Wie 135 procedures tegelijk lanceert, betaalt 34 keer de rekening: OTW draagt alle rolrechten én 34 rechtsplegingsvergoedingen na intrekking van de schoolvervoeropdrachten
Coach Partners Hainaut vocht met 34 afzonderlijke UDN-verzoekschriften de beslissingen van de Waalse vervoersmaatschappij OTW aan om 34 schoolvervoercircuits enkel aan operatoren op de perimeterlijst aan te bieden; toen OTW op 28 april 2022 aan de gunning verzaakte, viel het geschil zonder voorwerp, maar de Raad van State legde niettemin de volledige 7.548 euro rolrechten en bijdragen plus 34 rechtsplegingsvergoedingen van elk 154 euro — samen 5.236 euro — ten laste van OTW, precies omdat OTW zelf voor tientallen parallelle procedures had gekozen in plaats van één opdracht in percelen.
Wat gebeurde er?
De Opérateur de Transport de Wallonie (OTW) lanceerde in het voorjaar van 2022 maar liefst 135 parallelle gunningsprocedures voor evenveel schoolvervoercircuits van eenzelfde vervoersnet. Daarbij nodigde hij, op basis van het besluit van de Waalse Regering van 1 april 1999, enkel de operatoren uit die op de lijst van het exploitatieperimeter stonden — zonder aankondiging van opdracht of van een kwalificatiesysteem te publiceren. De NV Coach Partners Hainaut, die niet werd uitgenodigd, diende op 14 april 2022 34 afzonderlijke verzoekschriften in: telkens een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid én tot vernietiging van de goedkeuring van de opdrachtdocumenten voor circuits 7007 tot 7877. Een beschikking van 22 april 2022 voegde de 34 zaken. Nauwelijks een week later, op 28 april 2022, verzaakte OTW aan de gunning van de betrokken circuits — een beslissing die aangetekend aan alle inschrijvers werd betekend en die, bij gebrek aan beroep, definitief werd. Daarmee waren de bestreden beslissingen impliciet ingetrokken en verloor het geschil zijn voorwerp (art. 30, § 5 van de gecoördineerde wetten). Bleef over: de kostenvraag, die ter zitting van 23 november 2022 scherp werd uitgevochten. OTW wilde slechts de kosten van één beroep dragen — hooguit 200 euro rolrecht en één rechtsplegingsvergoeding van 140 euro — omdat de 34 verzoekschriften identiek waren en de voeging voorspelbaar. De Raad volgde die redenering niet. Rolrecht en bijdrage zijn per verzoekschrift verschuldigd, en geen enkele bepaling voorziet een uitzondering bij voeging: de griffie had dus terecht 7.548 euro gevorderd, en die last verschuift integraal naar OTW als in het ongelijk gestelde partij. Coach Partners Hainaut kon bovendien niet verweten worden 34 aparte beroepen te hebben ingesteld: de regel is net dat één verzoekschrift maar één akte mag viseren, en wie connexe akten toch in één verzoekschrift bundelt, riskeert dat het enkel voor het eerste voorwerp ontvankelijk is. Het was OTW zelf die koos voor afzonderlijke procedures in plaats van één opdracht verdeeld in percelen. Ook de rechtsplegingsvergoeding werd per beroep toegekend, zij het — wegens de identieke verzoekschriften die enkel in circuitnummer verschilden — aan het sinds 9 juli 2022 geïndexeerde minimum van 154 euro: 34 keer 154, oftewel 5.236 euro.
Waarom doet dit ertoe?
Het arrest beantwoordt een vraag die elke inschrijver zich stelt wanneer een aanbesteder een reeks gelijkaardige beslissingen neemt: moet ik één beroep instellen of evenveel beroepen als er beslissingen zijn — en wie draagt daarvan de kosten? De Raad van State bevestigt dat de veilige route, één verzoekschrift per bestreden akte, geen procedureel misbruik is, ook niet wanneer de connexiteit tussen de zaken evident is en de voeging voorspelbaar. De financiële consequentie legt hij consequent bij de partij die het geschil in die vorm heeft gegoten: door 135 afzonderlijke gunningsprocedures te lanceren in plaats van één opdracht in percelen te verdelen, stelde OTW zich bloot aan evenveel afzonderlijke beroepen, met per beroep een rolrecht, een bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding. Tegelijk toont het arrest de grens: identieke, repetitieve verzoekschriften rechtvaardigen wél een reductie van de rechtsplegingsvergoeding tot het minimum. En het bevestigt een principe dat ook elders in de rechtspraak opduikt: wie zijn bestreden beslissing intrekt, geldt als de in het ongelijk gestelde partij — de intrekking is een verkapte vernietiging, geen kosteloze uitweg.
De les
Voor inschrijvers: durf per bestreden beslissing een afzonderlijk verzoekschrift in te dienen wanneer een aanbesteder zijn opdracht over tientallen parallelle procedures verspreidt. Dat kost per verzoekschrift een rolrecht en een bijdrage, maar wint u — ook via een intrekking — dan recupereert u alles, plus een rechtsplegingsvergoeding per beroep. Reken wel op het minimumtarief wanneer uw verzoekschriften kopieën van elkaar zijn. Voor aanbesteders is de les scherper: de keuze om een net van 135 circuits niet als één opdracht in percelen maar als 135 losse procedures te gunnen, is ook een keuze voor 135 potentiële beroepen met elk hun kostenplaatje. Wie daarna de gunning intrekt, ontloopt het inhoudelijke oordeel maar niet de rekening: hier 7.548 euro rolrechten en bijdragen plus 5.236 euro rechtsplegingsvergoedingen.
Te onthouden
- Rolrecht (200 euro) en bijdrage aan het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand zijn per verzoekschrift verschuldigd op het ogenblik van de indiening; voeging van de zaken verandert daar niets aan.
- De regel is één verzoekschrift per bestreden akte; connexe akten in één verzoekschrift bundelen is de uitzondering, met het risico dat het beroep enkel voor het eerste voorwerp ontvankelijk is.
- Wie als aanbesteder tientallen parallelle procedures lanceert in plaats van één opdracht in percelen, kan de verzoeker niet verwijten evenveel afzonderlijke beroepen in te stellen.
- Bij voeging van identieke, repetitieve verzoekschriften blijft een rechtsplegingsvergoeding per beroep mogelijk, maar aan het minimumtarief — sinds 9 juli 2022 geïndexeerd tot 154 euro.
- De intrekking van de bestreden beslissingen maakt het beroep zonder voorwerp, maar de aanbesteder geldt dan als de in het ongelijk gestelde partij en draagt alle kosten: hier 7.548 euro rolrechten en bijdragen plus 5.236 euro rechtsplegingsvergoedingen.
- Bij intrekking van de bestreden akte is geen verhoging van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd (art. 67, § 2, derde lid Regentsbesluit).
Waarop letten
- De keuze tussen één opdracht in percelen en afzonderlijke parallelle procedures bepaalt mee het procesrisico en de kostenexposure van de aanbesteder.
- De datum van indiening bepaalt welk tarief van de rechtsplegingsvergoeding geldt; de indexatie van 9 juli 2022 bracht het minimum op 154 euro.
- Een verzaking aan de gunning die aangetekend aan alle inschrijvers wordt betekend en niet wordt aangevochten, maakt de intrekking definitief.
- Art. 30, § 5 van de gecoördineerde wetten laat de Raad toe schorsing en vernietiging in één arrest af te handelen zonder voortzettingsverzoek — de bijhorende taks is dan niet verschuldigd.
Stel jezelf de vraag
Verspreidt uw aanbesteder een samenhangend geheel over tientallen parallelle gunningsprocedures, en beseft u dat u dan in principe per beslissing een afzonderlijk beroep moet instellen? Weet u dat het bundelen van meerdere akten in één verzoekschrift riskeert dat enkel het eerste voorwerp ontvankelijk is? Hebt u er als aanbesteder bij de keuze tussen percelen en afzonderlijke procedures aan gedacht dat elke procedure een eigen beroepsrisico met eigen kosten meebrengt? En weet u dat een intrekking van de bestreden beslissingen u als in het ongelijk gestelde partij doet gelden, met alle rolrechten, bijdragen en rechtsplegingsvergoedingen van dien?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →