnen.
- De Raad hief de schorsing van arrest nr. 252.358 uitdrukkelijk op, ook al was de geschorste beslissing al ingetrokken.
Stel jezelf de vraag
Vecht u een gunning in percelen aan met één verzoekschrift of met één per perceel, en hebt u nagedacht over wat dat betekent voor de leesbaarheid, de middelen en de kosten? Kunt u, als u het maximum van de rechtsplegingsvergoeding vraagt, concreet aantonen waarom de situatie kennelijk onredelijk is, of steunt u enkel op de omvang van uw werk? Weet u dat de rechtsplegingsvergoeding wordt berekend volgens het tarief dat geldt op de dag van het arrest, niet op de dag van uw verzoekschrift? Als aanbesteder: hebt u ingecalculeerd dat een intrekking na schorsing u per beroep een rechtsplegingsvergoeding kost? En hebt u de intrekking aan álle inschrijvers betekend met de beroepsmogelijkheden, zodat ze definitief wordt?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →