'We hebben dit jaar geen budget meer' is een geldig motief om een vierjarige raamovereenkomst te bevriezen
De Raad van State weigert de schorsing van de niet-gunningsbeslissing van een vierjarige raamovereenkomst voor hefbruggen, omdat het ontoereikende budget voor 2024 — waarin het zwaartepunt van de raamovereenkomst lag — een deugdelijk motief vormt om geen opdracht te sluiten, en omdat artikel 85 van de wet overheidsopdrachten aanbestedende overheden een ruime beoordelingsruimte geeft.
Wat gebeurde er?
De dienst Procurement van de Federale Politie schreef in 2023 een meerjarige raamovereenkomst uit voor de levering van hefbruggen en toebehoren (referentie Procurement 2024 R3 603). De plaatsingsprocedure was openbaar; in het verzoek tot voorafgaand akkoord van 20 juli 2023 werd de waarde geraamd op 621.487,60 euro (excl. btw). De aankondiging vermeldde een maximumwaarde van 6.016.000 euro voor de raamovereenkomst — wat de aanbestedende overheid later toelichtte als een materiële vergissing: het bedrag is een automatische optelsom van de geraamde waarde van 752.000 euro per perceel. De raamovereenkomst werd geconcipieerd voor vier jaar, maar het bestek toonde duidelijk dat het zwaartepunt van de bestellingen in de eerste twee jaar lag. Twee inschrijvers dienden een offerte in; één daarvan was de verzoekende partij. De Federale Politie nam vervolgens twee beslissingen: de offerte van de verzoekster werd nietig verklaard (handtekeningkwestie) én er werd beslist om de opdracht überhaupt niet te gunnen, omdat 'in 2024 […] de federale politie niet langer over voldoende budgetten zal beschikken om dit dossier te sluiten'. De verzoekster kwam in UDN-procedure op tegen beide beslissingen. De Raad behandelt eerst de tweede beslissing (niet-gunning). Artikel 85 van de wet overheidsopdrachten 2016 bepaalt expliciet dat het opstarten van een gunningsprocedure géén verplichting tot gunnen of sluiten inhoudt — de aanbestedende overheid behoudt een ruime beoordelingsruimte, zolang ze niet willekeurig handelt en haar beslissing rust op deugdelijke motieven. Het financiële motief werd in de gemotiveerde beslissing en in het verslag van niet-gunning klaar en duidelijk uitgesproken: voor 2024 ontbreekt het budget om de opdracht te gunnen. De Raad merkt op dat dit motief op het eerste gezicht niet afhangt van de prijs van de overblijvende offerte (verzoekster suggereerde dat) — het is een autonoom budgettair motief. Verzoekster wierp tegen dat een raamovereenkomst van vier jaar 'niet ipso facto onmogelijk' wordt door budgettekort in één jaar. De Raad volgt dat niet: gezien het zwaartepunt in de eerste twee jaren ligt, hypothekeert een budgettekort in 2024 de uitvoering van de raamovereenkomst ernstig. Het tweede onderdeel van het middel is dus niet ernstig. Wat het eerste onderdeel betreft (de nietigverklaring van de offerte wegens handtekeningprobleem): zonder belang. Zelfs als de offerte regelmatig zou zijn, kan de verzoekster geen aanspraak maken op gunning aangezien de niet-gunningsbeslissing intact blijft. Het argument dat de Federale Politie eventueel later een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking zou kunnen opstarten met de andere inschrijver (artikel 42, §1, c)) wordt door de Raad afgewezen: er is geen sprake van 'ongeschikte offertes', dus die hypothese stelt zich niet. Vordering verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Een raamovereenkomst lijkt voor inschrijvers vaak een soort gegarandeerde meerjarige cashflow — maar artikel 85 van de wet overheidsopdrachten herinnert eraan dat een aanbestedende overheid altijd kan beslissen om niets te gunnen, zelfs nadat offertes zijn ingediend en geëvalueerd. Budgettair tekort is een legitieme grond. Voor inschrijvers betekent dat: hou er rekening mee dat de procedure tot het einde toe op klippen kan lopen, ook als jouw offerte de enige overblijvende is. Voor aanbesteders: gebruik dit instrument met zorg — een schriftelijk gemotiveerde, autonome reden (geen verkapte motivering om aan een goedkopere alternatief te geraken) is essentieel.
De les
Als je als aanbesteder een raamovereenkomst niet kunt sluiten wegens budgetbeperking, motiveer dat dan los van de inhoud van de offertes. Het motief moet uitgaan van een feitelijke en autonome budgettaire vaststelling — niet van een vergelijking met een verwachte prijs. En documenteer in je verslag concreet welk budget ontbreekt, voor welke periode, en waarom dat de uitvoering van de hele raamovereenkomst hypothekeert. Als inschrijver: verwacht dat een raamovereenkomst stop kan worden gezet, ook wanneer je de gunst zou hebben — bouw die kans niet in als verwachte omzet.
Te onthouden
- Artikel 85 wet overheidsopdrachten geeft aanbesteders een ruim recht om niet te gunnen — geen verplichting volgt uit het loutere opstarten van een procedure
- Budgettekort is een legitiem motief, maar moet autonoom en feitelijk zijn — niet verkapt afhankelijk van de prijzen in de overblijvende offertes
- Het zwaartepunt van een raamovereenkomst in de eerste jaren maakt een budgettekort in jaar 1 voldoende om de hele raamovereenkomst niet te sluiten
- Een inschrijver wiens offerte nietig is verklaard heeft geen belang meer bij grieven over die nietigverklaring, zodra de niet-gunningsbeslissing op een autonoom motief stand houdt
Waarop letten
- Een aankondiging die een 'maximumwaarde' van 6.016.000 € vermeldt naast een geraamde waarde van 752.000 € per perceel kan een materiële vergissing zijn — niet altijd een betrouwbare basis voor een schending van de aankondigingsplicht
- De motivering 'we hebben in jaar 1 geen budget meer' moet niet uitgebreid budgetdata bevatten, maar wel zonder ambiguïteit verwijzen naar het ontbrekende budget — vaag formuleren is een risico
- Een inschrijver die alleen overblijft (na nietigverklaring van de andere offerte) heeft geen automatisch recht op gunning — het budgetmotief breekt elke aanspraak
Stel jezelf de vraag
Heb je in je verslag van niet-gunning concreet vermeld welk budget ontbreekt, voor welke periode, en hoe dat de uitvoering van de raamovereenkomst hypothekeert? Of heb je alleen 'onvoldoende budget' geschreven? Een autonome budgettaire motivering houdt stand voor de Raad van State; een vage formule kan kantelen.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →