Schorsing gunning raamovereenkomst geofysisch bodemonderzoek aan Universiteit Gent — niet-selectie TM Terra Engineering wegens ontbreken weerstandsmetingsprojecten op naam rechtspersoon ondeugdelijk gemotiveerd — technische bekwaamheid om technieken te kunnen toepassen moet beoordeeld worden aan de hand van ervaring uitvoerende teamleden niet enkel aan de hand van projecten op naam van de rechtspersoon — mededinging beperkt doordat drie van vijf inschrijvers niet geselecteerd
De Raad van State schorste de gunning door het Vlaamse Gewest (agentschap Onroerend Erfgoed) van een raamovereenkomst voor geofysisch bodemonderzoek aan de Universiteit Gent, oordelend dat het motief om de TM Terra Engineering & Consultancy - 360 Survey niet te selecteren wegens het ontbreken van weerstandsmetingsprojecten in het portfolio op naam van de rechtspersoon ondeugdelijk was, nu de bekwaamheid om geofysische technieken te kunnen toepassen enkel kan worden beoordeeld aan de hand van de opleiding en ervaring van de fysieke personen die de opdracht zullen uitvoeren, en de interpretatie van de verwerende partij tot het aberrante gevolg leidde dat projecten van voormalige teamleden die niet meer in dienst zijn wel als bewijs gelden maar de ervaring van het actueel voorgestelde team niet.
Wat gebeurde er?
Het Vlaamse Gewest (agentschap Onroerend Erfgoed) schreef via vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking een raamovereenkomst uit voor geofysisch bodemonderzoek op diverse sites in Vlaanderen (2023-2027), te gunnen aan één dienstverlener. De selectiecriteria vereisten onder meer dat de inschrijver minstens vier geofysische prospectietechnieken kon toepassen (magnetometrie, weerstandsmeting, GPR en EMI) en dit bewees aan de hand van een portfolio van gerealiseerde projecten. De gunningscriteria waren tarifering (60 punten), samenstelling en deskundigheid team (30 punten) en kwaliteit visie (10 punten). Vijf ondernemingen dienden een offerte in. Drie werden niet geselecteerd: één omdat zij geen prijsopgave deed voor mobiele weerstandsmeting, de TM Terra Engineering & Consultancy - 360 Survey omdat het portfolio geen project bevatte met elektrische weerstandsmeting, en een derde om dezelfde reden. De opdracht werd gegund aan de Universiteit Gent. De verzoekende partijen betwistten de niet-selectie. Zij wezen erop dat hun teamlid P. vijf projecten met elektrische weerstandsmeting had uitgevoerd, zij het in dienst van een andere werkgever. De verwerende partij antwoordde dat deze projecten thuishoorden in het portfolio van de vroegere werkgever en niet als portfolio van TEC konden worden beschouwd. De Raad van State oordeelde dat het bestek weliswaar zo kon worden gelezen dat een portfolio van de rechtspersoon werd gevraagd, maar dat de vraag rees of die interpretatie in overeenstemming was met artikelen 4 en 71 van de wet en artikel 68 van het KB. De bekwaamheid om geofysische technieken te kunnen toepassen kan enkel worden beoordeeld aan de hand van de opleiding en ervaring van de fysieke personen in dienst van de inschrijver; een portfolio op naam van de rechtspersoon is daarvoor niet pertinent. Artikel 68, § 2, 2° KB 2017 bepaalt dat de aanbestedende overheid de namen en beroepskwalificaties kan opvragen van de personen belast met de uitvoering. De Raad wees op het aberrante gevolg dat een inschrijver zijn bekwaamheid zou kunnen aantonen met projecten van voormalige teamleden die niet meer in dienst zijn, terwijl de ervaring van het actueel voorgestelde team niet zou volstaan. Drie van vijf inschrijvers waren niet geselecteerd, wat de kritiek bevestigde dat de interpretatie de mededinging beperkte. Het middel was ernstig en de schorsing werd bevolen. De vordering tegen de impliciete weigeringsbeslissing werd niet ontvankelijk verklaard bij gebreke van bewijs dat de verwerende partij geen andere keuze had dan de opdracht aan de verzoekende partijen te gunnen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest is van groot belang voor de verhouding tussen ervaring van de rechtspersoon en ervaring van individuele teamleden bij de kwalitatieve selectie. Wanneer een selectiecriterium vereist dat een inschrijver bepaalde technieken kan toepassen, moet die bekwaamheid beoordeeld worden aan de hand van de opleiding en ervaring van de fysieke personen die de opdracht zullen uitvoeren — een portfolio op naam van de rechtspersoon alleen is daarvoor niet pertinent. De interpretatie dat enkel projecten op naam van de rechtspersoon in aanmerking komen, leidt tot het aberrante gevolg dat projecten van voormalige teamleden die niet meer in dienst zijn als bewijs gelden, maar de bewezen ervaring van het actueel voorgestelde team niet. Het arrest onderstreept ook dat selectiecriteria in verhouding moeten staan tot het voorwerp van de opdracht en de mededinging niet op ontoelaatbare wijze mogen beperken.
De les
Als inschrijver: wanneer u technische bekwaamheid moet aantonen voor gespecialiseerde technieken, maak duidelijk onderscheid tussen het portfolio van de onderneming en de ervaring van uw teamleden. Voeg een helder overzicht toe van projecten per techniek met aanduiding van de betrokken teamleden. Wanneer uw selectie wordt geweigerd omdat projecten op naam van het teamlid niet als uw eigen portfolio gelden, kunt u dit middel met succes aanvoeren. Als aanbestedende overheid: wanneer u technische bekwaamheid vereist om bepaalde technieken te kunnen toepassen, besef dat dit enkel beoordeeld kan worden aan de hand van de ervaring van de fysieke personen die de opdracht zullen uitvoeren. Een portfolio beperken tot projecten op naam van de rechtspersoon alleen kan disproportioneel zijn en de mededinging onnodig beperken. Overweeg om in het bestek expliciet te vermelden dat referenties van individuele teamleden in aanmerking komen.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: hebt u in uw portfolio duidelijk onderscheid gemaakt tussen projecten van de onderneming en projecten van individuele teamleden? Zijn de cv's en projectlijsten van uw voorgestelde teamleden helder gelinkt aan de vereiste technieken? Als aanbestedende overheid: leidt uw interpretatie van het selectiecriterium ertoe dat enkel projecten op naam van de rechtspersoon in aanmerking komen? Zo ja, is dit in verhouding tot de doelstelling en beperkt het de mededinging niet onnodig?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →