Afstand van geding na verwerping UDN-vordering – verzoekende partij diende geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in binnen dertig dagen na kennisgeving schorsingsbeslissing
De Raad van State sprak de afstand van geding uit in de annulatieprocedure van BV CO-DEX.EU tegen de niet-selectie en gunning door de Provincie Vlaams-Brabant van een IT-raamovereenkomst voor een vergaderapplicatie, omdat de verzoekende partij na de verwerping van haar UDN-vordering (arrest nr. 260.523 van 23 augustus 2024) geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging had ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van dat arrest.
Wat gebeurde er?
BV CO-DEX.EU stelde op 29 juli 2024 een annulatieberoep in tegen de beslissing van de deputatie van de Provincie Vlaams-Brabant van 4 juli 2024 tot niet-selectie van CO-DEX.EU voor de opdracht 'Raamovereenkomst voor het opzetten van een ontwikkelplatform en de ontwikkeling van een toepassing vergaderbeheer voor de bestuursorganen van het provinciebestuur Vlaams-Brabant' (dossierkenmerk IT/DOC/Vergaderapp/plaatsing), alsook tegen de bijbehorende gunningsbeslissing. Bij arrest nr. 260.523 van 23 augustus 2024 verwierp de Raad van State de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen. Dit arrest werd op 6 september 2024 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op grond van artikel 17, §7 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer, nadat de vordering tot schorsing is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging wordt ingediend binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. CO-DEX.EU heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Op 19 november 2024 bracht de hoofdgriffier, op verzoek van het auditoraat, de mededeling bedoeld in artikel 11/3, §1 van het Regentsbesluit ter kennis aan de verzoekende partij. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. De Raad sprak de afstand van geding uit. CO-DEX.EU werd verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, verschuldigd aan de verwerende partij.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest illustreert de werking van het wettelijk vermoeden van afstand van geding na verwerping van een schorsingsvordering. Op grond van artikel 17, §7 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de verzoekende partij na de verwerping van haar UDN-vordering slechts dertig dagen om een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in te dienen, te rekenen vanaf de kennisgeving van het schorsingsbeslissing. Doet zij dat niet, dan wordt zij vermoed afstand van het geding te doen, en spreekt de Raad de afstand uit zonder de grond van de zaak te behandelen. De verzoekende partij draagt in dat geval ook de kosten van de eerdere schorsingsvordering.
De les
Dien na de verwerping van een UDN-vordering steeds tijdig — binnen dertig dagen na kennisgeving van het arrest — een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in, ook als je twijfelt over het nut van verdere procedure. Wie dit nalaat, verliest niet alleen het annulatieberoep door afstand van geding, maar wordt ook verwezen in de kosten van de schorsingsvordering. Het vermoeden van afstand is een procedurele valstrik die gemakkelijk te vermijden is door tijdig te reageren.
Stel jezelf de vraag
Als verzoekende partij na verwerping van een UDN-vordering: heb je een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen dertig dagen na kennisgeving van het schorsingsbeslissing? Heb je de termijn in je agenda genoteerd? Als raadsman: heb je je cliënt gewaarschuwd voor het vermoeden van afstand bij niet-voortzetting?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →