VMM trekt de gunning voor de oevers van de Vrouwvliet in nadat Hens de raming aanvecht: het kortgeding valt zonder voorwerp, maar de Milieumaatschappij betaalt
Toen de NV Hens bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing vorderde van de gunning van de werken ‘Natuurvriendelijke inrichting van de oevers van de Vrouwvliet’ aan de BVBA Van Raak L. — met als enig middel dat het gunningsverslag de offerte van de gekozen inschrijver ten onrechte niet als abnormaal laag had beoordeeld — trok de Vlaamse Milieumaatschappij haar eigen gunningsbeslissing in omdat het gunningsverslag een verkeerd ramingsbedrag bevatte, waardoor het beroep zonder voorwerp viel en de VMM in de kosten werd verwezen.
Wat gebeurde er?
Bij beslissing van 6 december 2022 gunde de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) de overheidsopdracht voor werken ‘Natuurvriendelijke inrichting van de oevers van de Vrouwvliet’ (bestek L 1625 S 0004 A) aan de BVBA Van Raak L., en besliste zij tegelijk impliciet om de opdracht niet aan de NV Hens te gunnen. Hens, een afgewezen inschrijver, stelde op 24 januari 2023 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Haar enig middel viseerde de beoordeling in het gunningsverslag volgens welke de offerte van de gekozen inschrijver niet als abnormaal laag werd beschouwd. Nog vóór de zitting, op 9 februari 2023, besliste het bevoegde afdelingshoofd van de VMM om de bestreden gunningsbeslissing in te trekken. In de intrekkingsbeslissing overwoog de VMM ‘dat er in de eerste gunningsbeslissing een verkeerd ramingsbedrag werd gegeven in punt 1.3 van het gunningsverslag, wat de motivering van deze beslissing mogelijks aantast’. De partijen werden voor een virtuele terechtzitting via Teams bijeengeroepen op 14 februari 2023; kamervoorzitter Paul Lemmens bracht verslag uit, advocaat Hilde Vermeiren pleitte voor Hens en advocaat Matthias Kirsch voor de VMM, en auditeur Frederick Ongena gaf een met het arrest eensluidend advies. In zijn arrest van 15 februari 2023 stelde de voorzitter van de XIIe kamer vast dat de vordering door de intrekking zonder voorwerp was geworden, minstens dat de verzoekende partij haar belang erbij had verloren. Het dictum luidt ‘verwerpt de vordering’, maar wel met de kosten ten laste van de VMM: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, verschuldigd aan Hens.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest toont hoe een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid haar doel kan bereiken zonder dat de Raad van State het middel ten gronde beoordeelt. De VMM trok haar gunning in nog vóór de zitting, niet om de reden die Hens aanvoerde, maar omdat zij zelf een fout in het gunningsverslag vaststelde: een verkeerd ramingsbedrag in punt 1.3. Dat is geen toevallig detail. De raming is precies de maatstaf waartegen een bestuur een offerte op haar abnormaal lage karakter beoordeelt; klopt het ramingsbedrag niet, dan staat ook de prijsbeoordeling — het hart van Hens’ grief — op losse schroeven. Door in te trekken corrigeerde de VMM zichzelf en ontnam zij het beroep zijn voorwerp. Voor de kosten geldt dan de logica van de verkapte vernietiging: het bestuur dat zijn eigen beslissing intrekt, geldt als de in het ongelijk gestelde partij. Dat het dictum formeel ‘verwerpt’, verandert daar niets aan — de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro gaat naar de inschrijver.
De les
Voert u als afgewezen inschrijver aan dat de winnende offerte abnormaal laag is, richt uw pijlen dan ook op de raming en op de cijfermatige onderbouwing in het gunningsverslag: een verkeerd ramingsbedrag tast de hele prijsbeoordeling aan. Trekt de aanbesteder daarop zijn gunning in, beschouw uw zaak dan niet als verloren omdat het dictum ‘verwerpt’: u blijft de in het gelijk gestelde partij en recupereert uw rechtsplegingsvergoeding (hier 770 euro) en de overige kosten. Bent u aanbesteder, dan luidt de les dat een fout in de raming geen schoonheidsfoutje is — ze raakt de motivering van uw gunningsbeslissing en kan u dwingen tot intrekking en heraanbesteding, met de kosten van het kortgeding op uw bord. Controleer punt voor punt of het ramingsbedrag in het gunningsverslag correct is voordat u gunt.
Te onthouden
- De VMM trok haar gunningsbeslissing van 6 december 2022 in omdat het gunningsverslag in punt 1.3 een verkeerd ramingsbedrag bevatte; daardoor verloor het kortgeding zijn voorwerp.
- Het enig middel van Hens betrof de beoordeling dat de gekozen offerte niet abnormaal laag was — een beoordeling die rechtstreeks afhangt van een correcte raming.
- Het dictum luidt ‘verwerpt de vordering’ wegens verlies van voorwerp, minstens verlies van belang, maar de kosten komen ten laste van de VMM.
- Kostenregeling: rolrecht 200 euro, bijdrage 24 euro en rechtsplegingsvergoeding 770 euro voor de NV Hens.
- De zaak werd virtueel via Teams behandeld door kamervoorzitter Paul Lemmens, met een eensluidend advies van auditeur Frederick Ongena.
Waarop letten
- Het onderscheid tussen het formele dictum (‘verwerpt’) en de werkelijke grond (verlies van voorwerp na intrekking), dat de kostenlast bepaalt.
- Het verband tussen een correcte raming en de beoordeling van het abnormaal lage karakter van een offerte.
- Dat de intrekking vóór de zitting plaatsvond, zodat de Raad niet aan een inhoudelijke toetsing toekwam.
- De geïndexeerde basisrechtsplegingsvergoeding van 770 euro.
Stel jezelf de vraag
Hebt u, als u een abnormaal lage offerte aanvecht, ook de juistheid van het ramingsbedrag en de prijsanalyse in het gunningsverslag onderzocht? Beseft u dat een aanbesteder die zijn gunning intrekt nog vóór de zitting, daarmee uw beroep zonder voorwerp maakt maar zelf de kosten draagt? Weet u dat een dictum dat ‘de vordering verwerpt’ wegens verlies van voorwerp u niet belet om de rechtsplegingsvergoeding op te strijken? En als aanbesteder: verifieert u de raming in elk punt van uw gunningsverslag, wetende dat één verkeerd bedrag de motivering van uw beslissing kan ondergraven?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →