Ingetrokken restauratieopdracht aan de fosse Saint-Emmanuel: één arrest volstaat voor schorsing én annulatie, en de rechtsplegingsvergoeding blijkt intussen geïndexeerd
Nadat de Agence wallonne du Patrimoine haar gunning van 24 december 2021 voor de restauratie van het ophaalgebinte en de daken van de mijnschacht Saint-Emmanuel had ingetrokken, deed de Raad van State met toepassing van artikel 30, § 5 in één arrest uitspraak over de UDN-vordering én het annulatieberoep van de architectenbureaus Architecture et Création en Barattucci — zonder voorwerp, maar met een geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten laste van de AWAP, zij het zonder dubbele vergoeding en zonder verhoging met 20 procent.
Wat gebeurde er?
Op 24 december 2021 ondertekende Waals minister Valérie De Bue de beslissing van de Agence wallonne du Patrimoine om de dienstenopdracht voor de ‘restauratie van het ophaalgebinte, de restauratie van daken en de realisatie van duurzame voorzieningen (systeem voor opvang en verdeling van regenwater)’ aan de fosse Saint-Emmanuel te gunnen aan de tijdelijke vereniging van de bureaus Architectes Associés, VIA en Techniques générales et Infrastructures. De architectenbureaus Architecture et Création en Marcel Barattucci, Ingénieur Architecte & Associés vorderden op 10 januari 2022 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en op 17 februari 2022 de vernietiging. Diezelfde 17 februari trok de AWAP de bestreden beslissing in; de intrekking werd op 18 februari 2022 per aangetekende brief aan alle betrokken inschrijvers betekend, met vermelding van de beroepsmogelijkheden, -vormen en -termijnen. Niemand vocht de intrekking aan, zodat ze definitief werd. Op grond van artikel 30, § 5 van de gecoördineerde wetten kon de Raad van State in één en hetzelfde arrest over beide vorderingen oordelen, zonder dat een verzoek tot voortzetting nodig was en zonder bijkomende taks: beide waren zonder voorwerp. Voor de kosten gold de intrekking als verkapte vernietiging, met de AWAP als de in het ongelijk gestelde partij. De verzoeksters vroegen een dubbele rechtsplegingsvergoeding (voor de schorsings- én de annulatieprocedure), maar kregen die niet: zij voerden geen elementen aan die dat konden verantwoorden. Ook een verhoging met 20 procent zat er niet in, omdat artikel 67, § 2, derde lid van het Regentsbesluit die uitsluit wanneer de bestreden akte werd ingetrokken. Wél paste de Raad de indexatie toe: sinds het ministerieel besluit van 22 juni 2022, in werking op 9 juli 2022, bedraagt het basisbedrag 770 euro in plaats van 700. De AWAP betaalt dus 770 euro rechtsplegingsvergoeding (voor de helft aan elk van beide verzoeksters), de rolrechten van 400 euro en de bijdrage van 22 euro.
Waarom doet dit ertoe?
Naast het vertrouwde mechanisme van de intrekking als verkapte vernietiging bevat dit arrest drie punten die de procespraktijk rechtstreeks raken. Ten eerste de proceseconomie van artikel 30, § 5: wanneer de bestreden akte wordt ingetrokken terwijl schorsing én annulatie hangende zijn, mag de Raad beide vorderingen in één arrest afdoen, zonder verzoek tot voortzetting en zonder de bijhorende taks — een besparing in tijd en geld die verzoekers goed moeten kennen. Ten tweede de grenzen van de rechtsplegingsvergoeding: twee procedures betekenen niet automatisch twee vergoedingen, en de verhoging met 20 procent die bij een gewone gedingbeslechting denkbaar is, vervalt uitdrukkelijk wanneer de akte werd ingetrokken. Wie meer wil dan het basisbedrag, moet dat concreet onderbouwen. Ten derde, bijna terloops maar praktisch belangrijk: de indexatie van het basisbedrag van 700 naar 770 euro sinds 9 juli 2022 — dit arrest past ze toe op een procedure die vóór die datum was ingeleid, wat bevestigt dat het bedrag op de datum van het arrest telt, niet dat op de datum van het verzoekschrift. Het contrast met het zusterarrest nr. 255.353 van dezelfde dag, waar nog 700 euro werd toegekend omdat de verzoeker zelf dat bedrag had gevorderd, toont hoe nauw het luistert bij het formuleren van de kostenvordering.
De les
Voor verzoekers: vorder bij een UDN gecombineerd met een annulatieberoep uw rechtsplegingsvergoeding zorgvuldig — vraag het geldende geïndexeerde basisbedrag (en niet een verouderd bedrag), maar reken niet op een dubbele vergoeding of een verhoging van 20 procent wanneer de aanbesteder de akte intrekt; onderbouw elke afwijking van het basisbedrag concreet. Voor aanbesteders: een intrekking beëindigt beide procedures in één beweging en beperkt de rekening tot één basisvergoeding plus rol- en bijdragerechten — dat maakt de intrekking, naast een correctie-instrument, ook financieel voorspelbaar. Noteer ten slotte dat de betekening aan alle inschrijvers met vermelding van de beroepsmogelijkheden opnieuw de sleutel was om de intrekking definitief te maken.
Te onthouden
- Art. 30, § 5 gecoördineerde wetten RvS laat toe om bij intrekking van de bestreden akte de schorsings- en de annulatieprocedure in één arrest af te sluiten, zonder verzoek tot voortzetting en zonder bijkomende taks.
- De intrekking geldt als verkapte vernietiging: de AWAP is de in het ongelijk gestelde partij en draagt de rolrechten (400 euro), de bijdrage (22 euro) en de rechtsplegingsvergoeding (770 euro, voor de helft aan elk van beide verzoeksters).
- Een dubbele rechtsplegingsvergoeding voor schorsing én annulatie vergt concrete verantwoording; zonder die elementen blijft het bij één basisbedrag.
- De verhoging van de rechtsplegingsvergoeding met 20 procent is uitgesloten wanneer de bestreden akte werd ingetrokken (art. 67, § 2, derde lid Regentsbesluit).
- Sinds 9 juli 2022 bedraagt het geïndexeerde basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 770 euro; de Raad past het bedrag toe dat geldt op de datum van het arrest.
Waarop letten
- De intrekking gebeurde op exact dezelfde dag als de indiening van het annulatieberoep (17 februari 2022) — de aanbesteder reageerde zodra het geschil escaleerde.
- Vergelijk met zusterarrest nr. 255.353 van dezelfde dag: daar kreeg de verzoeker 700 euro omdat hij zelf dat (oude) bedrag had gevorderd — de formulering van de kostenvordering maakt dus een verschil.
- Ook restauratie- en erfgoedopdrachten van agentschappen als de AWAP vallen volledig onder het aanbestedingscontentieux; de ministeriële ondertekening verandert daar niets aan.
- ‘Zonder voorwerp’ betekent geen inhoudelijk oordeel over de gunning aan de tijdelijke vereniging; over de aangevoerde middelen zegt het arrest niets.
Stel jezelf de vraag
Weet u dat de Raad van State bij intrekking van de bestreden akte schorsing en annulatie in één arrest kan afdoen, zonder verzoek tot voortzetting en zonder bijkomende taks? Vordert u het correcte, geïndexeerde basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding — en beseft u dat het bedrag op de datum van het arrest geldt? Weet u dat een dubbele vergoeding voor schorsing én annulatie onderbouwing vergt, en dat de verhoging met 20 procent uitgesloten is wanneer de akte werd ingetrokken? En controleert u als aanbesteder of uw intrekking aan álle inschrijvers is betekend met de beroepsmogelijkheden erbij?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →