Schorsing Nederlandstalig college

UDN-vordering tm Envisan – Aertssen Infra tegen gunning bodemsaneringswerken Blaasveldbroek ingewilligd — OVAM aanvaardde prijsverantwoording abnormaal lage totaalprijs tm Deme Environmental – Aclagro met onvoldoende concrete en onderscheidende motieven — hoog rendement en lage AOW volstaan niet zonder nadere toetsing haalbaarheid

Arrest nr. 258595 · 25 januari 2024 · XIIe kamer

De Raad van State schorste bij uiterst dringende noodzakelijkheid de beslissing van de OVAM om de opdracht voor bodemsaneringswerken Blaasveldbroek te Willebroek te gunnen aan de tm Deme Environmental – Aclagro, omdat de OVAM de prijsverantwoording voor de schijnbaar abnormaal lage totaalprijs (40,44 % afwijking van het gemiddelde) had aanvaard met louter algemene en abstracte motieven (ervaring, eigen materieel, eigen gronden, schaalvoordeel, laag AOW-percentage) zonder de technische en financiële haalbaarheid concreet te toetsen, waarbij dezelfde verantwoordingselementen ook door de verzoekende partijen waren ingeroepen zodat het onderscheidend karakter niet was aangetoond.

Wat gebeurde er?

De OVAM schreef via openbare procedure een opdracht voor werken uit met als voorwerp de uitvoering van bodemsaneringswerken in het natuurgebied Blaasveldbroek te Willebroek, een occasionele gezamenlijke opdracht met het Agentschap voor Natuur en Bos. Het betrof complexe werken die asbestverwijdering combineerden met waterbouwkundige constructies en natuurherinrichting, deels gefinancierd met Europese middelen (Faciliteit voor Herstel en Veerkracht). De gunningscriteria waren prijs en CO2-ambitieniveau, waarbij het CO2-ambitieniveau werd vertaald in een fictieve korting op de inschrijvingsprijs. Drie inschrijvers dienden een offerte in: tm Deme Environmental – Aclagro (€ 1.854.145,61 incl. btw), tm Envisan – Aertssen Infra (€ 3.310.365,63) en een derde inschrijver (€ 4.175.228,90). Alle drie kozen voor een CO2-ambitieniveau dat een fictieve korting van 6 % opleverde. De OVAM onderwierp de offertes aan een prijsonderzoek. Zij hanteerde een drempel van 3 % van de gemiddelde inschrijvingsprijzen om posten als verwaarloosbaar te kwalificeren, en een afwijking van 50 % ten opzichte van de gemiddelde postprijzen als drempel voor schijnbare abnormaliteit. Aan de gekozen inschrijver werd voor 14 van de 48 posten een prijsverantwoording gevraagd (75,40 % van het opdrachtbedrag), naast een verantwoording voor de totaalprijs. De totaalprijs van de gekozen inschrijver week 40,44 % af van de gemiddelde totale offerteprijs en in nog ruimere mate van de raming. De prijsverantwoording voor de eenheidsprijzen werd post per post beoordeeld: de meeste posten werden aanvaard op grond van hoge rendementen, een laag AOW-percentage, beschikbaarheid van eigen materieel en eigen gronden. Voor post 1.5.5.1 (mob/demob decontaminatiezone) werd het vermoeden van abnormale prijs niet weerlegd, maar de OVAM oordeelde dat het een niet-substantiële post betrof. De prijsverantwoording voor de totaalprijs werd aanvaard met verwijzing naar de specifieke ervaring en specialisatie van de partners, de beschikbaarheid van eigen materieel en eigen gronden, het schaalvoordeel, en het lage AOW-percentage. De tm Envisan – Aertssen Infra stelde een UDN-vordering in met een enig middel bestaande uit drie onderdelen. De Raad onderzocht het tweede en derde onderdeel samen. Over de selectie van posten voor het bijzonder prijsonderzoek oordeelde de Raad dat de gehanteerde drempels (3 % en 50 %) objectief waren en voorafgaandelijk aan de prijsbevraging waren bepaald, zodat de verzoekende partijen niet konden worden bijgevallen dat het bijzonder prijsonderzoek willekeurig zou zijn. Over de aanvaarding van de totaalprijs oordeelde de Raad echter dat het gunningsverslag niet blijk gaf van een zorgvuldig onderzoek. De OVAM had zich beperkt tot het hernemen van verantwoordingselementen uit de brief van de gekozen inschrijver zonder deze nader te bespreken. De verzoekende partijen beriepen zich in hun eigen prijsverantwoording op quasi identieke elementen (kennis, ervaring, schaalvoordeel, eigen materieel en gronden), die in het gunningsverslag onder quasi identieke bewoordingen waren aanvaard, waardoor het onderscheidend karakter niet was aangetoond. De vermelding 'onder meer' volstond niet als afdoende motivering. Het verschil in AOW-percentage was onvoldoende onderzocht gelet op de grote afwijking van het gemiddelde. Het gegeven dat de gekozen inschrijver voor bepaalde posten een hoog rendement aanvoerde, toonde op zichzelf nog niet aan dat de prijs in verhouding stond tot de prestaties. Inzake de erosiematten bleek niet dat de OVAM zorgvuldig had nagegaan of de zeer beperkte extra bestelling door de gekozen inschrijver realistisch was. De vordering werd ingewilligd en de tenuitvoerlegging werd geschorst. De kosten werden in beraad gehouden.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest preciseert de zorgvuldigheidsverplichtingen van de aanbestedende overheid bij het onderzoek van een schijnbaar abnormaal lage totaalprijs. De aanvaarding van een prijsverantwoording mag niet steunen op louter abstracte en algemene motieven (ervaring, eigen materieel, schaalvoordeel, laag AOW-percentage) die elke gespecialiseerde inschrijver zou kunnen inroepen. Niet-cijfermatige verantwoordingselementen zijn toegelaten, maar moeten concreet aantonen dat de inschrijver over uitzonderlijke omstandigheden beschikt die hem in staat stellen een gunstigere prijs voor te stellen dan de concurrenten. Wanneer de verwerende partij dezelfde verantwoordingselementen voor zowel de gekozen als de afgewezen inschrijver aanvaardt in quasi identieke bewoordingen, mist de beoordeling het vereiste onderscheidend karakter. Het arrest bevestigt ook dat de vermelding 'onder meer' in de motivering niet volstaat als afdoende formele motivering en dat de bescherming van commerciële belangen niet rechtvaardigt dat verantwoordingselementen volledig aan het zicht van de verzoekende partij worden onttrokken. Bovendien benadrukt de Raad dat een aanbestedende overheid die zelf de totaalprijs als schijnbaar abnormaal heeft aangemerkt, zich niet kan beroepen op een ruimere beoordelingsmarge wegens een beperkt aantal inschrijvers, en dat zij ook de raming als referentiebasis moet betrekken bij haar beoordeling.

De les

Als aanbestedende overheid: wanneer je een prijsverantwoording voor een schijnbaar abnormaal lage totaalprijs beoordeelt, volstaat het niet om louter de verantwoordingselementen uit de brief van de inschrijver te hernemen. Toets concreet of de ingeroepen elementen (ervaring, eigen materieel, laag AOW-percentage) zich onderscheiden van wat andere inschrijvers aanvoeren. Betrek de raming als bijkomend referentiepunt. Ga na of de voorgestelde werkwijze en rendementen technisch en financieel haalbaar zijn, zeker bij complexe opdrachten. Motiveer expliciet waarom een laag AOW-percentage aanvaardbaar is. Gebruik de bewoording 'onder meer' niet als dekmantel om verantwoordingselementen ongemotiveerd te laten. Als inschrijver die een prijsonderzoek betwist: toon aan dat de verantwoordingselementen van de gekozen inschrijver niet onderscheidend zijn en dat jij dezelfde elementen hebt ingeroepen. Wijs op de afwijking ten opzichte van zowel het gemiddelde als de raming.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: heb je bij de aanvaarding van de prijsverantwoording voor de totaalprijs concreet aangetoond wat het onderscheidend karakter is van de verantwoordingselementen van de gekozen inschrijver ten opzichte van de andere inschrijvers? Heb je de raming betrokken bij je beoordeling? Heb je de technische en financiële haalbaarheid van de voorgestelde werkwijze en het lage AOW-percentage getoetst? Als inschrijver: beroep jij je in je prijsverantwoording op elementen die jou concreet onderscheiden van de concurrentie, of op algemene elementen die elke gespecialiseerde aannemer zou kunnen inroepen?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →