Verwerping Nederlandstalig college

Beroep VMG-De Cock tegen onregelmatigverklaring offerte refter Bert Carlier verworpen — onvoldoende prijsverantwoording weegt niet op tegen 40 % onder gemiddelde

Arrest nr. 260207 · 21 juni 2024 · XIIe kamer

Beroep verworpen: de annulatievordering van VMG-De Cock tegen de onregelmatigverklaring van haar offerte voor de renovatie van de refter in Instituut Bert Carlier te Gent wordt verworpen — de beknopte prijsverantwoording voor een eenheidsprijs die 41 % onder het gemiddelde lag, onderbouwde het vermoeden van abnormaliteit onvoldoende ondanks de verwijzing naar een eigen schrijnwerkerij, en de aanbestedende overheid was niet verplicht tot een bijkomende bevraging.

Wat gebeurde er?

De Stad Gent schrijft via een openbare procedure een overheidsopdracht van werken uit voor de renovatie van de refter in het Instituut Bert Carlier te Gent, met publicatie op 22 oktober 2020. De werken omvatten sloop van een bijgebouw, renovatie van de buitenschil, binnenrenovatie volgens hedendaagse behoeften en brandweervoorschriften, uitbreiding met fietsstalling, vernieuwing van technische installaties, riolering en buitenomgeving. Zes inschrijvers dienen een offerte in. Na correctie zijn de rangschikkingsbedragen (btw inbegrepen): VMG-De Cock 1.405.202,76 EUR (laagste), Mevaco Bouwbedrijf 1.483.302,11 EUR, V.C. 1.487.005,03 EUR, P. 1.592.491,53 EUR, A. 1.616.659,41 EUR, en Maatschap B.-T. 1.646.230,28 EUR. Bij het regelmatigheidsonderzoek wordt de eenheidsprijs van VMG-De Cock voor post 40.11 (profielen/hout — gebeitst, 387 EUR/m²) als vermoedelijk abnormaal aangemerkt: 41,42 % onder de gemiddelde eenheidsprijs. Op 31 maart 2021 vraagt Gent een prijsverantwoording op grond van artikel 36 KB plaatsing 2017. VMG-De Cock antwoordt op 2 april 2021 met een beknopte opsplitsing: materiaalkost 145 EUR/m², productiekost 150 EUR/m², montagekost 55 EUR/m², winst/risico/algemene kosten 37 EUR/m². Zij benadrukt dat zij over een eigen schrijnwerkerij beschikt met bekwaam personeel, een modern machinepark en een erkenning 6D5, waardoor de winstmarge van een onderaannemer wegvalt. Geen bewijsstukken worden bijgevoegd, behoudens een getuigschrift van erkenning. Het verslag van nazicht van 14 juni 2021 acht de prijsverantwoording onvoldoende: de materiaalkost van 145 EUR/m² dekt volgens het verslag vermoedelijk enkel de houten profielen en niet alle 'Pro Memorie'-artikelen die het bestek onder deze post rekent (hang- en sluitwerk, beglazing), de montagekost is erg laag voor 146,9 m² ramen inclusief kraanwerk, en het beschikken over een eigen schrijnwerkerij weegt niet op tegen het feit dat de eenheidsprijs meer dan 40 % lager ligt dan die van alle andere inschrijvers. De offerte wordt substantieel onregelmatig verklaard. Op 8 juli 2021 keurt het college van burgemeester en schepenen het verslag goed en gunt de opdracht aan Mevaco Bouwbedrijf. VMG-De Cock stelt op 8 september 2021 een annulatieberoep in, gericht tegen de onregelmatigverklaring, de gunning aan Mevaco en een impliciete weigering om de opdracht aan haar te gunnen. De Raad van State verwerpt het beroep. Over de vertrouwelijkheid (artikel 26 rechtsbeschermingswet 2013): de opheffing van de vertrouwelijkheid van de offertes en de prijsvergelijkingstabel wordt geweigerd — VMG is niet gehinderd geweest in het formuleren van haar middelen, en de Raad kan de vertrouwelijke stukken zelf betrekken bij zijn onderzoek. Over de impliciete weigeringsbeslissing: niet-ontvankelijk — VMG toont geen uitzonderlijke omstandigheden aan die een rechtsplicht tot gunning aan haar impliceren. Over het eerste middel, eerste onderdeel (onzorgvuldig prijsonderzoek) en het tweede middel (materiële motiveringsplicht): de bewijslast bij een prijsverantwoording ligt op de betrokken inschrijver. VMG's beknopte verantwoording splitst de prijs wel op in onderdelen, maar onderbouwt of staaft die niet met stukken. De offertes van leveranciers die VMG pas in het verzoekschrift bijvoegt, tonen aan dat zij wél in staat was concreter te verantwoorden maar dit heeft nagelaten. Het doorslaggevend motief — dat het beschikken over een eigen schrijnwerkerij niet opweegt tegen meer dan 40 % onder het gemiddelde — is niet ondeugdelijk, te meer daar VMG dit voordeel niet heeft geconcretiseerd in het licht van de specifieke opdracht. De verwerende partij heeft wel degelijk de eenheidsprijzen van alle inschrijvers en de ramingsprijs betrokken bij het prijsonderzoek, wat blijkt uit de vertrouwelijke vergelijkende prijzentabel. Dat een eerdere opdracht wél aan VMG werd gegund, schept geen rechtmatige verwachting. Over het eerste middel, tweede onderdeel (bijkomende bevraging): artikel 36, §2, laatste lid, KB plaatsing 2017 biedt de mogelijkheid om opnieuw te bevragen, maar impliceert geen verplichting. Hoewel een tweede bevraging mogelijk meer klaarheid had gebracht, heeft de verwerende partij de grenzen van een zorgvuldige beoordeling niet overschreden. Een inschrijver die een prijsverantwoording ontvangt, dient te weten dat hij het risico loopt op onregelmatigverklaring en kan niet uitgaan van een herkansingsmogelijkheid. Het verzoek tot aanstelling van een deskundige wordt eveneens verworpen. VMG-De Cock draagt de kosten (rolrecht 200 EUR, bijdrage 20 EUR, rechtsplegingsvergoeding 770 EUR).

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt de bewijslast bij prijsverantwoording in overheidsopdrachten. De inschrijver die om prijsverantwoording wordt gevraagd, draagt de bewijslast en moet het vermoeden van abnormaliteit concreet, specifiek en zo volledig mogelijk weerleggen. Een abstracte verwijzing naar een gunstige omstandigheid (eigen productiecapaciteit) zonder deze te concretiseren in het licht van de specifieke opdracht, en een opsplitsing van de prijs zonder bewijsstukken, volstaat niet wanneer de prijs meer dan 40 % afwijkt van het gemiddelde. Het arrest bevestigt ook dat de mogelijkheid tot bijkomende bevraging (artikel 36, §2, laatste lid) geen verplichting inhoudt, en dat een inschrijver niet mag uitgaan van een herkansingsmogelijkheid. Verder illustreert het dat de Raad van State vertrouwelijke stukken van het administratief dossier kan betrekken bij zijn onderzoek zonder opheffing van de vertrouwelijkheid, mits de verzoekende partij niet wordt gehinderd in het formuleren van haar middelen.

De les

Als inschrijver: neem een verzoek tot prijsverantwoording uitermate ernstig. Onderbouw uw antwoord met concrete stukken (leveranciersoffertes, loonfiches, gedetailleerde berekeningen) — een beknopte opsplitsing in deelprijzen zonder bewijsstukken volstaat niet bij een afwijking van meer dan 40 %. Concretiseer gunstige omstandigheden (eigen productie, ervaren personeel) met cijfers in het licht van de specifieke opdracht. Ga er niet vanuit dat u een tweede kans krijgt. Als aanbestedende overheid: u beschikt over een ruime beoordelingsmarge bij prijsverantwoording, maar zorg dat uw motivering steunt op vaststellingen en niet uitsluitend op vermoedens. Betrek de ramingsprijs en de eenheidsprijzen van alle inschrijvers bij uw analyse.

Stel jezelf de vraag

Heb ik als inschrijver mijn prijsverantwoording concreet onderbouwd met bewijsstukken, of heb ik me beperkt tot een abstracte opsplitsing? Heb ik gunstige omstandigheden geconcretiseerd met cijfers? Heb ik als aanbestedende overheid mijn beoordeling gebaseerd op de vergelijking met de raming en alle andere eenheidsprijzen, en niet enkel op eigen vermoedens?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →